Home

Zo stond ik op een onguur parkeerterrein te wachten op een vrouw die mij een papieren tas overhandigde

Er komt een koufront aan, zeg ik tegen iedereen die het wil horen en niet wil horen, want ik ben eens een keer op de hoogte van de weersvoorspelling. Ik kijk bijna nooit naar het weerbericht, maar ik had een tiener op straat tegen zijn vriend horen zeggen dat het ‘de koudste vrijdag ooit’ ging worden.

Dat geloofde ik aanvankelijk, en toen ook weer niet, want tieners houden van overdrijven en ze verkrijgen al hun informatie via TikTok. Dus zelf even gekeken, en het wordt inderdaad koud. Niet het allerkoudst ooit (min 27 graden, 1942, Winterswijk. Ongelofelijk.). Het gaat gewoon een beetje lafjes vriezen in de nacht, waardoor niemand zal kunnen schaatsen, maar het er wel heel veel over zal gaan.

Het deed me denken aan die keer in coronatijd dat het ook ineens echt koud dreigde te worden en ik op het eiland Texel zat. Ik was in mijn hoofd de hele tijd bezig met de combinatie koufront en thuisfront, en welke kleren mijn kinderen allemaal misten die nodig waren om de kou te trotseren. Ik denk dat iets van de hysterie die in die jaren alom aanwezig was ook over me kwam wat betreft koudebestendige kleding. Want wie in een goed geïsoleerd huis met verwarming woont, heeft op zich geen skibroek nodig. Toch dacht ik dat dat zo was.

Het heeft ook te maken met een diepe behoefte aan warme kleding die ik altijd voel. Ik draag te vroeg in het seizoen al een grote wollen muts en stop er te laat mee. Ik kan met jaloezie naar expats in Amsterdam kijken, die je altijd herkent aan hun kinderen die in multifunctionele sneeuwpakken gehuld zijn zodra de wintertijd ingaat. Geen Nederlander die zijn kind zo aankleedt, want het weer is hier altijd te warm. Maar het ziet er zo lekker uit.

Maar toen, op Texel, leek het eindelijk te gaan gebeuren. Weer waarvoor kleren nodig waren. Bestellen op internet, daarvoor was het te laat. Ik moest dus alles op Texel bemachtigen, maar de winkels waren in die tijd dicht. Wel had je het malle systeem dat je dingen bij winkels mocht bestellen, en dan kwamen de winkelbedienden het op straat aan je overhandigen. Zo stond ik even later vlak bij warenhuis Mantje op een onguur parkeerterrein te wachten op een jonge vrouw die mij, als deden wij een zwaar illegale drugsdeal, een papieren tas met skibroeken en winterlaarzen overhandigde, waarna ik schielijk wegschoot.

Ik keerde terug naar Amsterdam met al deze winterspullen, en daarna hebben mijn kinderen, gekleed in die broeken en laarzen, dagenlang op een slee gezeten bij het kunstmatige heuveltje bij ons om de hoek. Dit was het hoogtepunt van die twee jaar.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next