Home

Er bleven maar blikjes energydrank uit zijn rugzak komen, wel dertig stuks

Mike, mijn broer, had een raar avondje. Eigenlijk mag je wel zeggen een raar weekje. Allebei mijn schuld. Ik had hem voor zekere werkzaamheden ingehuurd, voor grof geld zeg ik er meteen bij, om geen last te krijgen met het strafrecht, al beweert Mike dat hij het ook gratis had gedaan, uit broederliefde – maar dat zullen we nooit weten, want de centjes staan alweer keurig op zijn spaarbankboekje.

Moet ik vertellen wat voor werk? Nee, onnodig, want het gaat om iets anders, het gaat in wezen om wc-rollen en blikjes energydrank.

Voor wat Mike en ik gingen doen, hadden we een hotel nodig, dicht bij het station, waarin ik Mike zou onderbrengen totdat hetgeen we daar gingen doen, klaar was.

Eisen stelde Mike niet aan het hotel, behalve een ijskastje. Daarin zou hij dan zijn blikjes energydrank bewaren. Helaas hadden de kamers geen ijskastjes. Het geijkte deurtje zat wel in het meubilair, maar was hermetisch afgesloten. Openbreken met een koevoet, geschoold intrappen met de hak of er een gat in zagen met Mikes Zwitsers zakmes was mogelijk – maar stel nu eens dat er zich achter het hout helemaal geen koelkastje bevond?

Wat Mike ook op prijs zou stellen, was onbeperkt pleepapier, voor de boodschapjes, zeker, maar vooral omdat hij snot-, ik herhaal: snot-, verkouden was. Er stond geen maat op (de snot).

Beneden, in de fridge van de receptie, mocht Mike zijn blikjes koelen, en er te allen tijde eentje komen ophalen, en dan meteen wat extra wc-rollen meenemen.

Nadat ik een keer mee was gegaan, even de beentjes strekken, en we met de rollen en blikjes weer in de lift stonden, vroeg Mike me wat ze zouden denken over ons, twee van die vaag op elkaar lijkende mannen met dezelfde achternamen, die van tien uur ’s ochtends tot drie uur ’s nachts samen op hun eenpersoonskamertje verbleven, er hoofdgerechten uit het hotelrestaurant opaten, en alleen tevoorschijn kwamen voor blikjes energydrank en wc-rollen?

Mike wist zelf het antwoord. Een vriend van hem was badmeester, en die had hem verteld dat er in zijn zwembad een tijdje twee broers kwamen, tot hij opmerkte dat ze nooit in het water gingen, maar dat er wel, toen hij een kijkje ging nemen, een omkleedhokje zo ongeveer uit zijn voegen schudde en kraakte, omdat die broers achter de deurtjes keihard, kon je wel horen, aan het neuken waren.

Goed punt, zei ik.

Maar midden in onze onzalige hotelweek (later, als ik volledig hersteld ben, zal ik de onzaligheid nog eens uitwerken), rees een probleempje: Mike moest terug naar Venlo voor Mobb Deep. Kun je Mobb niet zeggen dat je aan het werk bent, stelde ik voor, niet wetende dat het een rapduo betrof van wie er eentje al onder de zoden lag. Nee, Mike ging op en neer, kon hij thuis meteen wat nieuwe blikjes ophalen. Zo gezegd, zo gediggy – hier scratchgeluiden – daan. (Extince.)

Toen Mike ’s avonds laat terugkeerde in ons stationshotel, zei hij dat hij er bijna niet was ingekomen.

In Mobb niet? Hij knikte. Bij de ingang was hij gefouilleerd, en er bleven maar blikjes energydrank uit zijn rugzak komen, wel dertig stuks. Vervolgens haalde hij uit al zijn jas- en broekzakken nog eens twee keer zoveel pakjes papieren zakdoekjes. Een van de bewakers dacht dat hij er een bom van ging maken, voor de nog levende helft van Mobb – terwijl Mike alleen onderweg was, legde hij geduldig uit, naar een hotel in Breda, om er iets te doen met zijn broer.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next