Lievelingskop van afgelopen week: ‘Brit gooit per ongeluk 744 miljoen euro aan bitcoins weg en wil hele vuilstort opkopen.’ Er stond een foto bij het artikel van een jonge man met op de achtergrond een vuilstortplaats. Iedereen moet zelf oordelen, maar op de foto kijkt hij dus precies zoals je kijkt als je ergens 744 miljoen euro hebt liggen maar niet meer precies weet waar.
Aan de kop van het artikel vond ik vooral het woord ‘hele’ opvallen. Voor zover het concept van een vuilstort op willen kopen niet al getuigt van enige radeloosheid, verraadt het woord ‘hele’ de wanhoop die er achter moet zitten. ‘Weet je, ik koop gewoon die héle vuilstort op.’
Over de auteur
Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.
Het verhaal is als volgt: twaalf jaar geleden zette de toenmalige vriendin van computeringenieur James Howells zijn zwarte rugtas met een harde schijf waar achtduizend bitcoin (huidige waarde: 744 miljoen euro) op stond, bij het grofvuil. Dit deed ze ‘per ongeluk’.
In het artikel werd niet duidelijk of deze handeling tot hun uiteindelijke breuk heeft geleid, maar ik zou me er wel iets bij kunnen voorstellen. Sterker nog, toen ik het artikel las voelde ik zo veel plaatsvervangende woede dat ik op het punt stond mijn eigen vrouw te verlaten.
Ik wil twee dingen graag weten. Ten eerste: hoe zetten mensen iets ‘per ongeluk’ bij het grofvuil? Je hebt een voorwerp – laten we voor het gemak even zeggen een zwarte tas met daarin een harde schijf. Die pak je op en zet je bij het grofvuil. Zonder even te checken wat er in de tas zit? Zonder even aan je partner te vragen of hij zeker weet dat deze tas met harde schijf wel echt weggegooid kan worden?
Ook wil ik graag weten hoe dat gesprek daarna gegaan is.
‘Schat, heb jij misschien mijn zwarte tas gezien?’
‘Over welke zwarte tas heb je het?’
‘O gewoon, die ene waarin 744 miljoen euro zit’.
‘Hmm, even denken. O, die ja. Ja, die mocht weg, toch?’
‘...’
‘Waarom kijk je zo naar me?’
‘...’
Uit een artikel in The Guardian bleek dat het toch niet helemaal de schuld van de ex-vriendin van Howells was geweest. De computeringenieur had de harde schijf ‘per ongeluk’ (daar gaan we weer hoor) in een zwarte tas gestopt en die in de gang van zijn huis laten staan.
Zijn vriendin zag de tas aan voor afval en nam die mee naar de vuilstort. Dus eigenlijk is de schuldvraag, heel woke, behoorlijk gelijkwaardig verdeeld. Iedereen weer blij – behalve James Howells en zijn ex-vriendin.
En nu wil James Howells dus de hele, de totale, de godganse vuilstortplaats opkopen, zodat hij verder kan zoeken naar zijn tas. Laten we hopen dat het allemaal lukt, zodat we straks weer een jonge, mannelijke cryptomiljonair rijker zijn. Precies wat de wereld nodig heeft.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant