Home

Groenewoud reist in het weekeinde heen en weer van Heerenveen naar Utrecht en rijgt daar de zeges aaneen

Marijke Groenewoud had een druk weekeinde. In een tijdsbestek van 44 uur en 22 minuten veroverde ze drie nationale titels in Thialf en sorteerde in Utrecht voor op een zegerecord in de marathoncup.

is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, atletiek en roeien.

Nog maximaal twee vragen, luidt het dringende verzoek van schaatscoach Jillert Anema aan de journalisten die bij Marijke Groenewoud staan. ‘Het moet even snel’, zegt ze zelf ook. Het is zaterdagmiddag iets voor vier uur en Groenewoud heeft net de 3.000 meter gewonnen in een nieuw persoonlijk record: 3.55,84.

Ze beantwoordt nog net een paar vragen meer dan die twee waar Anema om vroeg en beent dan door de lange ondergrondse tunnel naar de kleedkamer. Geen tijd voor de televisiecamera van Omrop Fryslân.

‘Je moet drie uur van tevoren eten’, verklaart Anema de haast van dat moment. En de start voor de 65 ronden is om zeven uur ’s avonds. Een blik op het horloge leert: ze heeft nog tien minuten. Dat betekent meteen omkleden en tegelijkertijd eten. Dan naar het busje van de ploeg, als de wiedeweerga naar Utrecht voor de marathonwedstrijd, ondertussen nog wat extra voedsel naar binnen werkend.

Niemand rijdt in het weekeinde meer rondes dan Groenewoud: 104 en driekwart rondje om precies te zijn. En in een tijdsbestek van 44 uur en 22 minuten wordt ze Nederlands kampioen op de 1.500 meter, de 3.000 meter en massastart en pakt brons op de 5.000 meter. Tussendoor wint ze in Utrecht.

Met een brede lach

Vrijdagavond laat, het loopt tegen tienen, staat Groenewoud met een brede lach op het gezicht in de catacomben van Thialf. Na wereldtitels op de massastart en team pursuit en Europese titels op 3.000 meter, massastart en ploegenachtervolging, is dit de eerste keer dat ze Nederlands kampioen wordt op de langebaan. Verrassend was ze op de 1.500 meter in 1.53,99 de snelste van de dag, nipt voor Joy Beune (1.54,08) die de laatste weken zo in vorm was.

Maar voor Groenewoud is het niet eens zozeer die eerste nationale titel die telt, als wel het goede gevoel dat ze op het ijs had. De massastarts, dat liep wel. Ze won er drie van de vier in de wereldbeker, maar op de traditionele schaatsonderdelen worstelde ze de hele winter al met haar vorm. Dieptepunt was de 1.500 meter in Calgary, waar ze als 20ste eindigde. ‘Daar was ik gewoon ziek. Ik bleek met verhoging te rijden’, vertelt ze.

Wie niet fit is, is vatbaar voor twijfel en dat gold ook voor Groenewoud. Zeker omdat ze ook al voor dat ze met de hardnekkige verkoudheidsklachten te maken kreeg, niet echt lekker schaatste op de langebaan. De eerste wereldbeker in Beijing ging moeizaam, voor het EK allround plaatste ze zich niet. ‘Mensen zeiden dat ik door de marathons minder goed op de langebaan ging rijden, maar dat idee heb ik helemaal nooit gehad.’

Het was juist prettig dat ze die marathons had, want daar reeg ze zege aan zege. Zoveel dat ze met de overwinning op zaterdagavond in Utrecht het record aan seizoenszeges van Daniëlle Bekkering, die in de winter van 2006/2007 15 keer won, evenaart. Met nog één cupwedstrijd in Groningen in het verschiet kan Groenewoud op 1 maart dit record verbreken.

Mooie bijkomstigheid

Het is een mooie bijkomstigheid van deze winter, waar vooral coach Anema mee bezig was. ‘Als je het seizoen ingaat met het idee om het record te verbreken, dan wordt het een molensteen om je nek. Je moet er niet naar streven. Het moet je overkomen. En nu ze er voor staat moet ze het proberen te doen.’

Zondagmiddag was Groenewoud weer terug in Thialf. Om 15.13 uur startte ze haar 5.000 meter. Hoewel ze als marathonspecialist over uithoudingsvermogen beschikt en als 1.500-meterkampioen ook snelheid in de benen heeft, is dat altijd een lastige afstand voor Groenewoud. Ze moest met 6.53,17 haar meerdere erkennen in winnares Merel Conijn (6.46,93) en Sanne in ’t Hof (6.52,27). Maar Groenewoud ontfutselde het brons wel aan regerend wereldkampioen Joy Beune, die 6.53,40 noteerde.

Voor de 1.000 meter die er in het NK-programma op zondag nog tussen gepland stond, en die Groenewoud had mogen rijden, had ze zich al ruim tevoren afgemeld. ‘Dan had ik binnen een half uur alweer moeten rijden.’ Zo gek is ze niet.

Vol weekeinde

Evengoed was haar weekeinde vol. Maar niet te vol, doceert coach Anema, die zag hoe de verkoudheid eindelijk in de week voor de NK wegebde. ‘Je moet het in perspectief zien. Alleen als je in vorm bent, kan het. Als een schaatser moet vechten voor plaatsing, dan gaat het mis. Maar wie goed schaatst wordt niet moe.’

En toch, als ze na de huldiging van de 5 kilometer het trappetje van het middenterrein afdaalt, vult Groenewoud haar longen en blaast stevig uit. Zonder een woord te zeggen is het duidelijk wat ze bedoelt: dit was afzien en nu op naar de laatste inspanning van het weekend. Met grote passen loopt ze door, een bosje bloemen tussen haar schaatsspullen gestoken.

De cooling down van de 5.000 meter loopt naadloos over in de warming-up voor de massastart, die ze met het gebruikelijk machtsvertoon op haar naam schrijft. Het is zondagmiddag 17.30 uur en het weekend van Groenewoud zit erop.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next