Home

Je hoeft niet op Latijn en Grieks te zwoegen om je te onderscheiden

De leerlingen van het Marnix Gymnasium in Rotterdam hebben vorige week iets belangrijks geleerd: je mond opendoen helpt – mits je een goed verhaal hebt. Ze staakten de lessen en versierden hun school met hartjes, om te protesteren tegen de gedwongen overplaatsing van enkele docenten. NRC ging kijken op de school. ‘De leerlingen houden van onze docenten, zij zijn het die het Marnix maken zoals wij zijn’, vertelt een briefje op de muur. De actie had succes: scholenkoepel CVO schort de plannen op.

Hartverwarmend, zo’n actie. Vooral dat ‘wij’. Zo’n grote betrokkenheid bij de school is zeldzaam. Ze is typerend voor de sfeer op veel zelfstandige gymnasia: zij vormen prettige, kleine gemeenschappen van jongeren en volwassenen die zich er thuis voelen en voor elkaar opkomen. Zo’n school gun je ieder kind, ook dat zonder vwo-advies.

Toch floreren niet alle 41 zelfstandige gymnasia in Nederland: bij 70 procent daalde het leerlingenaantal de afgelopen vijf jaar. Op het Marnix Gymnasium is de daling 12 procent en 20 procent van de leerlingen verlaat de school voortijdig. Het Stedelijk Gymnasium Arnhem kent zelfs een daling van 31 procent. En dat na veertig jaar gestage stijging: tussen 1980 en 2018 verdubbelde het aantal leerlingen op zelfstandige gymnasia van vijftienduizend naar dertigduizend.

Over de auteur
Aleid Truijens is schrijver en recensent en columnist voor de Volkskrant. Ze schreef romans en biografieën over F.B. Hotz en Hella Haase. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit.

Zijn gymnasia elitaire bolwerken? Als het aan de gymnasia zelf ligt zeker niet: zij doen er alles aan om slimme kinderen van lageropgeleide en minder rijke ouders aan te trekken en slagen daarin soms. Enkele gymnasia laten ook kinderen toe met een havo/vwo-advies en begeleiden hen goed, en met succes. Maar veel ouders zoeken voor hun kind een school met gelijkgestemden, waar het ‘past’ en niet naar een lager niveau kan afglijden: zo klonen generaties hoogopgeleiden zichzelf.

Het is vooral een gevoel. Het gymnasium is feitelijk gewoon een vwo-school met verplicht Latijn en Grieks en een van die klassieke talen als examenvak. Gymnasiasten zijn niet speciaal dol op klassieke talen en zijn er niet briljant in; in de afgelopen 25 jaar was het gemiddelde eindexamencijfer Latijn 6,36. Examenresultaten op zelfstandige gymnasia liggen maar iets boven het vwo-gemiddelde. Met resultaten van gymnasiasten op scholengemeenschappen zijn ze niet vergeleken; vermoedelijk presteren die goed, want scholen selecteren hun beste brugklassers voor de gymnasiumafdeling.

Louise Elffers beschrijft in het slothoofdstuk van de lezenswaardige bundel Opgelet! – 750 jaar onderwijs in Amsterdam (Walburg Pers) hoe moeizaam ‘standenonderwijs’ te bestrijden is; het verschijnt telkens in nieuwe vormen. Na de komst van de Mammoetwet in 1968 steeg het aantal kinderen van laagopgeleide ouders dat ‘doorleerde’ en de universiteit bereikte spectaculair, schrijft ze, maar de ongelijkheid verdween niet. De afgelopen tien jaar nam de ongelijkheid weer toe, vooral na het advies in groep 8: ‘Ook als leerlingen gelijk presteren aan het eind van het basisonderwijs krijgen ze ongelijke adviezen.’ Er kwamen meer categoriale scholen, scholen met speciale profielen en scholen die meer schoolgeld vragen; de bijlesbureaus bloeiden.

Dat gymnasia nu krimpen is niet in tegenspraak met die trend. Er is simpelweg meer keus. Je hoeft niet op Latijn en Grieks te zwoegen om je te onderscheiden. Je kunt ook naar een meertalig vwo, of een technasium. Ik vind dat op zich een goede ontwikkeling. Je kunt ook denken aan scholen voor kinderen met aanleg voor sport of kunst. Mochten we ooit naar een systeem van latere selectie gaan, wat ik hoop, dan bieden de bestaande gymnasia én de nieuwe gespecialiseerde scholen prachtige routes voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs, aantrekkelijk voor iedereen die dat niveau aankan.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next