is chef van de politieke redactie van de Volkskrant.
In het tijdpad dat staatssecretaris Teun Struycken nu volgt, is er voor 2027 nog niets veranderd aan de regels voor het online gokken.
Er loopt een merkwaardige breuklijn door het kabinet-Schoof. Aan de ene kant heb je bewindslieden, asielminister Marjolein Faber voorop, die tamelijk overzichtelijke maatschappelijke problemen zo groot mogelijk opblazen om ze met stoom en kokend water aan te kunnen pakken, liefst zonder al te veel bemoeienis van adviseurs of zelfs het parlement.
Aan de andere kant heb je bewindslieden die wezenlijke maatschappelijke problemen liefst zo lang mogelijk bestuderen en maar niet tot concrete stappen komen om er veel aan te doen. Minister Femke Wiersma van Landbouw heeft in dat kamp de leiding genomen.
Het zou flauw zijn om staatssecretaris Teun Struycken van Rechtsbescherming nu al in te delen in die laatste categorie, want hij is van goede wil. Vrijdag liet hij weten dat hij zich realiseert dat het huidige gokbeleid niet houdbaar is. ‘Mensen worden onvoldoende beschermd tegen de risico’s’, aldus de bewindsman. ‘Veel te grote groepen doen veel te riskante spellen.’ Hij kondigt dan ook een ‘fundamentele koerswijziging’ aan. Dat belooft wat.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Het probleem is bekend. Van oudsher hinkt het Nederlandse gokbeleid op twee gedachten. Enerzijds zegt de overheid het gokken te willen ontmoedigen. Anderzijds regeert de gedachte dat uitbannen onmogelijk is en dat je het daarom maar beter kunt reguleren. Daar hebben we de Holland Casino’s aan te danken. Daar kwam een dimensie bij toen de onlinegokmarkt zich stormachtig ontwikkelde. Het voornemen om ook die wereld dan maar te reguleren, leidde in 2021 tot de toelating van een reeks legale onlinegokaanbieders.
Het resultaat is ook bekend: al een jaar later bleken ruim 762 duizend volwassenen gezamenlijk voor 1 miljard euro te hebben vergokt, veel meer dan voorheen. Meer dan eenvijfde van de onlinegokaccounts behoort toe aan jongvolwassenen tussen de 18 en 24 jaar. Deskundigen waarschuwen almaar luider dat een groeiend aantal jongeren verslaafd raakt. Er komt weinig terecht van de afspraken met de gokaanbieders dat zij toezien op financiële limieten, leeftijden en tekenen van gokverslaving. De wettelijke zorgplicht is zo vaag omschreven dat controle moeilijk is.
Het goede nieuws is dat het kabinet-Schoof nu zegt het zat te zijn. Vrijdag liet Struycken weten dat de zorgplicht wordt aangescherpt, dat er een overkoepelende stortingslimiet komt voor alle aanbieders – zodat deelnemers die bij de ene aanbieder zijn uitgegokt niet meer kunnen switchen naar een ander tabblad – en dat hij denkt aan een verhoging van de minimumleeftijd naar 21 jaar voor deelname aan de meest verslavende gokspellen.
Dat zijn uitstekende voornemens, maar toen volgde dat ene ontnuchterende zinnetje: ‘Naar verwachting kan eind 2025 worden begonnen met het ‘formuleren’ van een wetsvoorstel.’
Let wel: tegen die tijd moet het hele wetgevingstraject dus nog beginnen. In dat tempo is er, zelfs in het meest optimistische tijdpad, voor 2027 nog niets veranderd. En dus wordt er weer een nieuwe lichting jongvolwassenen voor de leeuwen van de gokindustrie gegooid. Weg urgentie.
Als Struycken wil voorkomen dat hij aan het eind van deze kabinetsperiode toch wordt ingedeeld in het kamp-Wiersma, zal hij hier meer vaart achter moeten zetten.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant