Home

‘Ik dacht: ik wil niet dat jij hier helemaal alleen sterft’

Politiemensen over die ene melding, wat er daarna gebeurde en hoe dat hun kijk op het vak heeft veranderd. Rob Keet (61) ging als piepjong broekie naar een dodelijke aanrijding. Bijna veertig jaar later kreeg hij ineens nachtmerries. ‘Praten met een deskundige helpt echt.’

is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant.

‘Ik twijfelde of ik aan deze serie zou meedoen. Maar ik denk dat dit voor sommige collega’s zinvol kan zijn, daarom vertel ik dit verhaal.

‘In de jaren tachtig – ja, zo lang zit ik al bij de politie – moest ik als piepjong broekie met mijn collega Rolf naar een dodelijke aanrijding. In een warme zomernacht waren, op de weg van Alkmaar naar Purmerend, twee auto’s frontaal op elkaar gebotst.

‘Voor in de ene auto zat een echtpaar. De bestuurster was dood, haar man zwaargewond. Hun kindje was door de voorruit gekatapulteerd en lag huilend op straat. Verder hing er die nacht een vreemde, surrealistische stilte.

‘Een ambulance arriveerde kort na ons. Rolf richtte zich op dat echtpaar, ambulancemedewerkers bekommerden zich om het kindje en ik liep naar de andere auto, waarin een jong meisje bekneld achter het stuur zat. Ze was 19 jaar en had nog maar net haar rijbewijs.

Geruststellende woorden

‘Ik voelde me totaal machteloos. Het meisje zat klemvast onder het motorblok. Ze hing half uit het portier, de ruit lag in gruzelementen. Ze bloedde hevig, maar ademde en bewoog nog. Ik vermoedde dat ze het niet ging redden en dacht: ik wil niet dat jij hier helemaal alleen op straat sterft. Ik heb haar vastgehouden, hield haar dicht tegen me aan en zei geruststellende woorden. Pas toen een ambulancemedewerker kwam, haar pols voelde en constateerde dat ze was overleden, liet ik haar los. Zij moest worden uitgezaagd, ik zat helemaal onder het bloed.

‘Het was in de tijd waarin er nauwelijks psychische hulp was bij dit soort incidenten. Tegenwoordig hebben we prachtige opvangteams, collegiale ondersteuning en eenheidspsychologen. Maar die waren er allemaal nog niet. Dus je handelde zoals je dacht dat het beste was. Ik weet nog dat de wachtcommandant zei: ‘Ga jij maar met een dienstauto naar huis’, want ik was vanwege het mooie weer vijf kwartier fietsend vanuit mijn woonplaats naar het bureau in Purmerend gekomen.

‘Om dit heftige incident voor mezelf goed af te sluiten, ging ik de ouders condoleren en vertellen dat ik hun dochter had vastgehouden, dat ze in mijn armen was gestorven. Ik heb zelf geen kinderen, maar kan me voorstellen dat je het als vader of moeder fijn vindt om te weten hoe die laatste ogenblikken met je kind zijn gegaan, dat ze niet alleen was. Ik herinner me dat die ouders daar heel dankbaar voor waren. Ze vroegen of ik naar de uitvaart wilde komen. Ook dat heb ik gedaan.

Jonge slachtoffers

‘In mijn carrière heb ik veel te maken gehad met ernstige delicten. Moord, gijzelingen, noem maar op. Maar de incidenten met pubers en kinderen komen harder binnen. Ik ben vaker met ouders gaan praten en naar uitvaarten van jonge slachtoffers gegaan.

‘Een jaar of drie geleden kreeg ik, totaal onverwacht, nachtmerries met herbelevingen. In mijn dromen worstelde ik met mijn onmacht bij sommige incidenten, zoals bij het ongeluk van dat 19-jarig meisje. Ik begon me af te vragen: is het goed dat ik haar vasthield? Is het bijwonen van de begrafenis een goede manier om zoiets af te sluiten?

Ik heb gewoon gehandeld op gevoel, daar waren geen regels voor. Rolf had bij die andere slachtoffers superprofessioneel opgetreden, die hield veel meer afstand. Dat is ook een keuze, en ook goed. Ik zag dat mijn betrokkenheid erg werd gewaardeerd door die ouders, dus dat is ook goed. Maar ik ging wel denken: liet ik het te dichtbij komen?

‘Daar had ik wel even hulp bij nodig. Ik ben begeleid door een traumapsycholoog. In eerste instantie houd je zo’n traject het liefst voor jezelf, maar als ik erover praat zeggen collega’s van mijn generatie: ‘Vertel eens, waar kan ik heen voor zulke hulp?’ Dus blijkbaar is dit herkenbaar.

Klachtenvrij

‘Ik had geen PTSS; mijn nachtmerries werden behandeld als een slaapprobleem. Daar zijn technieken voor. Ik vertel niet hoe dat bij mij ging, dat vind ik te persoonlijk, maar in het algemeen helpt de traumapsycholoog je het verhaal te herschrijven. Je gedachten worden zodanig getraind dat je droom een andere uitkomst krijgt. En dan gaat het over. Ik heb dat als zeer waardevol ervaren. Ik ben sindsdien helemaal klachtenvrij, de nachtmerries zijn verdwenen.

‘Dat is mijn boodschap: maak zulke dingen bespreekbaar. Gesprekken met een deskundige helpen echt. Ik heb inmiddels aanvaard dat die persoonlijke manier van optreden toch een goede keuze was. De psycholoog zei: ‘Als jij meer afstand tot dat meisje en die ouders had gehouden, had je die herbelevingen waarschijnlijk evengoed gekregen.’ En: ‘Iedere ouder zou willen dat een politieman bij zo’n ongeluk zo betrokken is bij je kind.’

‘Ja, ik heb het heel dichtbij laten komen. Maar toch heb ik geen spijt. Nog steeds zie ik die dankbare ouders voor me. Als zich nu dezelfde situatie zou voordoen, handel ik weer op dezelfde manier. Onder dit uniform zit namelijk een mens.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next