schrijft elke week over een alledaags opvoedkundig probleem waarvoor ze een oplossing zoekt.
De 11-jarige dochter van een vriendin voelt zich vaak achtergesteld en legt thuis alles op een weegschaaltje: krijgt ze wel evenveel aandacht en cadeaus als haar zusje? En als haar moeder iets liefs zegt tegen de jongste, volgt direct de vraag: ‘Vind je mij ook lief?’ Wat zit er achter dit gedrag? En hoe ga je hier als ouders mee om?
‘Rivaliteit is een veelvoorkomend thema binnen broer-zusrelaties’, zegt Kirsten Buist, ontwikkelingspsycholoog aan de Universiteit Utrecht. ‘Kinderen zien dat de liefde en aandacht van ouders beperkt beschikbaar is en daardoor ontstaat er strijd om wie van de kinderen er meer krijgt.’
Het vergelijken (‘wie krijgt er meer?’) is dus normaal. Aan de basis hiervan ligt het fenomeen ‘sociale vergelijking’. Volgens die theorie vergelijken mensen zich vaker met personen die op hen lijken en die zichtbaar zijn. Dan is een zusje natuurlijk de perfecte kandidaat.
Hoe heftig kinderen reageren op een ‘ongelijke’ behandeling hangt af van hun persoonlijkheid. ‘Sommige kinderen zijn hier nou eenmaal gevoeliger voor. Ze vinden het belangrijk dat dingen rechtvaardig zijn’, zegt orthopedagoog Sheila van Berkel, die aan de Universiteit Leiden onderzoek doet naar de interactie tussen broers en zussen. Samen met Buist schreef ze het boek Broertjes en zusjes: zo stimuleer je een warme band tussen je kinderen.
Vaak vinden kinderen het makkelijk om verschillen in behandeling te accepteren als het gaat om regels. ‘Vanaf een jaar of 7 kunnen kinderen best begrijpen dat de oudste meer mag dan de jongste’, aldus Van Berkel. Bij een verschil in liefde-uitingen ligt het gevoeliger. ‘Een kind kan het gevoel krijgen dat de ouders meer houden van het andere kind. Dat heeft effect op het zelfvertrouwen en kan leiden tot somberheid en angstgevoelens.’
Overigens blijkt uit onderzoek dat ook het ‘voorgetrokken’ kind negatieve gevolgen ondervindt. Van Berkel: ‘Wie de status van ‘favoriet’ kind denkt te dragen, kent ook de angst die weer kwijt te raken.’
Of ouders het ene kind daadwerkelijk achterstellen, is niet eens echt relevant. Uit onderzoek naar ‘differentieel opvoedingsgedrag’ blijkt dat de perceptie van het kind meer zegt over hoe een kind zich voelt en hoe het functioneert dan over het feitelijke gedrag van de ouders. ‘Het gaat om het gevoel van het kind en deze moeder neemt dat gelukkig serieus’, zegt Buist.
Met twee kinderen in huis zullen er geheid verschillen zijn. ‘Blijf tot in den treure uitleggen waarom je bepaalde keuzes maakt’, adviseert Van Berkel. ‘Bijvoorbeeld: ‘Je zusje krijgt nu nieuwe schoenen omdat we voor jou de vorige keer een dure jas kochten.’
Op een rustig moment kun je vragen waar de onvrede vandaan komt. Waarom zegt ze dat toch steeds? En wat is haar gevoel erbij? Benadruk dat je van beide kinderen evenveel houdt.
Kinderen die zich achtergesteld voelen, laten soms opstandig en agressief gedrag zien. Dat kan leiden tot een selffulfilling prophecy. ‘Kinderen die agressief zijn, krijgen ook een andere behandeling dan de ‘makkelijke’ zus of broer’, zegt Van Berkel. ‘Ze komen ook meer in conflict met de ouders. Dat kun je benoemen.’
Vergelijk broers en zussen zo min mogelijk met elkaar, ook niet als positieve aanmoediging: ‘Kijk eens hoe goed je zus dat doet!’
Individuele aandacht kan helpen. ‘Kinderen willen niets liever dan gezien worden’, zegt Buist. ‘Als je merkt dat het vergelijken voor een negatieve spiraal zorgt, dan kun je apart van elkaar iets ondernemen.’ Het is belangrijk dat ouders oog hebben voor de prestaties en positieve kanten van beide kinderen. Dat gaat soms beter tijdens wat één-op-ééntijd.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant