Home

De biografie van chef-kok Alice Waters is de feelgoodfilm van de levensverhalen

is columnist voor de Volkskrant.


Ik was ooit midden in de winter bij Key West Island Books, een zonovergoten, romantisch boekwinkeltje in Florida. Google het maar. Daar kocht ik de perfect bij dat winkeltje passende biografie Alice Waters and Chez Panisse: The Romantic, Impractical, Often Eccentric, Ultimately Brilliant Making of a Food Revolution. Ja, een titel in het genre Vermoeide Lange Semi-Grappige Boektitels van Begin Jaren Tweeduizend. De schrijver is Thomas McNamee.

Het boek werd een van mijn lievelingsboeken in het genre feelgood-autobiografieën. Ik ben sowieso dol op levensverhalen: memoir, memoires, biografie, autobiografie. (Wat is het verschil tussen een memoir en memoires, vroeg ik me ineens af. Nou, memoir is het Engelse woord, en memoires het Franse, en in het Nederlands hebben we er geen woord voor dus doen we maar wat.)

Terug naar Alice Waters. Zij is een Amerikaanse vrouw die eind jaren zestig naar Parijs ging, daar groentesoep at en betoverd werd. ‘Hij was niet gepureerd, alles was heel fijn gehakt, en zo heerlijk.’ Ze richtte, terug in Berkeley, Californië, Chez Panisse op, een Frans restaurantje met allemaal verschillende houten stoelen en vers eten. Dat restaurantje werd een hype, Alice werd met haar verse groenten een grote invloed op mensen als Jamie Oliver en Michelle Obama, en Chez Panisse bestaat nog steeds.

Haar verhaal leest als de Pixarfilm Ratatouille, zo comfortabel culinair, zo vol overkomelijke tegenslagjes, zo de Amerikaanse versie van Frans. Alice weet als beginnende kok dat je soufflé in een koperen schaal moet maken, maar het koper is niet brandschoon, dus wordt de soufflé groen. Ze kan totaal niet met geld omgaan. Ze huurt iemand in als ober omdat hij er ‘Oostenrijks’ uitziet.

Maar ik doe haar nu tekort, net als de schrijver van het boek, die nogal veel nadruk legt op hoe tenger en chaotisch Alice Waters is. Ze heeft een visie, vergaarde enorm veel succes en lijkt me sowieso een (tengere) stormram.

Zo is er in haar restaurantje vanaf het begin een tafel geheel gewijd aan een vaas met bloemen, waardoor ze geen geld kan verdienen aan dat tafeltje, maar dat is dan maar zo. Ze was bezig met biologisch voor de meeste mensen met biologisch bezig waren. Ze bedacht een vaste menukaart, zonder keuze, wat in die tijd in Amerika heel bijzonder was. Haar restaurant was, en is, zo ingericht dat de zeebries naar binnen waait en precies de geuren van de keuken naar de neuzen van de gasten brengt.

Kortom: dit is de feelgoodfilm van de levensverhalen.

Ik ben ook dol op (auto)biografieën en memoir(e)s die aanzienlijk minder Californisch, licht verteerbaar en zonnig zijn – zo raasde ik dit weekend als een bezetene door de Vlaamse, verdrietige, prachtige, zware en toch ook lichte Autobiografie van mijn lichaam van Lize Spit. Voor ieder gemoed is er een levensverhaal.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next