Home

Hij speelde voor Milan en Feyenoord: Harvey Esajas, verzamelaar van levenslessen

Feyenoord speelt dinsdagavond de return in de tussenronde van de Champions League tegen AC Milan. Een van de weinige spelers die voor beide clubs uitkwam is Harvey Esajas. Ooit straatjongen en circusmedewerker, nu is hij imam en werkzaam in de zorg.

is voetbalverslaggever van de Volkskrant.

Hij is er bijna twintig jaar niet geweest, maar de geur van Milanello, het beroemde trainingscomplex van AC Milan, kan Harvey Esajas (50) nog zo terughalen. ‘Een frisse plantenlucht, bomen, versgemaaid gras. Mmmhh heerlijk.’

Op Milanello schreef Esajas een van de ongelooflijkste voetbalverhalen. Hij wandelde er begin 2004 rond op uitnodiging van goede vriend en toenmalig Milan-speler Clarence Seedorf, na vier jaar niet te hebben gevoetbald – 130 kilo schoon aan de haak, 30 jaar oud. Een jaar later trad hij aan in San Siro in het befaamde zwart-rode shirt van AC Milan.

Ook al vrij bijzonder was zijn entree in de profvoetballerij in 1993. Als 18-jarige Feyenoordspeler in de Klassieker tegen Ajax in het Olympisch stadion, met direct een belangrijk doelpunt.

Feyenoord - Milan niet gezien

Dinsdag strijden zijn oude clubs in Milaan om doorgang naar de achtste finales van de Champions League. De eerste wedstrijd in de Kuip vorige week, die Feyenoord met 1-0 won, heeft Esajas niet gezien. ‘Ik heb geen geduld voor een hele wedstrijd, lig er sowieso tussen negen en tien in,’ vertelt hij vanuit zijn huis in Diemen.

Dat komt omdat hij elke ochtend om vijf uur opstaat. Esajas werkt in de jeugdzorg op een gesloten afdeling voor kwetsbare meisjes. ‘Meiden die slachtoffer zijn van loverboys, mensenhandel, met trauma’s, hechtingproblematiek, een verslaving of autisme; ik heb ze allemaal.’

Daarnaast heeft hij een stichting genaamd I-Sport Special waarbij hij kinderen met een beperking laat sporten. Hij is ‘best moe’ aan het einde van de week. ‘Het is soms heftig, maar heel dankbaar werk, ik voel me zeer nuttig.’

Hij is ook dankbaar voor alles wat hij meemaakte. De vele onverwachte wendingen die zijn leven nam, de uitdagingen die hij aanging, de lessen die hij leerde, vulden zijn ‘gereedschapskist om mensen te helpen’.

‘Kwetsbaar jochie’

Esajas was ooit zelf een ‘kwetsbaar jochie’, die veel op straat in de Amsterdamse buurt De Pijp vertoefde. ‘Veel vrienden zaten in de criminaliteit, hadden veel geld. Het was of je in een snoepwinkel stond en moest proberen niets te pakken. Ik stond steeds op een tweesprong. Er hing natuurlijk een prijs aan. Een stuk of twintig oude bekenden die kozen voor het snellere leven zijn vermoord.’

Dat hij op het goede pad bleef, dankt hij voor een groot deel aan zijn alleenstaande moeder. ‘Ze was heel streng, gaf de strijd met mij nooit op. Dat was nodig, ik was onhandelbaar, had geen ontzag voor het gezag.’

Hij had ook een talent. Voetbal. En een voorbeeld, zijn oom Steve van Dorpel die als veelbelovende prof omkwam bij de vliegtuigramp op Zanderij in 1989. Maar de jonge Esajas werd weggestuurd uit de jeugdopleidingen van Ajax en Anderlecht. ‘In mijn werk leer je hoe je iemand moet benaderen. Sommige jeugdtrainers probeerden me te overrulen, te straffen, te domineren. Ik ben op straat opgegroeid en deins niet terug, dus dat botste. Ik had juist een omhelzing nodig, geborgenheid.’

Oud-prof en -trainer Wim Jansen vroeg hem naar Feyenoord te komen. ‘Die had wel de juiste aanpak, gaf me warmte, maar daagde me ook uit. ‘Je bent nog niemand maar je kan iemand worden. Heel hard werken, geduldig blijven, je afspraken nakomen.’

