Soms krijg je een eurekamoment in de schoot geworpen, terwijl je niet eens op zoek was naar een oplossing voor een lastig vraagstuk. Deze week beleefde ik zo’n moment toen ik het opiniestuk van Zairah Khan in de krant las. ‘Als je gelukkig wilt zijn’, schreef ze, kun je beter in een levendige volksbuurt gaan wonen. De sociale cohesie is er namelijk hoger en ‘het wordt normaal gevonden dat je voor elkaar klaarstaat’.
Ja, maar dát is het natuurlijk, dacht ik. Het onbehagen bij klassemigratie is universeel, en komt niet louter door een integratieparadox. Want als sociale klimmer, wit en bruin, vraag je je vooral af hoe de fuck je ooit gaat kunnen aarden in de ‘eigen comfort eerst’-middenklassecultuur, en of je daar überhaupt wel zin in hebt.
Over de auteur
Nadia Ezzeroili is opinieredacteur en columnist voor de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Wat die cultuur dan inhoudt? Khan, zelf opgegroeid in een volkswijk, gaf het voorbeeld van haar eerste Vereniging van Eigenaren-vergadering, waar tegen een buurman die zijn fiets verkeerd had geparkeerd zó naar werd gedaan dat je zou denken dat hij had lopen dealen in de portiek. Of nog zoiets: bellen naar de gemeente als iemand zijn kliko te lang op de stoep laat staan.
Maar er zijn meer culturele kenmerken waar sociale klimmers niet aan kunnen wennen. Middenklasse is bijvoorbeeld vliegschaamte en Tesla-schaamte, maar geen hypotheekrenteaftrek-schaamte. Middenklasse is conflict vermijden, maar wel passief-agressieve mails versturen, waarna de boel na twee jaar alsnog onherstelbaar escaleert. Middenklasse is hamsteren, noodpakketten en schaduwonderwijs, of: ‘mijn kind is hoogbegaafd, maar de overheid doet niks’.
Middenklasse is Mens, durf te leven zingen op het jaarlijkse bedrijfsfeest, en de volgende ochtend naar je collega appen dat Carol van de administratie wel erg aanwezig zong, dat chef Arjan geen toon wist te raken en hoe jammer het is dat Karim van sales na vijf jaar nog steeds de tekst niet kent. Middenklasse is geloven in meritocratie (want held in eigen verhaal) én in diversiteitsbeleid (want held in andermans verhaal), en daarover in een innerlijke tweestrijd belanden, omdat het eigenlijk niet met elkaar valt te rijmen.
De middenklasse is ook allang niet meer volledig wit, dankzij de nazaten van de eerstegeneratie-sociale klimmers met een migratieachtergrond. In deze subcultuur van de middenklasse vieren velen bijvoorbeeld geen kerst, maar hangen er wel lichtslingers van papieren maantjes aan de muur tijdens de vastenmaand ramadan. En liggen er servetringetjes en gezonde maaltijdsalades op de iftar-tafel.
Door al deze culturele kenmerken hebben wij, sociale klimmers van alle kleuren, dus af en toe last van socialeklimspijt. Waarna we worstelen met de vraag of het misschien geprivilegieerd is om spijt te voelen (het antwoord is ja). We zijn, kortom, de kleurloze variant op de ‘wit van binnen, zwart van buiten’ Bounty-menssoort: zelfgemaakte garnalenkroketten. Fancy ragout van binnen, paneermeel van buiten.
De garnalenkroket presenteert zichzelf in de middenklasse als een selfmade upgrade van de runderkroket, maar blijft natuurlijk gewoon een kroket. Verder is de garnalenkroket vaak wat stil tijdens vergaderingen, en sterft hij of zij een beetje wanneer een gedateerde term als ‘cringe’ ineens opduikt in gesprekken bij de koffieautomaat. De garnalenkroket laat zich ook graag wijsmaken dat hij of zij lijdt onder survivor’s guilt of een impostor syndrome, terwijl het knagende gevoel eigenlijk niets meer is dan heimwee naar de geur van echte frituurvet.
Ja, garnalenkroketten met socialeklimspijt missen het vertrouwde leven in de volkswijk en willen eigenlijk weer terug. Maar wel met behoud van de verworven welvaart, want het opportunisme van de middenklassecultuur zit er dan wél weer goed ingebakken.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns