Gaan Limburgers meer voor hun elektriciteit betalen dan Noord-Hollanders? Netbeheerders en overheid onderzoeken dat, want het variëren met tarieven kan netcongestie tegengaan. ‘Het kan een goede prikkel zijn om bijvoorbeeld langs de kust electrolysers te gaan bouwen.’
is economieredacteur voor de Volkskrant en sinds 2021 specialist op het gebied van de energietransitie.
Of je het nu gebruikt in Vroomshoop, Callantsoog of Posterholt: overal in Nederland betalen burgers evenveel voor hun elektriciteit, terwijl dat misschien niet altijd logisch is. Is het niet beter om elektriciteit goedkoper te maken op plekken waar veel groene stroom beschikbaar is, bijvoorbeeld langs de kust, waar immers meer en meer goedkope energie van windparken op zee aan land komt?
Om deze reden wordt er onderzocht of er voordelen zitten aan het opknippen van Nederland in zogenoemde biedzones. Een biedzone is een gebied waar elektriciteit een eigen prijs krijgt. Langs de kust zijn op dagen met veel aanbod van windstroom de stroomkosten dan lager. Bedrijven merken direct dat de energierekening daalt, en ook burgers in zo’n regio zullen gemiddeld minder dure stroomcontracten hebben.
Dat lokt nieuwe vormen van industrie en flexibel stroomgebruik, zegt Joost Greunsven, die leiding geeft aan het team bij hoogspanningsbeheerder Tennet dat is gespecialiseerd in marktanalyse. ‘Biedzones langs de kust kunnen zo een mooie prikkel vormen om hier bijvoorbeeld electrolysers te gaan bouwen.’ Deze apparaten zetten water met behulp van elektriciteit om in waterstof, wat enorm veel energie vergt.
Door electrolysers vooral langs de kust te bouwen, kunnen ze optimaal profiteren van de overvloedige groenewindstroom. Toevallig herbergt de kust ook veel zware industrie, die deze groene waterstof goed kan gebruiken. Denk aan staalconcern Tata, dat groen staal wil maken. Of aan Pernis, dat er diesel mee ontzwavelt.
De prijsprikkel werkt volgens Greunsven ook landinwaarts. ‘Daar waait het minder, maar als de prijzen daar gemiddeld hoger zijn, zullen investeerders daar ook eerder windmolens bouwen.’
Er is nog een reden waarom regio’s met eigen stroomprijzen nuttig zijn: ontwikkelaars van offshore windparken zien de vraag naar hun elektriciteit amper stijgen, waardoor investeren in nieuwe parken riskanter wordt. Weinig vraag betekent immers lage prijzen. Door stroom langs de kust goedkoper te maken, kunnen bedrijven daar worden verlokt te investeren in elektrificatie.
Biedzones zijn vooral nuttig als een land of regio kampt met structurele netcongestie, zegt Adriaan van der Welle, die namens TNO onderzoek doet naar de mogelijke effecten van de invoering van een noord-zuidbiedzone in 2035, als er veel meer windstroom van de Noordzee het land in vloeit. Netcongestie remt de vrije verspreiding van elektriciteit, waardoor het systeem minder efficiënt wordt. Door een prijs op schaarste te zetten, kan deze onbalans deels worden hersteld, aldus Van der Welle.
Dat zien ook netbeheerders als Tennet: als er meerdere biedzones komen, zijn zij waarschijnlijk minder geld kwijt aan zogenoemde redispatch. Hierbij moet een netbeheerder bijvoorbeeld een gascentrale betalen voor het leveren van fossiele stroom als het door files op het stroomnet niet lukt beschikbare groene stroom vanaf een andere plek in het land te transporteren naar de plaats waar die nodig is.
Die kosten van deze redispatch zijn enorm: in recordjaar 2022 was Tennet er 328 miljoen euro aan kwijt. Deze kosten worden doorberekend aan de consument en leiden tot hogere nettarieven. Kleinere biedzones kunnen helpen de kosten te drukken.
Dit heeft ook een keerzijde: afnemers in dure regio’s betalen gemiddeld meer voor hun stroom. Dat lijkt oneerlijk, zegt Greunsven van Tennet, omdat bedrijven en consumenten er vaak weinig aan kunnen doen dat ze in een ‘duur’ gebied wonen. Zij worden door biedzones dus opgezadeld met hogere stroomkosten, louter omdat ze op de ‘verkeerde plek’ wonen.
Toch valt er iets te zeggen voor het principe, zegt TNO’er Van der Welle. Omdat biedzones zorgen voor een betere beprijzing van elektriciteit, kan dit leiden tot een algehele welvaartsgroei van heel Nederland, al was het maar omdat veel minder kostbare redispatch nodig is. ‘Deze maatschappelijke baten zouden bijvoorbeeld gebruikt kunnen worden om bedrijven en burgers die erop achteruitgaan deels te compenseren’, zegt hij.
Al hebben bedrijven in landelijke gebieden soms ook al andere voordelen, zoals bijvoorbeeld een lagere grondprijs. En dan is er volgens hem nog een meer fundamentele vraag: ‘Waarom zou de elektriciteitsprijs overal hetzelfde moeten zijn?’
Prijsverschillen ontstaan trouwens alleen als er sprake is van congestie: als elektriciteit vrijelijk kan stromen, zullen de prijzen in diverse regio’s vanzelf weer gelijk worden. Toch zijn kleinere biedzones in de toekomst mogelijk van nut, omdat – zelfs als duizenden kilometers kabel getrokken zijn en tienduizenden transformatorhuisjes zijn opgeleverd – er altijd files zullen blijven op het net.
Biedzones lijken dus een goed idee. Al moeten er geen wonderen van worden verwacht, zeker niet in Nederland. Want helaas: de prijsverschillen zijn beperkt, blijkt uit het recentelijk gepubliceerde onderzoek van TNO en uit de voorlopige resultaten van de Europese koepel van netbeheerders Entsoe-e.
Uit de Europese studie, die keek naar dit jaar, komt een prijsverschil van gemiddeld 10 cent per megawattuur naar voren, als er twee biedzones worden ingericht. Ter vergelijking: de verwachte gemiddelde elektriciteitsprijs voor komend jaar ligt tussen de 75 en 100 euro per megawattuur. Die 10 cent gaat geen potten breken, verwachten experts.
Een veel groter effect ontstaat als ook Duitsland biedzones invoert. Prijsverschillen kunnen dan oplopen tot meerdere euro’s, zegt Marijn de Koning, marktadviseur bij Tennet. ‘Dat is een ander verhaal.’
Alleen lijkt die kans klein, zeggen experts. Met name vanuit de industrie in Zuid-Duitsland bestaat er fel verzet tegen, omdat hun stroomkosten flink zullen stijgen. Aangezien de Duitse industrie het toch al zwaar heeft, maakt de weerstand de kans op invoering van biedzones in Duitsland nu niet erg groot, zeggen betrokkenen.
Of Nederland ze gaat invoeren, kan een woordvoerder van het ministerie van Klimaat en Groene Groei nog niet zeggen. Daarvoor wil het eerst alle onderzoeken op tafel hebben. Het definitieve rapport van de Europese netbeheerders wordt in het voorjaar verwacht.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant