Google heeft meegewerkt aan onlinecensuur van overheden als die van Rusland en China. Dat blijkt uit onderzoek van de Britse krant The Observer.
is techredacteur voor de Volkskrant. Ze schrijft onder meer over sociale media en kunstmatige intelligentie.
Het techbedrijf verwijderde onder meer YouTubevideo’s van mensen die demonstreren tegen autocratische overheden, of berichten met kritiek op corrupte politici.
Sinds 2011 zou Google contact hebben gehad met meer dan 150 landen die informatie uit het publieke domein willen schrappen, waaronder de politie in Afghanistan. Volgens Google’s eigen data heeft het meer dan 5,6 miljoen internetberichten ‘gemarkeerd voor verwijdering’ nadat een overheid daarom had gevraagd (of deze berichten daadwerkelijk zijn verwijderd, is niet bekend). Sinds 2020 is het aantal verwijderingsverzoeken bij het platform meer dan verdubbeld.
Om aan Europese wetgeving te voldoen publiceert Google elke zes maanden een transparantierapport, waarin het ingaat op verwijderingsverzoeken die volgens het platform van publiek belang kunnen zijn. In de afgelopen vier jaar (tot juni 2024) was Rusland goed voor meer dan 60 procent van dit soort verzoeken.
Volgens het rapport van Google verwijderde het platform na verzoeken van Roskomnadzor, het Russische overheidsorgaan dat het internet censureert, YouTubevideo’s die ‘corruptie onder politici’ blootleggen, van Oekraïners die Russische vlaggen verbrandden. Of Google dit doet omdat de video’s in strijd zijn met de regels op het platform, of omdat Rusland er aanstoot aan neemt, is niet duidelijk.
Tips om tactisch te stemmen van oppositieleider Aleksej Navalny, die een jaar geleden in gevangenschap overleed, werden tijdens de verkiezingsperiode in 2021 van internet geweerd. Zijn ‘Slim Stemmen-app’ werd uit de Google Playstore verwijderd (Apple deed dit overigens ook). Kritische blogs over de overheid en het leger worden op Google’s platform blogger.com afgeschermd voor de Russische bevolking.
Ook zou de Taliban in Afghanistan verwijderingsverzoeken hebben gedaan in het kader van ‘privacy en veiligheid’, maar Google heeft tot nu toe niets bekendgemaakt over de aard van deze verzoeken.
Volgens Google is het transparantierapport niet bedoeld om een totaalbeeld te schetsen, maar meer om het proces toe te lichten. Het bedrijf schrijft: ‘Overheden beroepen zich op laster, privacy en zelfs auteursrecht om politieke uitingen van onze platforms te verwijderen. Onze teams beoordelen elk verzoek zorgvuldig en bekijken de inhoud in de juiste context om te bepalen of deze moet worden verwijderd.’
The Observer schrijft dat Google vooral informatie deelt over de momenten waarop het censuurverzoeken afwijst, maar niet transparant is over de aanvragen die het honoreert. Ook is over het proces van die besluitvorming niets bekend. De Amerikaanse overheid heeft sinds 2011 meer dan twaalfduizend verwijderingsverzoeken gedaan; Google gaf inzicht in minder dan veertig van deze aanvragen.
Dit betekent niet dat Google klakkeloos meewerkt aan censuur; het platform kreeg in oktober van Rusland nog een (symbolische) boete van 2 sextiljoen roebel – een 2 met 36 nullen, meer geld dan er überhaupt is in de wereld. De boete werd opgelegd omdat Google weigert Russische staatszenders toegang te geven tot YouTube.
Vooral het gebrek aan transparantie bij Google is zorgwekkend, concludeert The Observer. Onderzoekers krijgen weinig inzicht in de algoritmen en andere data van grote techbedrijven, waardoor het publiek geen goed beeld heeft van de invloed die ze uitoefenen in het publieke domein. De Britse jurist Harriet Moynihan zegt tegen The Observer dat we ons moeten afvragen of we willen dat Google en andere techbedrijven ‘voor God’ spelen op het gebied van online-informatievoorziening, terwijl er zo weinig regulering is. ‘De machtsverhoudingen zijn totaal uit balans, en dat komt big tech ten goede.’
Alles over tech vindt u hier.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant