Home

De overheid heeft het niet ‘geschafft’ met migratie, klinkt het in Zuid-Duitse dorpen

Het migratiedebat domineert de campagne voor de verkiezingen in Duitsland zondag. Ook aan de rand van het Zwarte Woud heerst het gevoel dat de grens bereikt is. Daaronder steekt onvrede over hoe de overheid functioneert, ziet de Syrische burgemeester – en hij niet alleen.

is buitenlandredacteur van de Volkskrant en schrijft over Noord-Amerika, het Caribisch gebied en Suriname.

Alle lijnen in de Duitse migratiegeschiedenis van de afgelopen tien jaar – van Angela Merkels ‘wir schaffen das’ tot het hooggespannen migratiedebat in de aanloop naar de verkiezingen van komende zondag – komen samen in het leven van Ryyan Alshebl (30).

In het najaar van 2015 vertrok hij uit zijn Syrische geboortedorp, op de vlucht voor de dienstplicht in het leger van dictator Assad. Via mensenhandelaren, een wankel bootje, een voettocht over de Balkan en een Oostenrijkse bus arriveerde de 20-jarige student financiële dienstverlening in Duitsland. Samen met een miljoen anderen, op het hoogtepunt van wat in de volksmond ‘de vluchtelingencrisis’ ging heten.

‘Voor u ook koffie, Herr Bürgermeister?’ vraagt de administratief medewerkster van het gemeentehuis in Ostelsheim. Burgemeester Alshebl knikt. ‘Graag!’ Sinds bijna twee jaar is de Syrische vluchteling van weleer de gekozen burgervader van dit dorp met tweeduizend inwoners aan de rand van het Zwarte Woud, in de deelstaat Baden-Württemberg.

Het grote raam van zijn werkkamer biedt uitzicht op een landschap dat, bekeken door Nederlandse ogen, een vakantiegevoel oproept: vakwerkhuizen rond een kerkje uit de 17de eeuw, daarachter glooiende heuvels met sneeuwresten op de plekken waar de ochtendzon nog geen voet tussen de deur heeft gekregen.

‘Gevoel van overweldiging’

Ja, hij is hier een exoot, geeft Alshebl toe. Met een twinkeling in zijn ogen: ‘Niet eens alleen omdat ik uit Syrië kom – ook omdat ik lid ben van de Groenen. Deze streek is zo zwart als de nacht.’ Zwart slaat in dit geval op de partijkleur van de CDU. Maar in één opzicht valt Alshebl niet uit de toon bij de lokale bevolking – en de meerderheid van de Duitsers: ook hij pleit voor een ‘sterke beperking’ van het aantal vluchtelingen en asielzoekers.

Waarom? ‘Omdat de grens van onze belastbaarheid is bereikt. Daarover bestaat een maatschappelijke consensus en die hoor ik terug in mijn burgerspreekuur. De bereidheid die er was om mensen te helpen heeft bij velen plaatsgemaakt voor een gevoel van overweldiging.’

De opgewonden toon waarop het migratiedebat in veel Europese landen wordt gevoerd, ontbreekt bij Alshebl. Maar de burgemeester met zijn zachtaardige oogopslag en weloverwogen manier van praten, constateert wel dat de rek eruit is.

Ostelsheim moest volgens de landelijke verdeelsleutel vorig jaar 25 vluchtelingen opnemen – dat lukte niet, omdat mensen niet meer bereid zijn hun leegstaande woonruimte beschikbaar te stellen aan nieuwelingen. Daarmee schaart het dorp zich bij de 30 procent van de Duitse gemeenten die volgens onderzoek van de universiteit van Hildesheim een capaciteitsprobleem hebben met de opvang en integratie van migranten.

Ook de toestroom van vrijwilligers – die in de tijd van Wir schaffen das klaar stonden te helpen – is in Ostelsheim opgedroogd. De gepensioneerden van toen gaan dapper door, maar lopen tegen de 80. Bij jongere generaties ontbreekt volgens de burgemeester het animo.

Dodelijke aanslagen

De Duitse verkiezingscampagne draait vrijwel uitsluitend om migratie. De radicaal-rechtse AfD, met 21 procent in de peilingen virtueel groter dan ooit, maakt vluchtelingen al jaren tot zondebok voor alle problemen in het land. Maar ook CDU-leider Friedrich Merz, die op koers ligt de volgende bondskanselier te worden, belooft nu op ‘dag één van zijn kanselierschap’ – een echo van Trump – de grenzen te sluiten voor ‘alle asielzoekers’.

De reeks dodelijke aanslagen in de afgelopen maanden, gepleegd door vooral afgewezen migranten uit Afghanistan en Syrië, zijn een belangrijke verklaring voor de extreme focus op dit onderwerp. Nadat een Afghaan afgelopen donderdag was ingereden op een vakbondsbetoging in München, schreef de Frankfurter Allgemeine Zeitung, een krant die degelijkheid ademt, een commentaar getiteld ‘Schluss met deze vluchtelingenpolitiek’.

Maar de mensen die roepen dat het sluiten van de grenzen de oplossing is, gaan volgens Wolfgang Schröder voorbij aan het ware probleem. De hoogleraar politicologie aan de universiteit van Kassel herinnert eraan dat Duitsland het afgelopen decennium meer asielzoekers heeft opgenomen dan enig ander Europees land – sinds 2022 ook nog eens 1,5 miljoen Oekraïeners (die niet de officiële asielprocedure hoeven te doorlopen, maar wel ergens moeten wonen en recht hebben op een uitkering).

Hierdoor is de bevolking sinds de eeuwwisseling veel harder gegroeid dan voorspeld: Duitsland heeft nu 84 miljoen inwoners, terwijl het er volgens de prognoses 4- tot 6 miljoen minder zouden zijn geweest. De capaciteit van allerlei publieke voorzieningen en infrastructuur is nooit bijgesteld aan die nieuwe realiteit, zegt Schröder.

Of je nou op zoek bent naar een dokter, een basisschoolleraar, een plek op de kinderopvang of een leraar voor je basisschool: Duitsland kampt overal met een gierend tekort. Ook aan psychologen, die hoognodig zijn voor het verwerken van trauma’s die veel vluchtelingen meetorsen.

Veiligheid en baanzekerheid

In Ostelsheim wonen weinig mensen die echt problemen hebben met migranten, zegt burgemeester Alshebl. Maar ze maken zich wel zorgen over zaken die mensen in dit politieke klimaat automatisch met migratie in verband brengen: veiligheid en baanzekerheid. De meeste Ostelsheimers werken in de rond Stuttgart geconcentreerde auto-industrie. Hun banen staan in de huidige geopolitieke storm op de tocht.

Daarbovenop komen zorgen over het functioneren van de overheid. Volgens Alshebl niet alleen vanwege de genoemde tekorten, maar vooral door de hoge bureaucratische regeldruk. Al deze dingen bij elkaar geven mensen het gevoel dat Duitsland nog meer migranten nu gewoon niet aankan.

De burgemeester van Ostelsheim loopt naar het raam en wijst in de verte. Tien jaar geleden werd besloten een oude spoorverbinding in ere te herstellen die van het Zwarte Woud naar Stuttgart loopt, via Ostelsheim. Ideaal om de ochtendfiles te verkorten. Het gerenoveerde traject ligt er glanzend bij, maar een trein heeft er nog nooit gereden. Eerst vanwege bedreigde vleermuizen in een tunnel – vleermuizen zijn samen met vuursalamanders een klassieker in het repertoire aan verklaringen voor de vele stilgelegde bouwprojecten in Duitsland.

In Ostelsheim werd het vleermuizenprobleem opgelost door een tunnel in de tunnel te bouwen. ‘Ja echt’, zegt Alshebl, alsof hij zichzelf er nog van moet overtuigen. Maar nu is er al twee jaar ruzie tussen een aantal bestuurlijke niveaus over de grootte van de bluswatertanks voor een eventuele brand in de tunnel. Het oorspronkelijk op 70 miljoen euro geraamde project heeft intussen ruim het dubbele gekost.

De absurditeit van deze situatie drong pas goed tot Alshebl door, toen zijn bejaarde ouders vorige maand voor het eerst in Duitsland waren – mogelijk gemaakt door de val van het Assad-regime. ‘Voor hen was dit verhaal bijna een belediging. Weet je wat je voor dat geld allemaal kunt doen in een kapotte Syrische stad?’

Het migratieprobleem van Duitsland is volgens Alhebl óók een mentaliteitsprobleem. Of het nu gaat om integratiebeleid, klimaatbeleid of het vergroten van het concurrerende vermogen van de Duitse economie, zegt hij, ‘er heerst hier in alle bestuurlijke lagen een angstcultuur – of misschien wel een cultuur van lafheid. Mensen zijn bang om verantwoordelijk te worden gemaakt voor de gevolgen van hun handelingen. Dus handelen ze liever niet.’

Bureaucratisch doolhof

Het slechte functioneren van overheidsinstanties is het ergst bij de zogenoemde Ausländerbehörden, organisaties die zich bezighouden met migratie en asiel. Onderzoekers van de onafhankelijke Bertelsmann-Stiftung concludeerden in 2023 dat deze instanties niet alleen chronisch te weinig medewerkers hebben, maar ook dat het personeel dat er zit zijn werk slecht doet.

‘In dat opzicht moet je gewoon zeggen: de Duitse instanties hebben het niet geschafft’, zegt Michael Kunert, refererend aan de bekende uitspraak van Angela Merkel. Kunert is sinds een paar jaar vluchtelingenmanager in Calw, een stadje met 25 duizend inwoners niet ver van Ostelsheim. Kunert, een grote man met een grote baard die rondrijdt in een grote, ei-gele Ram truck, benadrukt dat hij ‘eigenlijk’ geen ambtenaar is.

Hij rolde in dit werk tijdens de pandemie, toen hij als organisator van evenementen niets te doen had en de burgemeester van Calw op zoek was naar iemand die bereid was om zichzelf met een kapmes een weg te banen door de jungle van instanties en geldstromen om de opname en integratie van asielzoekers soepeler te laten lopen. Kunert schrok vooral van het bureaucratische doolhof dat hij aantrof. ‘Ik heb meegemaakt dat een Oekraïense vrouw geen uitkering kan aanvragen omdat ze niet zeker weet of haar man gesneuveld is op het slagveld.’

Zijn methode doet denken aan die van de voormalige Rotterdamse burgemeester Aboutaleb: direct en niet altijd niet altijd zachtzinnig, wel altijd voor iedereen bereikbaar. Ook Kunert houdt de lijntjes graag kort: bij gebrek aan woningen belt hij mensen van wie hij weet ‘dat ze een extra appartementje hebben dat een keer per jaar wordt gebruikt door een oom die zijn roes uitslaapt na het familiefeest’. Die methode werkt: Calw neemt al twee jaar meer vluchtelingen op dan voorgeschreven.

Vorig jaar besloot de gemeente Kunerts bureaucratiedoorbrekende, centralistische aanpak officieel in te voeren. Hij mag nu zelfs medewerkers aannemen: géén ambtenaren, dat spreekt vanzelf. ‘En iedereen die het waagt de woorden ‘rondetafelgesprek’ in de mond te nemen, vliegt er meteen uit.’

‘Respect voor hard werken’

Hoe komt het eigenlijk dat de conservatieve bevolking van Ostelsheim midden in deze onzekere tijd een Syrische vluchteling tot burgemeester koos? ‘De mensen hier hebben voor een ding respect’, zegt Ryyan Alshebl, ‘en dat is hard werken.’ Toen hij tien jaar geleden uit het kleine raam van het asielzoekerscentrum de Duitse winter in keek, realiseerde hij zich dat hard werken het beste recept was tegen depressie. Nu droomt de burgemeester van Ostelsheim van een vernieuwd integratiestelsel waarin asielzoekers veel eerder aan het werk kunnen, omdat hij uit ervaring weet dat ze dan gemotiveerder zijn om de taal te leren en te integreren.

Voor een nieuwe kijk op integratie waarin werk centraal staat is wel een ‘omslag van het denken’ nodig, waarschuwt politicoloog Schröder. Want in alle ijver om de grenzen te sluiten, lijkt het merendeel van de Duitse politici vergeten dat de Duitse economie volgens prognoses tussen nu en 2040 behoefte heeft aan bijna driehonderdduizend arbeidsmigranten. Schröder denkt dat in die behoefte voor een groot deel kan worden voorzien door asielzoekers.

In dat opzicht voldoet de 26-jarige Murtaza Haidari aan het profiel van de ideale vluchteling. De automonteur die in een garage in Calw staat te sleutelen aan een witte Ford, kwam in 2016 met vijf andere Afghaanse jongens terecht in een huis voor alleenstaande minderjarige asielzoekers in een gehucht met een paar honderd inwoners.

Daar hadden ze het geluk min of meer geadopteerd te worden door een netwerk van gepensioneerde buren. Zij sleepten Haidari door zijn taallessen tot hij het gorgelende schwäbische dialect sprak. Ze meldden hem aan op het plaatselijke vmbo en regelden een opleidingsplek bij deze garage. Ook ‘dwongen’ ze (Haidari zegt dit lachend) hem te helpen met het opzetten van de meiboom voor het dorpsfeest en lid te worden van de volleybalclub, waarvoor hij nog steeds speelt. ‘Echte integratie kost veel inspanning van beide kanten. Maar het kan.’

Hij merkt wel dat de stemming in het land is veranderd. ‘Ik hoor steeds meer van mijn Duitse vrienden en kennissen over de AfD, vooral vanwege die aanslagen.’ En hij begrijpt het. Omdat er genoeg vluchtelingen zijn die, in de woorden van Haidari, ‘scheisse bauen’. Van de zes jongens met wie hij woonde zijn er twee het slechte pad op gegaan. Een zit of zat er in de gevangenis, van de ander ontbreekt elk spoor. Maar met hem en de andere drie gaat het goed. ‘Als ik merk dat mensen me haten, vraag ik ze of ze kunnen proberen me niet meteen te veroordelen. Ik vraag of ze me eerst willen leren kennen.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next