In een vurig pamflet pleit Karim Amghar voor meer waardering (en salaris) voor mbo’ers. Daar heeft de hele samenleving baat bij, betoogt de mbo-docent en programmamaker. ‘Discriminatie vanwege onderwijs vinden we heel normaal. Ik wil dat artikel 1 van de Grondwet wordt aangepast.’
is mediaverslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft vooral over televisie, podcasts en boeken.
In april vorig jaar was Karim Amghar op het Hout- en Meubileringscollege (HMC) in Rotterdam om de directeur te interviewen, toen ineens geblindeerde dienstauto’s kwamen voorrijden. Een van de mannen die uitstapte, was onderwijsminister Eppo Bruins (NSC). ‘De directeur had daar niks over gezegd’, zegt Amghar. ‘Ik denk dat hij het een mooie verrassing voor me vond.’
Tijdens het werkbezoek vertelde een jongen aan Bruins dat hij op het hbo doodongelukkig was geworden en toen voor een opleiding tot houtbewerker aan het HMC had gekozen. ‘De minister prees hem toen uitgebreid’, zegt Amghar. ‘Wat goed dat je je passie volgt, dat soort teksten.’
Even later sprak Amghar (36) met de minister. ‘Ik zei dat hij makkelijk praten heeft en vroeg hem wat hij ervan zou vinden als zijn eigen zoon naar het mbo zou gaan. Hij kreeg vuur in zijn ogen – dat was mooi om te zien – en vertelde dat zijn zoon ook doodongelukkig was geworden op de universiteit en daarom naar het mbo was gegaan. Daar floreerde hij wél, zei Bruins glunderend.’
Toen Amghar, zelf vader van drie kinderen, Bruins vroeg of de vrienden van zijn zoon ook zo blij voor hem waren, betrok zijn gezicht. Amghar: ‘Zijn zoon dacht dat zijn vrienden op de universiteit hem nu als dom zien en niet meer serieus nemen.’
De minachting van hbo’ers en wo’ers voor mbo’ers beschadigt niet alleen mbo’ers, maar de hele samenleving – en moet stoppen. Dat is de boodschap van Maar dat begrijp jij toch niet – Over het onderschatte belang van het mbo, het vlammende pamflet van Amghar dat vorige week is verschenen.
Amghar is ervaringsdeskundige. Toen hij mbo-opleidingen volgde – groothandel en marketingcommunicatie – werd dat door zijn toenmalige vriendin tegenover haar vriendinnen op de universiteit verzwegen. ‘Vaak zei ze dat ik dingen toch niet begreep. Op een gegeven moment ging ik zelf ook geloven dat ik dommer was.’
De mbo-opleidingen rondde hij niet af, jaren later deed hij dat wel met hbo communicatie en media. Toen hij tijdens zijn baan als recruiter besefte dat ook hij vooroordelen was gaan koesteren over mbo’ers, besloot hij zich voor hen in te gaan zetten.
Hij werd mbo-docent op het Zadkine in Rotterdam, waar hij nu een halve dag in de week het vak burgerschap geeft. Ook werd hij toezichthouder, columnist voor Trouw en programmamaker voor de NTR – hij was onder meer het gezicht van de tv-programma’s Het ramadangevoel, Karim pakt zijn kans en Geloof in het onderwijs.
Met de Volkskrant wilde hij afspreken op het HMC, niet omdat hij er heeft gestudeerd of gedoceerd – dat heeft hij allebei niet – maar omdat hij het er, begrijpelijkerwijs, prachtig vindt. Overal zie, ruik en hoor je hout. De fiets en de vliegtuigvleugel die pontificaal in de hal staan geparkeerd, zijn van hout. In de werkplaatsen – waar mbo-studenten bezig zijn met bovenfrezen, winkelhaken, steeksleutels en rolmaten – klinkt permanent een gierend gezaag en ruikt het naar zaagsel.
Op zijn houten stoel in een kamertje op de zesde verdieping brandt Amghar meteen los. ‘Ik durf te stellen dat we in Nederland maar één grote kloof hebben. Die gaapt niet tussen links en rechts of tussen woke en niet-woke, maar tussen opleidingsniveaus.’ Aan de ene kant ervan zitten de mbo’ers, aan de andere kant de hbo’ers en wo’ers. ‘Ze leven in gescheiden werelden, ze hebben allemaal hun eigen cafés, sportclubs, interesses en uitgaansgelegenheden, ze stemmen op hun eigen partij.’
‘Opleiding als nieuwe verzuiling’, luidde de titel van de afscheidsrede die Mark Bovens, nu emeritus hoogleraar bestuurskunde aan de Universiteit Utrecht, afgelopen november uitsprak. Maar waar de protestantse, katholieke, socialistische en liberale zuil min of meer gelijkwaardig aan elkaar waren, is dat met ‘lager- en hogeropgeleiden’ – over die terminologie spreekt hij later nog – anders, zegt Amghar.
‘Ik spreek van een standenmaatschappij. Theoretisch opgeleiden leven gemiddeld vier jaar langer dan praktisch opgeleiden. Het verschil in gezonde levensjaren is nog groter, zo’n tien jaar.’ Dan is er nog het salarisverschil. Iemand met een wo-master verdient gemiddeld netto 4.000 euro per maand, een hbo- of wo-bachelor levert 3.000 euro op. Voor de hoogste mbo-niveaus is dat minder dan 2.500 euro.
Een man uit ‘de bestuurdersbubbel’ vertelde Amghar dat hij loodgieters kent die ‘bakken met geld verdienen’. ‘Dat zeggen hbo’ers en wo’ers altijd’, zegt Amghar. ‘Ja, er zijn zzp’ers die veel verdienen – vaak werken zij zestig uur per week en moeten ze eerder met pensioen vanwege lichamelijke problemen. Maar dat zijn de uitzonderingen. De meeste loodgieters zijn gewoon in loondienst.’
Vanaf 2026 verplicht een EU-richtlijn grotere bedrijven hun gender pay gap te openbaren. Amghar pleit ervoor die richtlijn te verbreden zodat niet alleen de inkomensverschillen tussen mannen en vrouwen, maar ook die tussen mbo’ers, hbo’ers en wo’ers aan het licht komen. ‘En de politiek moet stoppen met het toestaan van al die bonussen voor directies en belastingvoordelen voor grote bedrijven, zodat er meer geld kan naar de mensen op de vloer.’
Vroeger werd er tenminste openlijk neergekeken op mbo’ers. Dat zei Jos van Kemenade, onderwijsminister in de jaren zeventig en tachtig, vlak voordat hij in 2020 overleed tegen Amghar. ‘Van Kemenade zei dat de advocaat hardop zei dat hij niet wilde dat zijn zoon bij die van de timmerman in de klas zou komen. Dat maakte het probleem concreet – en bespreekbaar.’
Nu hoor je dat soort teksten niet snel meer. ‘Voortdurend wordt er gezegd dat het mbo zo cruciaal is, tijdens de coronacrisis klapten we voor de o zo belangrijke zorgmedewerkers’, zegt Amghar. ‘Tegelijkertijd geven we in Nederland jaarlijks 500 miljoen euro uit aan bijles. In 2000 was dat, gecorrigeerd naar inflatie, 26 miljoen. Ouders doen er álles aan om er maar voor te zorgen dat hun kind niet eindigt op het vmbo, vaak het opstapje naar het mbo. Als ze horen dat dat tóch gebeurt, raken ze in blinde paniek.’
De bijlessen betalen zich uit. Kreeg in 2014/15 nog 47 procent van de leerlingen maximaal een vmbo-advies, in 2022/23 was dat gedaald naar 41 procent. Deels is dit het gevolg van een oproep van Ingrid van Engelshoven, onderwijsminister van 2017 tot 2022, om ‘kansrijk te adviseren’.
Amghar noemt die oproep ‘goedbedoeld, maar fout’. ‘Er wordt overgeadviseerd, waardoor er nóg meer leerlingen havo of vwo gaan doen. Dat is doodzonde. We hebben juist veel meer mbo’ers – en dus ook vmbo’ers – nodig. Het FD kopte vorig jaar dat er een tekort is van 125 duizend bouwvakkers. Nu zijn er 66 duizend vacatures in de zorg, in 2033 zijn dat er 190 duizend. 190 duizend!’
Een hoger salaris alleen overtuigt onvoldoende mensen om die gaten te vullen, vermoedt Amghar. Er is ook meer erkenning nodig. Om het wederzijdse begrip te vergroten, bepleit hij onder meer dat hbo- en wo-studenten een periode moeten meelopen bij hun leeftijdsgenoten op het mbo.
Taalgebruik moet minder denigrerend worden. Noem het mbo niet langer ‘lager onderwijs’, maar ‘vakonderwijs’, zegt hij. ‘En zeg wetenschappelijk onderwijs in plaats van hoger onderwijs. Spreek niet over denkers en doeners. Alsof een elektromonteur die allerlei theorieboeken in zijn kop moet stampen om over verbindingen te leren, geen denker is.’
Bruggen en wegen noemt Amghar sinds kort kunstwerken. Dat vindt hij niet overdreven. ‘Ik snap dat je dat denkt, maar als je met die vakspecialisten praat en ze laten zien wat voor liefde en toewijding zij in hun ambacht stoppen, begrijp je dat het belangrijk is om ze wél zo te noemen.’