Extra trainen met zijn oom

Hij deed er na dat geweldige debuut alles aan bij Feyenoord, trainde extra met zijn oom op de atletiekbaan. ‘Maar ik kon er niet tegen dat ik geen kans kreeg, daar zei ik dan iets van. Daar vond de trainer, Willem van Hanegem, dan ook iets van.’

Hij probeerde het bij FC Groningen, Cambuur en FC Dordrecht, maar nergens kwam hij tot bloei. ‘Op straat leer je wie echt met je is en wie niet. In de voetballerij zijn veel trainers vaak niet echt met je, ze komen afspraken niet na. Ik ging daar tegenin, maar als speler win je dat niet.’

Hij toog daarna naar clubs in Spanje en Italië, stopte en begon weer. Hij had een waaier aan (bij-)baantjes in Spanje, werkte in een restaurant, organiseerde exposities voor edelsmeden, hielp met het op- en afbouwen van een rondreizend circus, runde een discotheek en wilde reisgids worden tot Clarence Seedorf, zijn vriend en oud-ploeggenoot in de jeugd van Ajax, hem uitnodigde bij zijn nieuwe club AC Milan.

Op Milanello, dat ten noorden van Milaan in bergachtig gebied ligt, zag Esajas wat Seedorf bedoelde toen die hem eerder door de telefoon vertelde hoe lekker hij op zijn plek zat bij zijn nieuwe club. ‘Die geur alleen al. Allemaal strakke grasvelden tussen de bomen, je wordt er volledig ontzorgd, alles staat in het teken van voetbal, maar het is er ook heel gezellig, huiselijk, familiair. Ik zei tegen Clarence: wow, ik wil ook weer voetballen. Hij moest lachen. Ik was veel te zwaar natuurlijk.’

Twee verdedigers

Ze kwamen op het complex trainer Carlo Ancelotti tegen. Seedorf zei grijnzend tegen de coach: hier heb je twee verdedigers voor de prijs van een. ‘Wat is zijn verhaal?’, vroeg Ancelotti. Esajas: ‘Clarence vertelde dat ik een talent was, maar niet de juiste begeleiding had gehad. Ik mocht mee eten, er kwamen steeds meer mensen bij, de directeur, de psycholoog, Ancelotti. Ze zeiden ineens: hoe zou jij het vinden om weer fit te worden? Dan ben je blijer, gezonder, kun je meer. Wij hebben hier alles om het mogelijk te maken, zouden het een interessant experiment vinden.’

Op Milanello bevond zich toen al het zogeheten MilanLab, een soort laboratorium om de fysieke en mentale preparatie van voetballers tot in detail te perfectioneren.

Esajas moest lachen na het voorstel. ‘Ik dacht: is dit een geintje? Die psycholoog zei bloedserieus: ‘Geloof je in jezelf, heb je wilskracht en kun je volgen?’ Toen ik knikte zag ik in zijn ogen dat ze serieus aan de slag wilden met me.’

Kost en inwoning

Hij kreeg kost en inwoning op Milanello. ‘Het was echt pittig. Ik ging helemaal door de molen, bloed prikken, lactaat meten, psychologische testen, verstandskiezen laten trekken. Ik stond om zeven uur op om te snelwandelen, daarna kreeg ik havermoutpap, het eiwit van vier eieren en water. Verschrikkelijk. Daarna moest ik fysiek keihard aan de slag.’

Esajas wilde niemand teleurstellen, en had daardoor veel stress, sliep slecht. Na een maand werd hem verteld: ‘Je wilt te graag, ga naar huis en neem afscheid van je oude leven.’

Esajas met gelukzalige blik: ‘Ik kwam terug, de stress viel weg, ik viel af, kon steeds hoger springen, harder sprinten en schieten. Machtig gevoel. Mentaal word je ook sterker, je kijkt anders uit je ogen. Ik was weer voetballer.’

Na vier maanden werd hij op het clubkantoor uitgenodigd door de beroemde directeur Adriano Galliani. Milan wilde hem een vakantie aanbieden. Esajas: ‘Hij zei: je hebt vier maanden niets van ons gevraagd, alles gedaan wat we van je vroegen, iedereen op de club vind je aardig, je bent altijd vrolijk, positief, lacht de hele dag, ook met de mensen in de keuken, in het magazijn.’

Jaarcontract

Er was nog een verrassing. Hij kreeg een jaarcontract voor het eerste elftal. ‘Ik woog inmiddels 85 kilo, maar was toch verbaasd.’

Andere spelers waren ook verbaasd, Milan was aan het begin van de eeuw nog Europese top. ‘Ze dachten: wat komt deze gozer doen, het is hier toch geen speeltuin? Sjevtsjenko (beroemde spits van Milan, red.) keek me niet eens aan, die sprak pas na maanden met me.’

Om respect van de spelers te verdienen waren er voor Esajas twee opties. ‘Ik kon ze een doodschop of een panna geven. Ik deed het laatste. En dan ging ik lachen, zei ik: ‘Ik heb vier jaar niet gespeeld en toch geef ik jou een panna.’ Uiteindelijk moesten zij ook lachen.’

Zijn bijnaam werd Musica, vanwege zijn vrolijkheid, zijn lach. De concurrentie voor de linksbenige verdediger was met Maldini, Kaladze, Serginho en Costacurta enorm. Ancelotti vroeg of hij verhuurd wilde worden, Esajas vroeg om een kans in het tweede. ‘Die kreeg ik. Ik speelde 80 minuten, daarna kreeg ik een staande ovatie, alle scouts gaven me een voldoende. Jongens als Nesta, Pirlo en Gattuso zeiden tegen de trainer: hij verdient het om een keer met eerste mee te gaan.’

Het debuut

Het debuut volgde in een bekerwedstrijd tegen Palermo in het beroemde San Siro op 12 januari 2005. Zes minuten deed hij mee. ‘Het ging lekker, ik gaf nog bijna een assist op Tomasson, maar die miste helaas.’

Musica werd na afloop door iedereen geknuffeld, gebeld door voorzitter Silvio Berlusconi. De kranten stonden er vol mee.

De missie was volbracht.

Esajas bleef dat seizoen meetrainen en speelde daarna nog een paar jaar voor kleinere Italiaanse clubs, maar miste aldaar de professionaliteit en eerlijkheid die hij bij Milan gewend was. ‘Ik stopte, want er lag nog meer voor mij in het verschiet als mens: kinderen beschermen voor de wereld waarin vrienden van mij waren terechtgekomen. Daarom ben ik dit werk gaan doen. De periode bij AC Milan heeft me meer geloof in mezelf, geduld en inzichten gegeven, dat helpt me nog steeds.’

Voetbal kijkt hij nog nauwelijks. Hij is te druk, ook met zijn studie van de islam. ‘Ik ben protestants opgevoed, maar de vragen die ik had, kreeg ik niet beantwoord in het christendom. Wel in de islam.’

Opgenomen in het ziekenhuis

Kort na zijn geloofsbelijdenis moest hij worden opgenomen in het ziekenhuis in 2017 vanwege een vleesetende bacterie. ‘Mijn vrouw en moeder namen twee keer afscheid van me. Ik raakte in coma en ontwaakte. Dat was voor mij het bewijs dat God bestaat en een plan voor me had.’

Officieel is hij inmiddels imam. ‘Maar ik moet nog beter Arabisch leren spreken, en antwoorden kunnen formuleren op bepaalde vraagstukken, vind ik, om echt als imam actief te zijn.’

De islam staat voor vrede, eer en betrouwbaarheid, doceert hij. ‘Er worden allerlei stereotypen op moslims geplakt om een campagne op te bouwen, een zondebok te zoeken. Ja, er zijn jongere moslims die moeite hebben zich aan de regels te houden. Maar ga in gesprek met elkaar, zoek de dialoog. Ik ben moslim en alleen maar bezig om jonge mensen aan te sporen tot het goede en ze weg te houden van het slechte. Ze te vertellen dat niets onmogelijk is in dit leven.’

Hij leverde zelf het bewijs zoals ook te zien is op de website van I-Sports Special, die opent met een foto van Esajas als hij het veld betreedt in AC Milan-shirt voor die ene invalbeurt op 12 januari 2005. Op zijn gezicht en dat van de clubmensen achter hem prijkt een glimlach.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next