De landstitel lonkt nadrukkelijk voor Ajax. In de competitie van de verbluffende omkering staat de koploper na de zege op Heracles (4-0) twee punten voor op kampioen PSV, met een duel minder gespeeld.
is voetbalverslaggever van de Volkskrant.
Het is alsof momenteel alles lukt in de euforie bij Ajax, van de passes van Steven Berghuis tot het eerste doelpunt van de onlangs aangetrokken Oliver Edvardsen. Ooooo, zo reageerde het volk vol bewondering, toen het op het grote scherm de herhaling zag van de 3-0 tegen Heracles, van de subtiele verlenging van de bal door de Noor, na de voorzet van Jorrel Hato.
Alles lukt dus. Althans: het is of alles goed afloopt, of alle bedenksels van trainer Francesco Farioli veilig landen in een bedje van gewilligheid en succes. Op de avond nadat PSV opnieuw punten had verloren en het chagrijn moeilijk wilde verdwijnen na de 2-2 tegen FC Utrecht, profiteerde Ajax door Heracles eenvoudig opzij te schuiven.
Wat hier gebeurt, in de eredivisie, met Ajax opeens als belangrijkste kandidaat voor de landstitel, is in sportief en mentaal opzicht een bijzonder verhaal. Het verhaal van de grote club die diep viel als nooit eerder in de 125-jarige clubgeschiedenis en met butsen en blaren opstond. Ajax leek iets langer tijd nodig te hebben voor de bestijging van de troon, in een seizoen van beoogd herstel, doch geniet optimaal van de versnelling van de tijd en grijpt het momentum.
Waar trainer Peter Bosz van PSV zaterdag zei dat de honger bij zijn selectie terug is, hoefde collega Farioli nooit in te zitten over gebrekkige motivatie. Hij bouwt een nieuw huis, met nieuw materiaal, volgens de Italiaanse methode. Beginnen met het fundament. De nederigheid tilt het elftal op, terwijl PSV dacht te teren op roem uit het recente verleden. Terwijl PSV mentaal is aangeslagen en de kansen niet meer in eigen hand heeft, drijft Ajax voort op wolken van geluk en voorspoed en krijgt het voetbal zelfs weer de allure die de fijnproevers wensen te zien.
‘Wij staan bovenaan’, zongen ze zondag in de Johan Cruijff Arena, na de 2-0, toen de simpele zege zich aftekende aan de kraakheldere hemel boven Amsterdam. Ajax, 54 punten uit 22 duels, PSV 52 uit 23. Natuurlijk, het is nog lang niet gedaan, maar het is sowieso ongekend, deze stand, vooral door de ineenstorting van PSV, dat na de winterstop 7 punten behaalde uit 6 duels in de eredivisie.
Aanvoerder Jordan Henderson en spits Wout Weghorst zijn geblesseerd, Youri Baas en Kenneth Taylor zijn ziek. Het deed er niet toe. Nauwelijks kansen weggeven is regel 1 van Farioli, die bij welke temperatuur ook in zwarte coltrui danst en dirigeert in zijn vak. Berghuis barstte van inspiratie, aangewakkerd door een nieuw contact. Weer was de opstelling op zes plekken gewijzigd ten opzichte van donderdag in Brussel tegen Union, maar het maakt ogenschijnlijk niet uit.
Voor de aftrap houdt ventje Zinedine Chaiat de bal zo vaak hoog in het vaste ritueel in de Johan Cruijff Arena, duizenden keren, dat hij moet stoppen omdat de wedstrijd begint. Mika Godts dribbelt, Steven Berghuis is de regisseur, Davy Klaassen houdt de boel bij elkaar, Bertrand Traoré is de oude pingelende vos, Anton Gaaei de dynamo die alles en iedereen aandrijft, Jorrel Hato de routinier van 18, Kian Fitz-Jim de revelatie van het seizoen.
In zo’n ploeg draait tiener Dies Janse gewoon mee als centrale verdediger. De 1-0, zondag tegen Heracles, is het gevolg van een superieure pass van Berghuis, ineens, met een heerlijke boog door het zwerk. De aanname en afronding van Mika Godts zijn picobello, net als de 2-0, na een half weggewerkte hoekschop bliksemsnel uitgespeeld door Berghuis, Josip Sutalo, Traoré en Brian Brobbey, de spits die het rijk nu bijna voor zich alleen heeft.
Ajax was voor het seizoen niet eens de veronderstelde jager op de kampioenskandidaat bij uitstek, PSV. Ajax, al vrijwel zeker van plaatsing voor de Champions League, is nu opeens de prooi van de aangeslagen jager PSV. Jazeker, het is nog de vraag hoe de koploper daarmee omgaat, maar de druk is niet overdreven hoog, want het is geen moeten, het kampioenschap. In Eindhoven, daar moeten ze.
En daar, in Eindhoven, zaten ze zaterdag op de tribune, met hun zorgelijke, sprakeloze gezichten. Marcel Brands en Earnest Stewart, de directeuren die al bijna weer een titel hadden ingetekend op het palmares van PSV, net als de supporters, met hun grappen over de titel op een platte kar met winterbanden.
Wat zullen ze denken, de directeuren? Hadden we toch maar meer goede verdedigers aangetrokken, na het vertrek van organisator André Ramalho? Hadden ze kunnen inschatten dat de honger naar succes zo snel was verdwenen, omdat in het paradijs nu eenmaal geen honger bestaat? Goed, de tweede plaats in de hedendaagse rijkdom van het Nederlandse clubvoetbal betekent ook plaatsing voor de Champions League, en dat is waar het ook om draait, maar binnen een paar maanden de titel verspelen, is een afgang van jewelste voor PSV.
‘Ze komen nog hierheen’, zei Bosz met irritatie in de stem over Ajax, en dat is ook zo, en Ajax is geen ploeg die altijd een onoverwinnelijke indruk maakt, maar voelt zich mentaal steeds sterker, voetbalt gaandeweg beter en krijgt op deze manier alle hulp op de surprise van het seizoen, van het decennium zelfs. Elke week een cadeau krijgen van je grote rivaal, het zal je gebeuren. Op een gegeven moment ga je ze maar uitpakken.
Dat het zover is gekomen. ‘We moeten van Utrecht winnen, zeker als je bij wilt blijven’, sprak Bosz na de 2-2. Hij was geprikkeld. ‘Als we in de achtervolging moeten, zullen we dat doen.’ Verdediger Ryan Flamingo, de beste verdediger van PSV dit seizoen, constateerde met spijt dat PSV ‘het niet meer in eigen hand heeft’, en analyseerde dat de achterste linie elke week te veel doorlaat. Malik Tillmann en Ricardo Pepi zijn geblesseerd, Jerdy Schouten is letterlijk een schim van het vorige seizoen, net als Luuk de Jong.
Voor de winterstop was Ajax nog de grote, instabiele wisselmachine van Farioli zonder goed voetbal met de ene na de andere ontsnapping. PSV gleed af en toe uit, vaker dan vorig seizoen, maar was meestal superieur. Het gekke is dat Bosz steeds waarschuwde na de titel, voor verslapping, maar dat zijn spelers aanvankelijk meestal wel wonnen. Nu was hij juist tevreden, behalve over de uitslag dan. Dominant spel en kansen genoeg.
Zeker, PSV had moeten winnen, maar had ook kunnen verliezen. ‘De honger is terug’, stelde Bosz. Maar is het niet te laat? Gelijke spelen tegen AZ, NEC, Willem II en FC Utrecht, verloren van PEC Zwolle. Spektakel, dat zeker, door alle kansen van PSV, de stugge defensie van FC Utrecht met twee rake kopballen, van Mike van der Hoorn en Paxten Aaronson, de late gelijkmaker van invaller Isac Babadi, zo’n jongen die nauwelijks kansen kreeg.
Ajax bouwt aan de toekomst, maar zal niet nalaten toe te slaan in het heden. Om iets van die toekomst te laten zien, hoefde je maar op de bank te kijken zondag. Daar zaten door omstandigheden vijf tieners, jongens van 16, 17, 18 en 19 jaar, van wie Rayane Bounida, kort na de ondertekening van een nieuw contract, en Sean Steur mochten debuteren. En toen het stadion van vreugde danste, sloeg de stem van de omroeper over van emotie bij het doelpunt van routinier Davy Klaassen. Het was zijn honderdste voor Ajax.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant