Home

Dedain en bewondering tegelijk: Europa kijkt al decennia met tegenstrijdige gevoelens naar de VS

Voor Europa zijn de Verenigde Staten onder leiding van Donald Trump zowel een voorbeeld als een schrikbeeld. Maar die ambivalente houding bestaat al veel langer.

schrijft over geschiedenis voor de Volkskrant en recenseert non-fictie.

‘De wereld is hem tot speelgoed geworden’, schreef historicus Johan Huizinga in 1926 over de Amerikaan. ‘Wat wonder als hij zich daarmee als een kind gedraagt.’ Huizinga’s oordeel over de Verenigde Staten, de nieuwe grote mogendheid die zich na de Eerste Wereldoorlog schielijk van Europa had afgewend, was overigens niet alleen maar negatief.

In de rubriek Toen duiken historici en specialisten van de Volkskrant in het verleden om de actualiteit beter te kunnen begrijpen.

Huizinga prees de werklust en de inventiviteit van de Amerikanen. Hij was gefascineerd door hun steden – die hij ‘soms heel mooi’ vond, maar ‘vaak afstotend lelijk en oninteressant’. Maar na een verblijf van enkele maanden in de nieuwe wereld voelde hij ‘slechts heimwee naar wat oud en stil is. (...) Uw leven schijnt ons soms nauwelijks meer waard om geleefd te worden, om van Uw toekomst niet te spreken.’

Lawaaiig consumentisme

Dezelfde ambivalentie tegenover de Verenigde Staten klonk door in de brieven die de Amsterdamse student Max Kohnstamm in 1938-’39 tijdens een studiereis door de Verenigde Staten schreef aan zijn ouders. Enerzijds waardeerde hij de ‘blijde daadkracht’ van de Amerikanen en kon hij diep ontroerd raken door hun ‘vriendelijkheid en ongecompliceerdheid’.

Anderzijds verfoeide hij hun lawaaiige consumentisme te midden van schrijnende armoede. ‘Ik gaf tien jaar van mijn leven als ik nu jullie radiotoestellen, ijskasten, auto’s, liften en drugstores op een hoop kon gooien en in brand kon steken.’

Het Europese dedain voor een land dat tegelijkertijd ontzag wekt (of intimideert), heeft een flinke impuls gekregen door de herverkiezing van Donald Trump. Europese economen hekelen Trumps importtarieven als ‘een heel domme maatregel’.

Een paar dagen nadat Trump zijn Russische ambtgenoot de bezette delen van Oekraïne cadeau deed, figureerde hij in lezersbrieven naar de Volkskrant als ‘de onnozele Amerikaanse president die – ziende blind – verantwoordelijk is voor het verraad van Kyiv.’

Europeanen vrezen het einde van een trans-Atlantische waardengemeenschap. Zij vergeten echter dat de Verenigde Staten en Europa vaak onwillige partners van elkaar zijn geweest, en dat het adjectief ‘Amerikaans’ in Europa van oudsher zowel positieve als negatieve associaties wekt.

De ‘supermarket’

Zelfs in de jaren vijftig, de hoogtij van wat ‘de Amerikaanse eeuw’ werd genoemd, vormden de Verenigde Staten vaak het doelwit van Europese cultuurkritiek, hun glansrol tijdens de Tweede Wereldoorlog ten spijt. Zo werd de supermarkt, vaak nog op z’n Amerikaans gespeld als ‘supermarket’, niet a priori als een vooruitgang gezien. De klant, het toenmalige synoniem van ‘huisvrouw’, zou niet graag afstand willen doen van de dienstverlening door de kruidenier en van het praatje met buurtgenoten aan de toonbank.

En waarom zou je melk of brood in de supermarkt kopen als deze producten dagelijks aan huis worden bezorgd? In 1962 stelde de Volkskrant echter vast dat ‘het Amerikaanse winkelsysteem’ in Europa toch in een behoefte bleek te voorzien. Telde (West-)Europa in 1950 nog geen duizend supermarkten, tien jaar later waren het er al 36 duizend. In deze ontwikkeling liep Nederland voorop, meldde de verslaggever niet zonder trots.

Tegelijkertijd werd de supermarkt als de bakermat van het consumentisme aangemerkt, en dat begrip had allerminst een positieve bijklank. Volkskrant-verslaggever Carel Enkelaar hekelde de eigenaardigheden van de Amerikaanse ‘Broadway-jeugd’, waardoor ook Nederlandse jongeren ‘in een reactie op de oorlogsjaren’ dreigden te vervallen. Daarbij doelde hij op hun ‘Coca-Cola-dorst, de Pepsodent-lach’ en, bovenal, op hun verering voor de vertolkers van vluchtige ‘tophits’.

Hoezo tegencultuur?

Ten tijde van de Vietnamoorlog getuigde het van goede smaak om bezwaar te maken tegen Amerika en alles waar het voor zou staan. Maar deze Europese tegencultuur, met haar protestliederen, vlagverbrandingen, sit-ins en actievoerders in spijkerbroek, deed juist heel Amerikaans aan. De eerste Vietnamprotesten in Europa maakten dan ook meer indruk op de Europeanen dan op Amerikanen.

In Der Spiegel sprak de bevelhebber van de Amerikaanse troepen in West-Berlijn zijn verbazing uit over de woede die Vietnambetogers bij Amerika-minnende stadgenoten hadden gewekt. In de Verenigde Staten behoorden deze protesten tot de orde van de dag. Dus hoezo tegencultuur?

De huidige tegencultuur in Europa wordt belichaamd door de Europese geestverwanten van Trump die aan de macht zijn, of die tegen de macht aan schurken. Politici als Viktor Orbán, Geert Wilders, Marine Le Pen, Herbert Kickl en Alice Weidel. Voor hen is de Amerikaanse eeuw pas net begonnen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next