Home

De Turkse levensliedzanger Ammar: ‘Zingen is als therapie, je kotst je ellende tegen de spiegel aan’

Ammar Bozoglu uit Deventer was drugsverslaafd en leefde in zijn auto, tot een kennis hem er – letterlijk – uit sleurde en aanmoedigde iets te doen met zijn grote passie: het levenslied. Nu is er zijn debuutalbum Turk uit de kroeg.

is redacteur popmuziek van de Volkskrant.

Zijn verhaal is eigenlijk een levenslied op zich. Een smartlap met een strak getimede snik maar ook oprechte emotie, die de keel best even mag dichtknijpen als u hem meezingt in de kroeg.

De Turkse Deventenaar Ammar Bozoglu (27) zat al aan de grond, maar wist zelfs daar nog een neerwaartse spiraal te vinden. Drank en drugs, dakloos, doffe ellende. Maar toen ging hij zingen, met zijn in 2004 overleden held André Hazes in het achterhoofd. André Hazes, de man die van zijn ellende en verdriet zijn hoogste kunst wist te maken. De Heilige Hazes, de cultheld van het levenslied en de volkszanger die kennelijk al jaren als een engel over Bozoglu waakt.

Bozoglu zong Hazes eens in de kebabtent van zijn achterneef, werd gefilmd en ging in 2020 viraal. Hij kreeg een wat ongelukkige bijnaam, die hij desondanks omhelsde: Ali Hazes. Maar daarna werd hij gewoon ‘de artiest’ Ammar, de Turks-Nederlandse volkszanger die zijn vreemde levensloop nu in ontroerende liedjes als Ik kom van ver giet. En die tegenwoordig enorme Nederlandstalige hits scoort als Turk uit de kroeg, dat natuurlijk ook honderd procent autobiografisch is, al drinkt hij tegenwoordig een pintje minder.

Als we met Ammar afspreken in een riante sushitent in Deventer, dan zien we gelijk dat het goed met hem gaat en hij zich de afgelopen jaren werkelijk uit de put heeft gezongen. Hij verschijnt in een op het lijf gesneden, licht glanzende outfit met een strak gestreken zwart overhemd van de bovenste plank. ‘Dit wilde ik altijd zijn’, zegt hij over zijn kledingkeuze. ‘Een jongen die in een zwart pak komt binnenwandelen.’ Maar dan gelukkig wel met de breedst mogelijke glimlach op zijn gezicht, en een hartelijk uitgestoken hand.

Deventer

Hij vertelt eerst over zijn geliefde Deventer, de stad waar hij opgroeide als kind van Turks-Koerdische ouders. Hij weet veel van de stad. ‘Ik laat je straks een muur zien waarin gaten zitten, van kanonskogels die volgens mij vanuit Twello op Deventer werden afgevuurd.’ Wetenswaardig. ‘En wist je dat Deventer een grote Turkse gemeenschap heeft, en zelfs een Turks consulaat?’

Hij gooit er gelijk maar de volgende anekdote uit, waar hij best trots op is. ‘Ik werd drie maanden geleden uitgenodigd in dat consulaat. Ik zeg tegen mijn manager: nou, we zijn kennelijk goed bezig. Dus wij komen daar aan, de deuren zwaaien open. We lopen naar boven in een zaal met een grote Turkse vlag naast een Nederlandse. En een portret van Erdogan. Ja, het greep me wel aan. Ik ging daarna naar mijn moeder. Ik zei: mam, wat ik nou heb meegemaakt. Zij: hoezo, wat dan? Ik: nou, ik werd uitgenodigd op het Turkse consulaat! Zij: nee joh! Mijn vader ook trots.’

Bij alles wat hij de laatste jaren heeft bereikt, is dit voor hem misschien het belangrijkst: zijn herstel als mens en het feit dat hij zich nu, na diepe dalen, weer over zijn familie kan bekommeren: zijn vader, zijn moeder en zijn zussen.

Volksmuziek

Want van die familie kreeg hij tenslotte de Hazes-liefde mee. ‘Mijn vader spreekt heel gebrekkig Nederlands, maar hij houdt erg van Turkse volksmuziek. Die verschilt niet veel van de Nederlandse, want heeft ook zo’n mooie snik en er zit ook zo veel gevoel in. Mijn vader ontdekte in Nederland het werk van Hazes, hij vond dat prachtig.

We zaten een keer in de auto. Hazes was op de radio. Hij keek mij indringend aan en zei: als je in Nederland niet naar Hazes luistert, ben je geen man. In het Nederlands klinkt dat misschien een beetje gek, maar in het Turks is het heel vriendelijk bedoeld. Mijn vader heeft veel meegemaakt in zijn leven. Hij zei dat Hazes troost kon bieden. Oké, dacht ik. Ik was een jaar of 8.’

Ammar maakte zelf ook het een en ander mee in zijn leven. ‘Het was niet altijd makkelijk. Mijn vader en moeder hadden vaak ruzie. Als kind grijpt dat je wel aan, ook al wordt het bijna normaal. Maar ik ging toen thuis dus óók maar naar Hazes luisteren. Ook om troost te zoeken.’

Ammar verdiepte zich daarna in Hazes’ verhaal. ‘Ik ben zelfs naar zijn huis geweest in Vinkeveen. En naar zijn stamkroeg. Kippenvel, niet normaal.’ En Ammar ging Hazes zingen, uiteraard. Eerst gewoon als uitlaatklep. ‘Als je problemen hebt, is zingen therapie. Je kotst je ellende bijna letterlijk tegen de spiegel aan.’

Drugs

En Ammar verzoop in die ellende, zonk steeds dieper weg naarmate hij ouder werd. Hij doet er niet geheimzinnig over. ‘Ik dronk, gebruikte drugs, cocaïne en crystal meth. Het ging echt niet goed. In het begin word je euforisch van drugs, je vindt alles ineens leuk. Maar daarna ga je gebruiken met je emotie. Omdat je boos bent over hoe het met je leven is gegaan.’

Hij raakte alles kwijt en belandde op straat. ‘Ik was eenzaam. Ik sliep in een auto, ook in de winter: wat wás het koud.’ In zijn liedje Ik kom van ver zingt hij over die tijd, in klare taal: ‘Ik kom van ver, van dicht bij de bodem/ Ik heb zoveel fouten gemaakt/ Hoe kon ik het ooit, zo ver laten komen/ Ik keer het terug, het is nog niet te laat.’

Hij kan zich wel voor zijn kop slaan als hij denkt aan vroeger, wat toch nog niet zó lang geleden is. ‘Het was dom. Maar het heeft me wel gemaakt tot wie ik nu ben.’

‘Hé, teringlijer’

Want er voltrok zich een wonder in het leven van Ammar, een mirakel met de glans van een kerstverhaal. Een kennis kon de misère van die jongen in die auto niet meer aanzien en greep in. Ammar: ‘Maar echt fysiek dus. Hij doet die auto open en hij zegt: ‘Hé, teringlijer, jij hebt vier zusjes, je hebt je moeder en je vader, en die doe je allemaal heel veel verdriet. En nu is het gewoon klaar met jou.’ En hij trekt mij uit die auto.’

Ammar schrok ervan. Maar realiseerde zich ook dat er misschien een momentje was aangebroken. ‘Ik dacht: dit heb ik denk ik even nodig. Dat iemand mij even vast pakt en vraagt: what the fuck ben jij eigenlijk aan het doen?’

Het bleef niet bij een scheldpartij. De kennis, Jermain Jolly, nam Ammar op in zijn gezin, eerst maar eens om af te kicken van de drugs en de drank. Jolly is een ondernemer, actief in de Deventer horeca, en hij gaf Ammar wat te doen in een restaurant. ‘Hij regelde een soort dagbesteding voor me. Voor het restaurant de deuren opende, ging ik bijvoorbeeld dweilen en stofzuigen. Terwijl ik dus nog aan het afkicken was. Ik heb toen best veel drank uit de kastjes getrokken. Dan trok ik het niet meer, want dan was ik aan het trillen en zweten.’

Hoop

Maar het grijpen naar de drank werd steeds minder. ‘Ineens was ik clean. En elke dag voelde als een stap vooruit, weg van de ellende.’ De kennis werd een vriend. ‘Ik werd gewoon familie. En ik kreeg zanglessen, omdat Jermain wist dat ik leuk kon zingen. Doe daar dan iets mee, was ook zijn idee. Hij gaf me de hoop én een kans iets van mijn leven te maken.’

Het filmpje van de zingende Ammar in de kebabzaak was op de filmpjessite Dumpert intussen een onverwachte klikhit geworden: een feelgoodclip van een Turkse jongen in een zéér Turks decor, die een perfecte Hazes nadoet, met loepzuiver vibrato. De cover van het Hazes-liedje was ook nog goed gekozen: Ik leef mijn eigen leven.

En dat eigen leven begon voor Ammar steeds beter te lopen. Vriend Jermain kende mensen in Deventer, en bijvoorbeeld ook iemand die de tourmanager was van zanger en rapper Snelle. ‘Jermain stapte op hem af en zei: ik heb dus een jongen onder mijn hoede, die kan wel zingen. Hij is wel zwaar verslaafd geweest, hij is aan het afkicken. Maar kunnen we wat doen?’ Natuurlijk wel, in Deventer doen ze niet moeilijk.

Een droom

Van het een kwam het ander: Ammar kon een stel liedjes opnemen in een studio, vanzelfsprekend in het volkse genre. Hij kon tekenen bij een label. ‘Oké, dacht ik, dit wordt steeds groter.’ En Ammar stond ineens op de podia, naast artiesten uit het Nederlandstalige liedjescircuit tegen wie hij altijd nogal had opgekeken. ‘Ik stond gelijk al in de grote zalen. En ik werd een beetje raar in mijn hoofd.’

Het voelde als een droom, zegt hij. En hij moest af en toe dus even geknepen worden. En met de voeten terug op aarde worden gezet, als hij wat te hoogdravend dreigde te worden. Dan kwamen de levenslessen weer van zijn vriend Jermain, die zich inmiddels ook had benoemd tot Ammars manager. ‘Die zei dan: luister vriend, jij gaat nu even heel snel normaal doen. Nou, dan stond ik dus weer onderaan de ladder. Dat is de chemie tussen ons, nog altijd. Hij houdt mij rustig.’

Ammar heeft nu een debuutalbum uit, vijf jaar na zijn doorbraak als Ali Hazes. En op zijn plaat Turk uit de kroeg staan liedjes vol menselijk drama, maar dan op luchtige wijze verpakt. Belastingdienst bijvoorbeeld, toch een wat vreemde titel op een levensliederenplaat.

Ammar: ‘Mijn familie heeft de toeslagenaffaire meegemaakt, en dat wilde ik van mij af zingen. Maar ik besloot er wel een feestnummer van te maken. Want kijk: er is dus iets fout gegaan. Maar we leven ook in een land waar veel dingen goed kunnen gaan. Waar fouten ook kunnen worden hersteld. Onze familie is inmiddels gecompenseerd. Daar ben ik gewoon dankbaar voor. Dus ik dacht: ik ga de belastingdienst in dat liedje een beetje in de zeik nemen, maar ik houd het netjes en positief.’

Dus zingt Ammar vrolijk, op een gezellige hoempa: ‘Een blauwe vriend valt op de mat, ik heb het helemaal gehad/ Weer betalen, vanaf maandag werk ik alleen nog zwart.’

Humor

Hij beschikt ook over zelfspot, bewijst hij met het nummer Sportschool. ‘Tsja, dat gaat dus over het feit dat ik alléén maar loop te sporten, maar dat ik heel weinig afval, of gewoon aankom. Omdat ik dan toch weer die kaassoufflé kies.’

Zijn liedjes zijn ontwapenend en grappig, en Ammar scoort er hits mee in de Nederlandstalige liedlijsten als de Sterren Top 25. En op TikTok, waar filmpjesmakers wel iets kunnen met zijn beeldende teksten. Op Spotify had Ammar een tijdje geleden al bijna een miljoen maandelijks luisteraars, net zoveel als bijvoorbeeld Froukje. En hij reist het hele land door voor shows, soms meerdere per dag. Hij doorloopt inmiddels een financieel gezonde carrière, zegt hij, al is het hem – zweert hij – niet om geld te doen.

Ammar neemt ons nog even mee terug in de tijd, naar de keuken van zijn moeder. ‘Wij hadden dus echt niet veel. De keukenkastjes waren vaak leeg. Maar dan kwam mijn moeder thuis en dan ging ze tóch koken, met de laatste restjes. En het werd dan gewoon een driegangenmenu. Dat zal ik nooit vergeten. We hadden het moeilijk, maar zijn er toch prima uitgekomen.’

Geld alleen is niet zaligmakend, we begrijpen de boodschap. Maar Ammar wil de geneugten van financiële zekerheid ook niet bagatelliseren. ‘Mensen vinden mijn muziek leuk. En ik kan nu zorgen voor mijn familie. Als mijn zusjes wat nodig hebben, kunnen ze bij mij terecht. Mijn droom was vroeger niet rijk worden, maar genoeg geld hebben om papa en mama te kunnen helpen. Omdat we dus altijd in de diepte zaten.’

Verbroederaar

En hij kan nu ook nog een rol spelen op een veel spiritueler vlak, als verbroederaar der culturen. ‘Ik vind het prachtig als ik ergens in een kroeg kom, om te zingen, en ik eerst word aangekeken met een scheve blik, zo van: wat kom jij hier doen? En als ik dan begin, zie ik de verbazing: staat hij nou gewoon Nederlands te zingen?’

Andersom werkt de integratie ook, zegt hij. ‘Ik werd een keer uitgenodigd voor de Turkse bruiloft van een vriend. Die vroeg of ik ook wat wilde zingen. In de zaal zaten natuurlijk veel mannen en vrouwen uit de Turkse gemeenschap, maar ook Nederlandse gasten. En toen ik begon te zingen, ging iedereen in de polonaise. Sommige mensen stonden verbaasd te kijken: wat gebeurt hier? Ik vond het geweldig en was er trots op. Ik dacht: wat kun je met muziek toch eigenlijk veel bereiken. We kunnen gewoon samenkomen, ongeacht afkomst of cultuur.’

Of zoals hij zingt in het lied Turk uit de kroeg: ‘Gaan we straks voor een hutspot, of een broodje kebab/ Zeg het me maar, ik breng je naar daar.’

Het debuutalbum Turk uit de kroeg van Ammar is verschenen bij platenlabel Cloud 9.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next