Tijdens de nabespreking van Juventus-PSV (2-1), afgelopen dinsdag, stelde analist Marco van Basten bij Ziggo Sport een belangrijk punt aan de orde: moet je spelen om te winnen, of omdat het mooi of leuk is? Over die kwestie zijn dikke pillen geschreven, waaronder één wereldberoemd werk, Homo ludens van de Groningse historicus Johan Huizinga uit 1938 (volgens Huizinga ging het om het spel, niet om het winnen).
Van Basten, een pure voetbalromanticus die er diep in zijn hart van overtuigd is dat alleen mooie doelpunten zouden mogen tellen en die kan huilen van ontroering om de schitterende tragiek van een geniale pass die net niet aankomt, reageerde dinsdag op het interview dat Joey Veerman gaf na afloop van de wedstrijd.
De middenvelder van PSV had na een half uur geprobeerd vanaf de achterlijn een subtiel passje te geven naar Ismael Saibari, dat niet helemaal lukte. Er kwam een Italiaan tussen en na veel vijven en zessen belandde de bal voor de voeten van ene McKennie, die hem gemeen hard in de kruising schoot: 1-0.
Over de auteur
Bert Wagendorp is voormalig sportverslaggever van de Volkskrant, oprichter van wielertijdschrift De Muur en auteur van wielerroman Ventoux. Hij schrijft wekelijks een sportcolumn.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Omdat het balverlies door hem was ingeleid, had Veerman het gedaan. De kwestie kreeg afgelopen week meer aandacht dan de wedstrijd waarin het incident zich afspeelde. Veerman had volgens Marco Timmer, de PSV-clubwatcher van VI, de bal moeten ‘wegroeien’ – blinde pegel richting de einder. Ook daaruit had Juventus kunnen scoren, maar dat zou Veerman niet zijn verweten, hij had de bal immers op ferme wijze weggeroeid.
Ik heb niks tegen wegroeien, een weggeroeide bal heeft ook een zekere schoonheid en leidt vaak tot chaos, wat ook weer aantrekkelijk is; maar subtiliteit kenmerkt het ware voetbal, de achteloze voetbeweging die de bal stuurt als een drone.
Veerman gaf in het interview toe dat hij ‘die bal’ gewoon had kunnen wegschieten, maar dat hij ervoor had gekozen ‘het voetballend’ op te lossen – het tegenovergestelde van ‘wegroeien’. Daarna ging hij nog een stapje verder: hij zei dat hij nu eenmaal zo in elkaar zat, dat hij niet van plan was ooit te veranderen en dat hij altijd zou blijven kiezen voor de ‘voetballende oplossing’.
Dit antwoord vond Van Basten nog onprofessioneler dan de pass zelf, en als Veerman zo ‘hardleers’ bleef, dan was hij duidelijk niet goed genoeg voor ‘de top’.
Marco kreeg bijval van de andere analist van dienst, Mark van Bommel. Dat verbaasde me niet. Van Bommel was als speler al een schoppende shirtjestrekker die het liefst alles wat bij hem in de buurt kwam wegroeide.
Maar om de een of andere reden had Van Basten zich dinsdagavond het imago aangemeten van de archetypische Italiaanse coach die winnen als enig doel van het spel beschouwt. Meestal is hij de advocaat van de beautiful game, voor zover het voetbal hem überhaupt nog interesseert. In een iets andere stemming had hij beweerd dat het passje van Veerman juist tranentrekkend mooi was vanwege het risico dat erin verpakt zat.
Dat Veerman zo werd bekritiseerd, tekent de verandering van het profvoetbal: dat was altijd al resultaatgericht, maar er is nu niets anders meer dan het resultaat. De voetbalromanticus heeft in het stadion weinig meer te zoeken.
Joey Veerman vindt winnen ook belangrijk, maar hij is een van de laatsten die graag mooi wil winnen. Hopelijk geeft hij in de thuiswedstrijd tegen Juventus het gouden passje dat PSV naar de volgende ronde helpt.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns