Home

‘De overheid? We zullen het van boeren moeten hebben’

Bij Ahold ging haar werk nog om het verminderen van negatieve gevolgen voor de natuur. Nu zet Eline Veninga zich bij Lenteland in voor herstel van natuur. En dat is ‘een cruciaal verschil’.

schrijft voor de Volkskrant over zingeving.

‘Bij Albert Heijn en Jumbo heb ik gewerkt om kennis en ervaring op te doen, maar ik wist dat ik zou terugkeren naar mijn roots, naar mijn verlangen maatschappelijk van betekenis te kunnen zijn. Ook al krijg ik nu maandelijks veel minder op mijn bankrekening en heb ik geen bonussen of andere privileges, van mijn werk bij Lenteland word ik echt gelukkig, het valt samen met mijn persoon. Bij Albert Heijn en Jumbo moest ik een deel van mezelf thuislaten.’

Als chef de mission van Lenteland, een organisatie met zes boerderijen die zich richt op een andere manier van landbouw bedrijven, heeft de 43-jarige Eline Veninga aan werk geen gebrek. Met tien miljoen euro aan startkapitaal van oprichter Wouter Veer, een even grote donatie van een stichting, plus kleinere investeringen van honderden anderen, is het aan haar om de zes boerderijen te begeleiden, en nieuwe boerderijen en boeren te selecteren.

In deze serie interviewt Fokke Obbema mensen die hun leven aan een ideaal wijden.

Die moeten passen binnen de Lenteland-missie: het bedrijven van ‘regeneratieve landbouw’. Daarbij krijgt de natuur de ruimte en zijn giftige bestrijdingsmiddelen taboe.

Maar de ambities reiken verder: consumenten bij de productie van hun voedsel betrekken, landbouwgrond onttrekken aan speculatie, bijdragen aan de volksgezondheid en strijden tegen eenzaamheid door van de boerderijen ‘plekken van verbinding’ te maken.

‘Eigenlijk is het een alternatief voor onze samenleving’, zo vat ze samen. ‘Juist die radicale kant van Lenteland spreekt me enorm aan.’

Sporen van sociaal engagement én van een ‘commercieel neusje’ zijn in haar jeugd terug te vinden. Die speelt zich deels af in het buitenland, omdat haar vader een internationaal opererende zakenman is – ze woont onder meer in de VS en Taiwan.

Maar haar favoriete plek is het Groningse dorp Schildwolde, waar haar opa (‘op klompen, met een witte werkjas en een sigaar’) een slagerij bestiert. Van haar 6de tot haar 14de helpt ze hem zodra ze kans ziet, onder meer achter de kassa. Ze raadt haar grootvader aan reclame te maken, maar hij houdt het af: ‘Een goed product verkoopt zichzelf, vond hij. Inmiddels weet ik hoezeer hij gelijk had.’

Wanneer zich in Afrika een humanitaire ramp voltrekt (‘ik weet niet meer welke’), springt ze als scholier op de bres en krijgt ze haar schoolgenoten in actie: ‘Ik heb altijd graag het voortouw genomen.’

Na een studie sociaal-culturele wetenschappen belandt ze eerst bij vredesorganisatie Pax. En na een reis door Afrika concludeert ze ‘tastbaarder’ werk te willen doen en stort ze zich op sociaal ondernemen.

Wat gebeurde er op die reis door Afrika?

‘Met een vriendje reisde ik door Ghana, Burkina Faso en Mali. Onderweg zag ik veel ondervoeding en armoede, maar ook metershoge stapels fruit die langs de kant van de weg in de zon lagen te rotten. Echt bizar. Terug in Nederland deed ik er onderzoek naar. Ik kwam erachter dat het lag aan een gebrek aan verwerkingscapaciteit en distributie.

‘Ik zag kansen voor business waarmee je belangrijke, maatschappelijke problemen kon oplossen. Met anderen werkte ik een businessplan uit, waarmee we een wedstrijd wonnen. Maar dat in Afrika ook echt uitvoeren, zonder enige ervaring, leek me een stap te ver. Toen solliciteerde ik bij (de supermarktketen, red.) Marqt, dat net met zijn winkels was begonnen en samenwerkte met kleine boeren en producenten.’

Met uw sociaal-culturele studie en Pax-achtergrond lag die stap niet voor de hand.

‘Eén van de oprichters zei in het sollicitatiegesprek: ‘Je hebt echt totaal geen relevante ervaring.’ Ik gooide mijn opa met zijn slagerij in het gesprek, daar moesten ze wel om lachen. Toch dachten ze dat ik het vak wel snel zou leren. Als inkoper kreeg ik de categorie vlees onder mijn hoede. Die was me natuurlijk met de paplepel ingegoten. Mijn opa was inmiddels helaas overleden, hij zou het prachtig hebben gevonden.’

U zat dus op een goede plek, toch besloot u weg te gaan. Was het niet idealistisch genoeg?

‘Marqt was juist heel idealistisch, maar dat maakte het ook moeilijk. Het was opgezet door twee mensen die bij Ahold hadden gewerkt. Zij besteedden veel tijd aan het kwaliteitsbeleid: geen gif, zo min mogelijk E-nummers en een eerlijk inkomen voor de boer.

‘Maar we kregen te maken met concurrenten die zichzelf niet dat soort regels oplegden. Financieel kregen we het zwaar. De aandeelhouders waren ideëel ingesteld, maar drongen aan op een nieuwe formule. Bovendien kwamen er mensen bij die minder affiniteit met het oorspronkelijke Marqt-dna hadden.

‘Ook realiseerde ik me gaandeweg: ik ben nu bezig met eerlijk en goed voedsel voor een bepaalde elite in de Randstad, maar eigenlijk vind ik dat dit voor iedere Nederlander toegankelijk moet worden. Toen ben ik vertrokken.

‘Zonder spijt, want ik had er ervaren dat mijn grootste plezier zat in het werken met boeren van wie ik hun gedrevenheid zo kon waarderen. Zij wilden niet alleen iets maken dat goed was voor hun portemonnee, maar ook voor de aarde, het dier en de gezondheid van mensen. Van die houding was ik erg onder de indruk.’

In 2018 koos u voor Albert Heijn. Wat trok u aan?

‘Het is de nummer één in de branche. Ik wilde weten hoe het daar vanbinnen werkte – nieuwsgierigheid is een belangrijke drijfveer voor me. Ook dacht ik: mijn impact in zo’n grote organisatie zal kleiner zijn, maar als het lukt, werkt het wel door op grote schaal. Ik werd gevraagd voor een rol bij AH to go, dat bedoelde een gezond alternatief te zijn voor het eten onderweg. Ook dat gezonde sprak me aan.’

Hoe verliep uw poging impact te hebben?

‘Ik kwam in een leiderschapsprogramma waaruit bleek dat ik met mijn maatschappelijke engagement nogal een vreemde eend in de bijt was. Gelukkig kon mijn leidinggevende dat juist enorm waarderen. Mijn engagement bleek toen het bedrijf tijdens covid onlinetalkshows organiseerde. Ik stelde kritische vragen toen de missie om duurzaam en gezond te worden ter sprake kwam.

‘Dat leidde tot een persoonlijke reactie van de ceo, Marit van Egmond. Ze nodigde me uit deel te nemen aan een ‘club van uitdagers’, een soort ideeëngenerator met jonge mensen. We bedachten dingen die ik nu bij Lenteland in de praktijk breng: de klanten in contact brengen met hun voedsel via voedselgemeenschappen als oogsttuinen en voedselbossen.’

Ondervond u steun voor die ideeën?

‘De directie reageerde aanvankelijk enthousiast, maar gaandeweg werd me duidelijk dat het moeilijk zou worden. Onze voorstellen waren gericht op de lange termijn – voor een bedrijf met aandeelhouders is dat een lastig perspectief. Zodra de omzet even onder druk komt te staan, wordt dit soort initiatieven niet meer serieus genomen.

‘Geld is altijd leidend, het goede doen delft het onderspit. Uiteindelijk blijft het dan iets dat je voor pr-doeleinden inzet, maar dat onvoldoende wezenlijk is voor je hele organisatie.

‘In mijn vrije tijd deed ik projecten voor het ­herstel van de verbinding tussen burger en landschap. Een workaholic? Nee hoor, ik was gewoon heel gedreven en haalde daar energie uit, meer dan uit mijn gewone Ahold-werk. Daar moest ik me bezighouden met de toekomst van het servicegebied van winkels (klantenservice, selfservice-kassa’s, tabak, red.). Mijn hart ging er niet bepaald sneller van kloppen. Ik kreeg nog een promotie, maar besloot toch weg te gaan. In 2021 kwam ik uit bij Lenteland.’

Is uw invloed nu niet minder groot?

‘Zo zie ik dat niet. Voor mij is het cruciale verschil dat je bij grote concerns als Ahold en Jumbo vooral bezig bent je negatieve impact op de wereld te verkleinen, bijvoorbeeld door te streven naar minder gebruik van plastic, terwijl bij Lenteland de focus juist ligt op het positieve – regeneratieve landbouw gaat over herstel van de natuur.

‘Er zijn geen betere boeren dan alle organismen die in de bodem leven. Als je die in evenwicht brengt, doet de natuur het verder grotendeels zelf en neemt de biodiversiteit weer toe. Bij Lenteland gaat het economisch gezond houden van de boerderij nooit ten koste van ecologische en sociale waarden. Dat is een radicaal ander perspectief, dat we maatschappelijk gezien hard nodig hebben.’

Is de opbrengst van deze manier van boeren lager dan die van de gangbare landbouw?

‘We zijn behoorlijk concurrerend. De oogstopbrengst is wel iets minder, maar daar staat tegenover dat we rechtstreeks aan de consumenten leveren, dus de tussenhandel overslaan. Ook hebben we geen kosten aan kunstmest en gif. Onder aan de streep blijft er voor de boer meer over dan bij gangbare landbouw.

‘Als vangnet garandeert Lenteland een basisinkomen aan de boer, en later kan hij meedelen in de winst. Lenteland-boerderijen maken nu nog geen winst, dat is iets van de lange adem, het duurt minstens vijf jaar om over te stappen op onze principes van boeren.

‘Daarom zetten we ook in op andere manieren van omzet genereren, zoals overnachtingen en vergaderingen. Dat vergroot de sociale functie en maakt de boerderijen minder kwetsbaar voor een slechte oogst. Maar het produceren van voedsel moet altijd de hoofdtaak blijven.’

Roept Lenteland ook weerstand op?

‘We willen dat buren en boeren in onze omgeving meedoen – we nodigen ze uit certificaten te kopen in de coöperatie van de boerderij. Maar we zitten in doorgaans wat conservatievere gebieden. Boeren willen vooral weten, ‘of het wel uitkomt’. De meest gehoorde reactie is: ‘Eerst zien, dan geloven.’ Het kost heel wat kopjes koffie om vertrouwen te winnen.

‘In het begin werden we ook wel als Randstedelijk en intellectueel gezien, maar dat verdwijnt snel als je eenmaal met elkaar om tafel zit. Onze houding is ook niet: vertellen hoe het moet. We luisteren graag naar ervaringen van boeren.

‘Wat me opvalt, is dat de grootste sceptici uiteindelijk het meest geïnteresseerd zijn. Boeren hebben ook wel door dat ze moeten veranderen. Een manier van landbouw bedrijven die de natuur kapotmaakt, valt op langere termijn niet vol te houden.’

Verwacht u steun van de overheid?

‘In principe zou de overheid deze transitie met strengere regels voor landgebruik flink kunnen stimuleren. Nu komen allerlei maatschappelijke kosten, zoals watervervuiling en stikstofuitstoot, bij de gemeenschap terecht. We zijn in een impasse beland, omdat de overheid boeren niet veel eerder duidelijk heeft gemaakt dat bepaalde praktijken niet kunnen.

‘Dat heeft te maken met de kracht van de agro-lobby, waar veel te veel naar wordt geluisterd. Eerlijk gezegd verwacht ik helemaal niets van deze overheid. Voor de transitie van de landbouw zullen we het vooral van boeren en burgers moeten hebben.’

U verwacht meer van hen dan van de overheid?

‘Zeker! Ik hoop dat mensen hun voedsel meer gaan waarderen, niet alleen voor hun eigen gezondheid, maar ook voor de wereld. Dat ze gaan ervaren wat voor verschil het maakt iets te eten dat met veel liefde is gemaakt. Dat ze merken hoeveel voldoening het geeft op een boerderij te helpen – de verbinding met elkaar, de gesprekken, de rust wanneer je in zo’n landschap bezig bent. Ik ben ervan overtuigd dat die ervaring mensen kan helpen zich anders te verhouden tot zichzelf en tot de wereld.’

Boektip: Small is Beautiful, E.F. Schumacher

‘Schumacher daagt de gangbare opvatting over ons economisch model uit – hij pleit voor de menselijke maat in onze samenleving, terwijl momenteel schaalvergroting en winstmaximalisatie leidend zijn. Zijn tijdloze boodschap luidt: vooruitgang ligt in het evenwicht tussen menselijk welzijn, respect voor de natuur en herwaardering van het lokale. Die raakt me.

Klaar? Vergeet de doorleessuggesties niet

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next