Voor een doosje Nederlandse eieren bij de supermarkt worden vanaf volgend jaar niet langer één dag oude haantjes gedood. Innovatieve oplossingen moeten het vergassen van eendagshaantjes overbodig maken.
is economieredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft onder meer over landbouw en voedsel.
Het doden van eendagshaantjes is staande praktijk in de eiersector. De broertjes van leghennen leggen geen eieren, en ze opfokken voor hun vlees levert te weinig op. De haantjes worden daarom vergast, of gaan levend in een verhakselaar. Jaarlijks gaat het in Nederland om zo’n 40 miljoen dieren, tot woede van dierenbeschermers.
Ook in de politiek is het verzet tegen het doden van eendagshaantjes de afgelopen jaren toegenomen. Naar aanleiding van twee aangenomen moties heeft het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) samen met de pluimveesector en de Dierenbescherming een plan van aanpak opgesteld dat die praktijk uiterlijk volgend jaar moet uitbannen.
Nederland volgt daarmee de koers van andere West-Europese landen. In Duitsland, Frankrijk, Italië, Oostenrijk, Zwitserland en Luxemburg is het doden van haantjes al verboden. Ook de Vlaamse regering wil de praktijk in de toekomst uitbannen. In Nederland komt geen verbod, maar gaat de sector zelf aan de slag om de praktijk uit te bannen.
De afgelopen jaren zijn meerdere technieken ontwikkeld om het geslacht van een kip al vast te stellen voordat die uit het ei kruipt. Daarbij wordt doorgaans vloeistof door een miniscuul gaatje uit het ei gehaald en geanalyseerd. Ook een MRI-scan of AI kunnen helpen het geslacht van het ongeboren kuiken te bepalen. De haneneieren worden dan uit de broedmachine gehaald en vernietigd voordat er een kuiken uit kruipt.
Alle Nederlandse kuikenbroederijen hebben inmiddels in dergelijke technieken geïnvesteerd. Ook hebben opfokbedrijven ruimte gemaakt om de paar haantjes die er niet uitgefilterd worden, alsnog op te fokken.
Een andere oplossing is het gebruik van dubbeldoelkippen, die meer vlees op de botten hebben dan legkippen. De hanen van deze soort groeien makkelijker en worden groter dan leghanen, wat het economisch interessanter maakt om ze op te fokken voor hun vlees. Nadeel is dat hun zussen meer voer nodig hebben en minder eieren leggen dan gespecialiseerde leghennen.
In Nederland wordt al volop met dergelijke oplossingen gewerkt. De merken Rondeel (verkrijgbaar bij Albert Heijn) en Respeggt (Jumbo) stellen het geslacht in het ei vast, Kipster (Lidl) en Geluksvogel (Ekoplaza) laten ook de haantjes opgroeien, en Alleb’ei (Odin) werkt met dubbeldoelkippen.
Uit onderzoek van Wageningen University & Research blijkt dat de productie van eieren zonder het doden van pasgeboren haantjes gepaard gaat met extra kosten van 1,15 eurocent per ei. Of dat ook is wat de consument bij moet leggen, is nog niet zeker. Mogelijk nemen supermarkten en cateraars een deel van de extra kosten zelf, of rekenen ze daar juist nog een marge over.
Nu moet blijken of consumenten bereid zijn een meerprijs te betalen voor eieren waarvoor geen haantjes zijn vergast. De partijen richten zich daarbij op zogeheten tafeleieren – verkrijgbaar in bijvoorbeeld de supermarkt, horeca en catering – voor de Nederlandse en Duitse markt. Het zou de dood van 6 tot 7 miljoen haantjes per jaar moeten voorkomen.
De initiatiefnemers kijken nadrukkelijk naar supermarkten, horeca en cateraars, die de vraag naar dit soort eieren zullen moeten stimuleren. ‘Als sector zetten wij ons op verschillende vlakken in voor het bevorderen van dierenwelzijn’, zegt Kees de Jong van brancheorganisatie LTO/NOP. ‘Ook dit is weer een belangrijke stap, maar pluimveehouders kunnen dat alleen doen als consumenten deze eieren kopen.’
Voor eieren die verwerkt worden in koekjes en cakes kunnen nog altijd wel haantjes gedood worden.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant