Home

Valentijnsdiner op de Wallen: geen etentje vóór, maar mét daklozen

Een kortgeding van buurtbewoners tegen de komst van een opvangcentrum voor daklozen op de Amsterdamse Wallen leidde indirect tot een groots Valentijnfeest voor iederéén – wel huis of geen huis. Alles betaald door de buurt.

Midden in de uitvoering van Een beetje verliefd, gezongen door Julia Herfst, gaat Nikolaos ervoor. De Griek, met een pet op en zijn jas nog aan, loopt naar de zangeres en vraagt haar ten dans. Het publiek in Het Paleis van de Weemoed, een roemrijk burlesque theater op de Amsterdamse Oudezijds Voorburgwal, reageert uitzinnig.

‘Kijk hem genieten!’, zegt een man die al tientallen jaren op de Wallen woont. ‘Dit is toch te mooi? Hier doen we het voor.’ Buurtbewoners, daklozen, Leger des Heils-medewerkers en een enkele sekswerker klappen en juichen.

Nikolaos woont sinds een paar weken in de opvang op de Barndesteeg, hier om de hoek. Elf jaar geleden kwam hij naar Nederland, vertelt hij vlak voordat het hoofdgerecht, kip uit de oven, wordt geserveerd. Hij werkte in de bouw, of doet dat nog steeds, zijn verblijf in de daklozenopvang is tijdelijk, zegt hij. ‘Binnenkort komt alles goed.’

Hoe dan ook: vanavond hoeft hij even niet aan zijn sores te denken, hij en zo’n veertig andere daklozen worden getrakteerd op een Valentijnsdiner, een ware dinnershow, met optredens van Julia Herfst en dragqueen Dame Shirley Sassy – geheel betaald door de buurt, en dan vooral de ondernemers en de sekswerkers.

Wisselgeld in de pot

‘We hadden een glazen pot op de balie gezet’, zegt Lucy, zelf ook sekswerker. ‘Elke dag kwamen collega’s huur betalen voor hun kamer: 220 euro. Ze betaalden met vijf briefjes van 50 en doneerden het wisselgeld van 30 euro. En dat elke dag opnieuw.’

Binnen een mum van tijd was er 1.800 euro opgehaald. ‘Sekswerkers zijn niet zielig’, zegt Lucy, ‘maar we worden wel vaak met de nek aangekeken. Daarom voelen we mee met andere groepen die het moeilijk hebben in de samenleving. In tegenstelling tot een hoop andere buurtbewoners, verwelkomen wij deze mensen.’

Nee, een deel van de buurt stond niet te springen om de komst van een nieuwe opvang voor economisch daklozen op de Wallen. Actiegroep Stop De Gekte vindt dat deze buurt al genoeg te verduren heeft, vreesde dat er nog meer overlast zou komen en spande in november een kort geding aan tegen de gemeente om de opvang tegen te houden – tevergeefs. Op 1 december ging de locatie open, in ieder geval voor één winter.

Maar nog voordat het vonnis was uitgesproken, had een groep van 318 Wallenbewoners zich al verenigd en uitgesproken vóór de komst van de opvang. Na een oproep in een Facebookgroep bleken velen compassie te voelen voor de verschoppelingen. ‘Wij willen daklozen niet letterlijk en figuurlijk in de kou laten staan’, schreef ramenexploitant Pim van Burk eind november namens deze groep in Het Parool.

Buurtoproep

Van Burk is samen met Lucy, die een van zijn 28 ramen huurt, de initiatiefnemer van deze avond. ‘Steun uitspreken is mooi, maar iets tastbaars doen is nóg mooier’, schreef Van Burk in een nieuwe oproep aan buurtgenoten. Zo ontstond het idee voor ‘geen etentje vóór de daklozen’, maar ‘een etentje mét hen’.

Nu kijkt hij om zich heen naar vele glimlachende gezichten. ‘Het mooie is: het is best moeilijk om de mensen met een dak te onderscheiden van de mensen zonder dak.’

Dat blijkt een centraal thema vanavond: zoveel verschillen we niet van elkaar. ‘Voor je het weet kom je in zo’n situatie terecht’, zegt Lucas, die al 35 jaar in de buurt woont. Zijn vrouw Tien vult aan: ‘Het kan iedereen gebeuren.’

Sander, die een tafel verder zit, is zo iemand. Na een scheiding woonde hij drie jaar in een opvang in de Plantagebuurt, vertelt hij. Uiteindelijk kreeg hij via het Leger des Heils een huurhuis op de Wallen. ‘Dus ja, ik ben begaan met deze mensen’, zegt hij. ‘Het is onzin om ze te weren uit deze buurt. Dit is juist een buurt waar plaats is voor iedereen.’

‘Vroeger was het hier heel sociaal’, zegt zijn vriendin Gisèle, Gigi voor intimi. ‘Toen was er nooit zo’n kort geding gestart.’

‘Tegenwoordig koop je hier een huis voor een miljoen’, zegt Sander. ‘Dan zit je niet te wachten op meer daklozen. Maar dit zijn geen verslaafden of mensen met zware psychische problemen. Dit zijn economisch daklozen. Daar heb je echt geen last van. Die merk je niet op tussen de zuipende en schreeuwende Engelsen.’

Teambuilding

Tegenover hem zit iemand die zeker niet opvalt: Kim, een stille, oudere Koreaanse man die hier kwam voor zaken. ‘Maar ik raakte al mijn geld kwijt’, zegt hij. Hij heeft geen idee wat deze avond voor hem in petto heeft, maar zegt dat het een leuk uitje is.

Even later zingt Dame Shirley Sassy de eerste regels van het lied Copacabana: Her name was Lola, she was a showgirl. De dragqueen is gehesen in een paillettenjurk met geel-zwart-witte strepen, verticaal uiteraard, want dat kleedt af, zegt ze. ‘Niet van de zijkant fotograferen’, zegt de zangeres. ‘Van die kant lijk ik dik.’

De sfeer zit er meteen goed in, vooral vooraan aan een tafel waar wordt meegedeind en gezwaaid. Antonio, een man van 59 met wilde blonde krullen, vertelt dat hij vroeger ‘mc op housefeesten’ was, maar nu werkt in de opvang in de Barndesteeg. ‘Klinkt heel raar, maar dit is voor ons ook een soort teambuilding. Echt geweldig. Deze mensen verdienen dit zo.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next