Home

Ik wilde niet samen rouwen, ik wist niet eens zeker of ik wilde rouwen – rouwen is niet mijn grootste talent

Op 5 februari kreeg ik een e-mail van ene Molly. Ik kende haar niet en had nog nooit van haar gehoord, maar ze meldde me dat Pablo van Dijk was overleden. ‘Ik was een van de vele verloofdes van Pablo,’ schreef ze, om eraan toe te voegen dat haar verloving duurde van 2007 tot 2008. ‘Vreemd genoeg’, schreef ze, ‘kan ik me zelfs zijn bijtende kant herinneren met iets van ontzag en genegenheid. Hij was er fenomenaal goed in.’

De mail eindigde met het bericht dat ze na Pablo genezen was van de alcoholist als liefdesobject. Om eraan toe voegen: ‘Ik verwacht geen antwoord, maar het zou wel worden gewaardeerd.’

De laatste jaren van de vorige eeuw en de eerste jaren van deze eeuw was Pablo mijn secretaris. Ik heb hem weleens een ‘irrationele oplichter’ genoemd, maar laat ik nu hij dood is volstaan met de opmerking dat hij een dure secretaris was. Dat is ook een kenmerk van de goede secretaris. Op een gegeven moment worden ze te duur.

Zelf beweerde hij dat hij leefde van andermans talent, dat is misschien de elegantere manier om hetzelfde te zeggen.

Twee jaar geleden had hij me nog voor het small claims court in New York gesleept omdat ik een tekst voor een bibliofiele uitgave niet op tijd zou hebben ingeleverd. Zijn waanzin was groot, maar zijn overlevingsinstincten waren net groter.

Molly had het in haar mail over ‘haar zelfzuchtige behoefte om samen te rouwen’. Ik wilde niet samen rouwen, ik wist niet eens zeker of ik wilde rouwen – rouwen is hoe dan ook niet mijn grootste talent.

Ook daarom twijfelde ik of ik Molly zou antwoorden.

Ik herinnerde me middagen met Pablo in restaurant Le Jardin, Cleveland Place, New York, die nachten waren geworden. Uiteindelijk wint de destructie het van de liefde.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next