Home

‘Ik zou werkelijk niet weten wat er prinsesachtig is aan mijn baan in het mbo’

De VVD wil weer de ‘hardwerkende Nederlander’ op de eerste plaats. Maar kan dat wel, vroeg Jona van Loenen zich in een opiniestuk af, want Nederlanders zijn deeltijdprinsjes en -prinsesjes in een parttime paradijs. Volkskrant-lezers reageren.

Zwart-wit redeneringen

Inderdaad, het is wereldvreemd om te spreken over ‘hardwerkende Nederlanders’. Het is echter even naïef en neerbuigend om te spreken over de luiheid van deeltijdprinsjes en -prinsesjes. Het gaat niet om de arbeidsuren op zich, het gaat over hoe efficiënt je werkt. Wat je doet in die uren. Welke uren je werkt. Wat het nut is van dat werk. Het kan ook zijn dat de zwaarte van het werk, of de onregelmatige uren, je belet om voltijds te werken.

Deeltijders werken mogelijk efficiënter dan voltijdwerkers, en daarnaast gaat het er eveneens om wat je doet buiten die officiële werkuren. Mogelijk zijn de uren buiten ‘werktijd’ nog belangrijker voor de maatschappij en de economie dan de feitelijke ‘arbeidsuren’. Of worden ze gevuld met een andere deeltijdbaan. Het is beslist niet denkbeeldig dat een ‘lui’ deeltijdzorgprins(es)je als zodanig nuttiger blijkt dan, ik noem maar een zijstraatje, een voltijds commercieel manager.

Kortom, we zouden eens moeten stoppen met al die zwart-wit redeneringen, het brengt ons nergens.
Rob Wildschut, Noordwijk

Niet zo parttime

Daar gaan we weer, een opiniestuk over het grote aantal parttime werkende mensen in Nederland, aangeduid met de inmiddels sleetse term ‘deeltijdprinsjes m/v’.

Ik zou werkelijk niet weten wat er prinsesachtig is aan mijn baan in het mbo, waarin ik vier dagen in de week mensen begeleid en opleid tot verpleegkundige. Deze vier dagen zitten stampvol met lesgeven, voorbereiden, nakijken, mentor- en stagegesprekken, begeleiding van leerlingen met leer- en persoonlijke problemen, administratie, vergaderingen, taken en ga zo maar door.

De vrije dag die overblijft benut ik zeer regelmatig voor alle zaken waar ik op school niet aan toekom. Kortom, een parttimebaan in het onderwijs is zo parttime nog niet; met fulltime werken zou je mij en vele andere toegewijde collega’s in korte tijd opgebrand het onderwijs zien verlaten.
Esther Donkers, Almere

Kapitaalbezitters

Dat de VVD voor de hardwerkende Nederlander beweert op te komen is sowieso een gotspe: de decennialange heerschappij van die partij heeft ervoor gezorgd dat inkomsten uit arbeid vrijwel nergens zwaarder belast, en inkomsten uit vermogen vrijwel nergens lichter belast worden dan in Nederland.

‘Hardwerkende Nederlanders’ is gewoon VVD-codetaal voor: kapitaalbezitters.
Thomas Gaugenot, Amsterdam

Onzinnige functies

Jona van Loenen gebruikt veel woorden om eigenlijk steeds hetzelfde te herhalen: er wordt in Nederland te veel in deeltijd gewerkt met als gevolg een krappe arbeidsmarkt voor veel beroepen.

Los van het feit dat minder werken, minder verdienen en dus minder consumeren betekent, wat best een toffe bijdrage aan de oplossing voor onze klimaat- en vervuilingsproblematiek zou kunnen zijn, terwijl het ook tot een betere werk-privébalans leidt, is er een ander aspect dat Van Loenen onbenoemd laat: steeds meer Nederlanders werken in onzinnige functies. Deze vergroten alleen maar de tekorten in sectoren met een belangrijke maatschappeljke betekenis.

Ik denk dat het effect daarvan op de tekorten op de arbeidsmarkt zomaar vele malen groter zou kunnen zijn dan het door liberalen en werkgevers verfoeide deeltijdwerken.
Jan Warmink, Apeldoorn

Hoogste arbeidsparticipatie

In zijn vlammende opinie over de vermeende luiheid van de hardwerkende Nederlander verwijst Jona van Loenen naar verschillende cijfers die zijn standpunt ondersteunen. Waar hij niet naar verwijst, is het feit dat Nederland binnen de Europese Unie de hoogste arbeidsparticipatie heeft, na Griekenland. Beetje slordig om dit feit te negeren. Of is dat gewoon intellectueel lui?
René Renders, Deventer

Exportoverschot

‘Tijd voor de ‘hardwerkende Nederlander’? Het probleem is juist dat de Nederlander amper werkt’.
Onder deze kop wordt een behoorlijke overdrijving gepraktiseerd die de discussie over het thema geen goed doet. Vooral niet door de eenzijdige blik.

Als ik het aspect oppak dat met name vrouwen in Nederland vooral in deeltijd werken: dat is hun eigen keuze, en dat dient gerespecteerd te worden. Wat niet wegneemt dat er te weinig mensen zijn om de broodnodige taken in bijvoorbeeld de zorg en het onderwijs te kunnen vervullen. Maar dan moet niet eenzijdig naar de arbeidsparticipatie gekeken worden.

Eind jaren zestig deed een toenmalige SPD-minister van Economische Zaken, Karl Schiller, in Duitsland van zich horen toen hij droogjes verkondigde dat het (toenmalige) exportoverschot van het ‘Wirtschaftswunderland’ ontegenzeggelijk betekent dat vele werknemers niet ten behoeve van de binnenlandse vraag hun werk doen, maar ten behoeve van de buitenlandse vraag. Evenzo droogjes kan dus gezegd worden dat dit niet alleen voor Duitsland gold, maar voor alle landen met een exportoverschot.

Als we alleen al naar ons land kijken, zien we, dat we al ruim 25 jaar vrijwel onafgebroken met een handelsoverschot van 5 tot 10 procent van het bruto binnenlands product (bbp) te maken hebben.

Als we nu eerst zorgen dat hier wat aan gedaan wordt, dán kunnen we wat mij betreft over de arbeidsparticipatie praten. Maar ik weet nu al dat er aan dit grootschalige werken voor de buitenlandse vraag geen beleidsmatig eind zal komen. Want een exportoverschot werkt verslavend. De eenvoudige reden is dat een exportoverschot ook goed is voor de staatsfinanciën.

Juist met een exportoverschot zijn we op migratie aangewezen! En bovendien: met een beleidsmatig bevorderd importoverschot zou de kans groter zijn dat mensen in andere delen van de wereld aan werk komen. Want uitzichtloosheid elders is een belangrijke bron van migratie.

Juist populisten zouden dat – als ze eerlijk zijn – moeten uitdragen. En ze zouden ook eerlijk moeten zijn over de rol van de Europese Unie als het gaat om handel die meer in het voordeel van de EU is dan in dat van het mondiale Zuiden.
Rob Maris, Kreuzau (Duitsland)

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next