Ook deurbeleid moet veranderen, zegt Amghar. ‘Ik weet hoe het is om een club niet binnen te komen vanwege mijn afkomst. Discriminatie vanwege afkomst vinden we allemaal – terecht – een groot probleem. Maar discriminatie vanwege onderwijs vinden we heel normaal. Er zijn studentencafés waar mbo’ers niet binnenkomen (zie ook kader onderaan, red.), er zijn datingsites en verzekeraars alleen voor’, hij tekent aanhalingstekens in de lucht en spreekt het spottend uit, ‘hogeropgeleiden’. Fel: ‘Dat is toch schandalig?!’
Veel van zijn mbo-studenten voelen zich miskend door de politiek, zegt hij. Journalisten van de ‘mainstreammedia’ scharen ze in hetzelfde kamp. ‘Tijdens mijn lessen burgerschap merk ik dat ze selectief kritische denkvaardigheden hebben ontwikkeld. Ze zijn kritisch, soms veel te kritisch op de NOS en de kranten, maar wat Elon Musk, Donald Trump en Andrew Tate zeggen, nemen ze klakkeloos aan.’
In een poging het vertrouwen terug te winnen, heeft hij een ambitieus plan. ‘Ik wil dat artikel 1 van de Grondwet wordt aangepast’, zegt hij. Onder het discriminatieverbod moet wat hem betreft niet alleen godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, handicap en seksuele voorkeur worden genoemd, maar ook opleidingsniveau. ‘Het wijzigen van de Grondwet kost tijd, twee kabinetsperioden. Ik weet dat dit slechts een symbolische werking heeft, maar het geeft wel een stevig signaal af en ik denk echt dat dit haalbaar is. Dit is een van de weinige onderwerpen die partijen kunnen verbinden.’
Iederéén heeft baat bij meer waardering voor mbo’ers. Niet alleen de achterban van de PVV, van wie driekwart maximaal een mbo-opleiding heeft afgerond, maar ook die van GroenLinks-PvdA, van wie bijna tweederde een hbo- of wo-opleiding heeft afgerond. ‘Anders zitten zij straks met stront in de huiskamer omdat er geen loodgieter is, met bibberende lichamen omdat er geen elektromonteur is of met warrig haar omdat er geen kapper is.’
Voordat hij vader werd, dacht Amghar dat hij de diepe wens zou koesteren dat zijn kinderen voor ‘het hoogste’ – lees: de universiteit – zouden gaan. ‘Maar als gastdocent zie ik leerlingen die op het mbo een geweldige tijd zouden hebben, depressief worden omdat hun ouders ze richting het vwo pushen, om uiteindelijk maar op de universiteit te komen.’ Amghar zegt dat met zijn kinderen – ze zijn nu 8, 5 en 2 – nooit te gaan doen. ‘Stiekem hoop ik dat ze een ambacht gaan leren.’
Zelf wil hij het goede voorbeeld geven. ‘Ik wil nog een mbo-opleiding doen waarmee ik me uiteindelijk kan laten omscholen tot bouwspecialist of elektromonteur. Tegen die tijd hoop ik wel dat de salarissen wat hoger zijn.’
Karim Amghar: Maar dat begrijp jij toch niet – Over het onderschatte belang van het mbo. De Correspondent; 144 pagina’s; € 15,-.
De toevoeging van opleidingsniveau aan artikel 1 van de Grondwet heeft ‘juridisch weinig zin en is inderdaad vooral symbolisch van aard’, schrijft Janneke Gerards, hoogleraar fundamentele rechten aan de Universiteit Utrecht, in een e-mail. ‘De opsomming van gronden in de Grondwet is namelijk niet uitputtend, omdat discriminatie ‘op welke grond dan ook’ verboden is.’
De mbo-student die in 2023 werd geweigerd bij een studentencafé Utrecht kan zich niet op de Grondwet beroepen, omdat die alleen betrekking heeft op het handelen van de overheid. De café-eigenaar kan wel worden aangesproken op grond van de Algemene wet gelijke behandeling, aldus Gerards, ‘maar die verbiedt dan weer geen onderscheid op grond van opleidingsniveau’. Over de toevoeging daarvan wordt soms wel gesproken.
Gerards denkt wel dat de mbo-student zou kunnen proberen bij de burgerlijke rechter schadevergoeding te claimen omdat de caféhouder onrechtmatig handelt. ‘De rechter zou dan moeten onderzoeken of de caféhouder steekhoudende argumenten kan geven voor het uitsluiten van mbo-studenten, maar ik kan niet zo snel bedenken of die er wel zijn.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant