Europa moet zich niet zwakker voordoen dan het is. Een Russisch-Amerikaans onderonsje kan geen vrede in Oekraïne brengen. Daar heeft Donald Trump Europa simpelweg hard voor nodig.
is politiek verslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft over veiligheid, diplomatie en buitenlands beleid.
Het lijkt een beetje op een oefening kunstschaatsen in de woestijn: spreken over een eventuele Europese militaire macht die na een akkoord (dat er nog in de verste verte niet is, en waarbij de ‘minimumeisen’ van Rusland en Oekraïne diametraal tegengesteld zijn) in Oekraïne moet worden ontplooid, zonder enige duidelijkheid over de belangrijkste randvoorwaarden, de mate van Amerikaanse betrokkenheid vooropgesteld.
Dat was de reden voor betrokken landen om over de diplomatieke verkenningen hierover de afgelopen maanden niets naar buiten te brengen. Maar de snelheid waarmee president Donald Trumps vredesoffensief plots van start gaat, en de marginalisering van Oekraïne en de rest van vrij Europa in die eerste fase, hebben dat veranderd.
Nu moeten alle zeilen worden bijgezet voor een serieuze Europese rol in die onderhandelingen. En daar hoort ook de meer openbare discussie over een militaire bijdrage bij, als onderdeel van de inzet dat na een akkoord de Russische agressie tegen Oekraïne nooit mag worden hervat.
In die context moet de Britse bereidheid worden bezien om ‘zo nodig’ met Britse militairen ‘on the ground’ een rol te spelen. Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk gelden als de landen die een voortrekkersrol spelen in de organisatie van zo’n militaire macht. De afgelopen dagen kwam ook een aantal andere landen dat positief staat tegenover een mogelijke bijdrage uit de schaduw – naast Nederland ook Zweden en Finland. Zij vormen de kern van wat een grotere macht moet worden met deelname van andere Europese en niet-Europese landen.
Drie grote Europese landen (Polen, Italië en Duitsland) zijn vooralsnog terughoudend over deelname – om een waaier aan politieke, grondwettelijke, veiligheidspolitieke en historische redenen. Duitsland vindt het, vlak voor de verkiezingen van komende zondag, prematuur om zich uit te spreken. Europese verdeeldheid is niets nieuws, de vraag is of de huidige geopolitieke noodsituatie voldoende druk creëert om deze te overwinnen.
Hoewel recentelijk werd gespeculeerd over een afschrikkingsmacht van wellicht 100 duizend of ten minste 40 duizend militairen, lag er volgens bronnen van de Volkskrant ook een ‘tripwire-macht’ van circa 15 duizend soldaten op tafel. Deze zou op vier cruciale plekken in Oekraïne moeten worden gelegerd. De duizend kilometer lange bestandslijn wordt in elk scenario in eerste instantie bewaakt door het Oekraïense leger, dat groter is dan alle te ontplooien Europese landstrijdkrachten samen.
Waar de Britten in de Golfoorlog een divisie konden sturen (bestaande uit drie brigades), zit veel meer dan een brigade (van circa vijfduizend militairen) er nu niet in. Nederland, dat jarenlange Navo-verzoeken om meer en sterkere landstrijdkrachten in de wind sloeg en al militairen heeft in Litouwen, zal met moeite een bataljon (tussen de vierhonderd en tweeduizend militairen) kunnen sturen. Frankrijk heeft meer parate troepen dan de Britten, maar die zijn wel lichter uitgerust.
Tegelijkertijd moeten Europese landen zichzelf niet zwakker maken dan ze in werkelijkheid zijn: Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk zijn kernmachten, en de Europese coalitie van bereidwilligen zal bestaan uit kleinere maar moderne krijgsmachten, uitgerust – ook te water en in de lucht – met krachtige en geavanceerde wapensystemen.
Een ‘afschrikkingsmacht’ in Oekraïne is sowieso niet te vergelijken met eerdere vredesmachten, alleen al vanwege de betrokkenheid van kernmachten. Bovendien is het de bedoeling dat de ‘militaire macht’ maar één element is uit een groter pakket aan ‘veiligheidsgaranties’ voor Oekraïne. Cruciaal in alle gevallen zal de mate van Amerikaanse betrokkenheid zijn. En daarnaar blijft het voorlopig gissen.
De regering-Trump worstelt. President Trump wil Oekraïne geen Navo-lidmaatschap geven, maar zijn team heeft wel vertrouwelijke signalen afgegeven dat Europese militairen in Oekraïne op Amerikaanse steun kunnen rekenen. Alle Europese betrokkenen eisen vooralsnog dat er duidelijke afspraken komen over de afschrikkingsmacht en de garanties voor Oekraïne. Als Trump zulke garanties niet kan geven, belandt zijn vredesbelofte in de prullenbak.
Trump kan bovendien de Russische president Vladimir Poetin óók niet geven wat die wil. Poetin zal willen doorvechten en tegelijkertijd in lange onderhandelingen concessies van Trump willen afdwingen. Op een ‘echte oorlog met Europa’ zit de Russische president niet te wachten. Kortom, Europese landen hebben enige tijd om de militaire steun aan Kyiv verder op te bouwen en een zo krachtig mogelijke afschrikkingsmacht te organiseren.
Afgelopen dagen suggereerde de Amerikaanse minister van Defensie Pete Hegseth dat de VS geen rol zouden spelen bij een Europese afschrikkingsmacht, maar later lag dat toch anders. De Republikeinse senator Lindsey Graham suggereerde zelfs dat Oekraïne ‘automatisch en per direct’ Navo-lid moet worden bij Russische agressie na een vredesakkoord. De VS houden ook de optie open om toch militairen naar Oekraïne te sturen als het tot een delfstoffendeal met dat land komt. Kortom, het is nog te vroeg voor definitieve conclusies.
Na de trans-Atlantische tranen waarmee de Duitse voorzitter Christoph Heusgen afgelopen zondag de roerige veiligheidsconferentie in München afsloot, daagt nu het besef dat vrije Europese landen – net als Oekraïne – niet te negeren zijn, omdat zij niet gehouden zijn aan Amerikaans-Russische onderonsjes. Als vrij-Europa wil, kan het zijn invloed doen gelden, en dat biedt perspectief.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant