Home

Een hospita, een kamer delen? Hoe studenten alsnog onderdak vinden in tijden van nood

Nu de kamernood in de grootste studentensteden oploopt, komen studenten steeds vaker uit bij alternatieve woonvormen. Zoals een hospita, een gedeelde kamer, of een plek in een omgebouwd kantoorpand. ‘Studenten moeten hun verwachtingen bijstellen.’

is nieuwsverslaggever van de Volkskrant. Ze schrijft met name over onderwijs.

Een half jaar nadat Alexander Znamenskiy was begonnen aan zijn studie Informatica aan de TU Delft, duwde hij een winkelwagentje voor zich uit met daarin al zijn bezittingen.

18 jaar was hij, vol verwachtingen over zijn nieuwe studentenbestaan. Maar nu de huur van zijn tijdelijke kamer was geëindigd, was hij plots dakloos geworden. Midden in zijn tentamenweek.

Tientallen hospiteeravonden had Znamenskiy achter de rug, met evenveel afwijzingen. Telkens had hij een houtje-touwtje-oplossing gevonden, in de vorm van tijdelijke onderkomens.

Nu zag hij geen andere mogelijkheid dan een vriend te bellen in wiens kamer hij de eerste maanden van zijn studie in onderhuur had gezeten. Hij mocht er zijn spullen droppen. En vooruit, hij kon ook wel een paar nachten op de bank in de keuken overnachten.

Hij verbleef er uiteindelijk zeven maanden.

Oplopende kamernood
Het verhaal van Znamenskiy, een Nederlandse student van Russische komaf, is exemplarisch voor de prangende kamernood in populaire studentensteden als Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Delft. Volgens de laatste cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is er in de twintig grootste studentensteden in Nederland een tekort van 23.100 kamers. Naar verwachting loopt dit verder op naar maximaal 42.400 kamers in het collegejaar ’31-’32.

Die stijging heeft onder meer te maken met de groei van het aantal studenten dat een beroep doet op huisvesting. Door de herinvoering van de basisbeurs zijn Nederlandse studenten er financieel op vooruitgegaan, waardoor ze eerder op kamers gaan. Ook het aantal internationale studenten neemt toe.

De grote vraag naar kamers drijft de prijs op, zo bleek vorige week uit cijfers van verhuursite Kamernet. De gemiddelde prijs voor een kamer is in een jaar tijd gestegen van 681 naar 705 euro per maand.

Het kabinet, dat de wooncrisis heeft bestempeld als ‘prioriteit nummer 1’, heeft 20 miljoen euro extra uitgetrokken voor het versneld realiseren van zestigduizend betaalbare studentenwoningen. Daarvan zijn er tot nog toe 1.700 opgeleverd. ‘We hebben nog een lange weg te gaan’, concludeerde Mona Keijzer, namens de BBB de minister van Volkshuisvesting.

Zolang de vraag niet kan opboksen tegen het aanbod, zoeken studenten naar alternatieven, waarbij de ene optie aantrekkelijker is dan de andere. Ze verblijven tijdelijk in hostels of op campings. Ze trekken in bij een hospita of in een omgebouwd kantoorpand. Ze delen een kamer, of ze vinden net als Alexander Znamenskiy noodgedwongen onderdak bij vrienden.

Gebrek aan privacy
Als Znamenskiy zijn benen opkrulde, kon hij in de keuken net op de bank liggen. Zijn spullen had hij in een kast in de hoek gestald. De studentenwoning was eigenlijk te klein voor een derde persoon. Al snel ontstonden er spanningen met zijn huisgenoten. ‘We kregen ruzie over de kleinste dingen’, zegt hij. ‘Ik wilde bijvoorbeeld het keukenraam dicht hebben, omdat ik er sliep. Een ander wilde het raam juist open hebben zodat het kon doorluchten.’

Bijna elke nacht werd hij opgeschrikt door een huisgenoot die midden in de nacht, vaak onder invloed van een joint, biefstukken ging bakken. De keuken stond blauw. ‘Ik deed geen oog dicht.’

Znamenskiy voelde zoveel druk om een kamer te vinden dat het hem niet lukte om tussen al die andere gegadigden (Delft heeft een tekort van drieduizend kamers) de beste versie van zichzelf te presenteren. Hij was nerveus, teruggetrokken en afwezig. ‘Na de zoveelste afwijzing gaf ik het hospiteren op’, zegt hij. ‘Het voelde als mijn eigen fout dat ik geen kamer kon vinden.’

Kamer delen
Voor internationale studenten is het zo mogelijk nog lastiger een kamer te vinden. Ze hebben geen netwerk en kennen de weg naar huisvestinginstanties niet.

In Groningen, een stad waar bijna 30 procent van de studenten uit het buitenland afkomstig is, werd in 2018 een tentenkamp ingericht als noodvoorziening voor ‘internationals’. Het kamp heeft plaatsgemaakt voor een vaste piekopvang. Het moderne gebouw, bestaande uit 401 kamers met elk twee bedden, werd aan het begin van dit studiejaar geopend. Het vaste bed is gereserveerd voor de internationale student die een jaar of langer in Nederland verblijft. Het opklapbed is bedoeld voor studenten die tijdens de zomerdrukte geen kamer konden vinden en een paar maanden extra de tijd nodig hebben om een eigen plek te vinden (het ‘piekprobleem’).

Het is voor het eerst dat de Stichting Studenten Huisvesting (SSH), die in een aantal steden huisvesting voor studenten en starters aanbiedt, experimenteert met het delen van kamers. ‘Onder Nederlandse studenten is dit niet gebruikelijk’, zegt woordvoerder Lisa Plender. De kamers die de SSH aanbiedt zijn met 12 of 14 vierkante meter doorgaans ook te klein voor deze vorm van opvang.

Internationale studenten zijn wél gewend aan het delen van een kamer. In de Verenigde Staten is dit bijvoorbeeld heel gebruikelijk. Vandaar dat de piekopvang zich volgens Plender goed leent om hiermee ‘te experimenteren’.

De SSH is daarnaast druk bezig met het bijbouwen van studentenwoningen. In Utrecht levert de stichting op korte termijn vier nieuwe complexen op, met in totaal 1.632 woonruimten voor studenten en starters.

Leegstaande kantoorpanden
Een alternatief voor bijbouwen is het benutten van al bestaande woonruimte. In Delft transformeert de Stichting Herontwikkeling tot Studentenhuisvesting Delft (SHS Delft) leegstaand vastgoed tot studentenwoningen. Dat doet ze al sinds 2011, toen de woningnood een kookpunt bereikte.

‘We zijn terug op dat punt’, zegt Fleur Daalderop, op het moment van spreken nog voorzitter van SHS Delft (ze heeft inmiddels het stokje overgedragen). Het bestuur, dat om het half jaar wisselt van formatie, bestaat voor het merendeel uit studenten of afgestudeerden met een achtergrond in bouwkunde. Ze stappen soms letterlijk op de fiets, op zoek naar geschikte panden, of struinen Funda af.

De stichting heeft vijf panden opgeleverd, goed voor zo’n 769 woningen. SHS bemiddelt met aannemers en gemeenten. De verhuur verloopt via de pandeigenaren.

Het laatst opgeleverde complex staat in Rijswijk, op achttien minuten fietsen van de universiteit. Studenten moeten volgens Daalderop in deze tijden hun verwachtingen bijstellen. ‘Niet iedereen kan een kamer in het centrum krijgen, op loopafstand van de universiteit. Soms moet je genoegen nemen met een goede busverbinding voor de deur.’

Daalderop merkt op dat gemeenten de laatste jaren een stuk welwillender zijn geworden in het afgeven van vergunningen voor tijdelijke huisvesting. De stichting is sinds kort in gesprek met de gemeenten Rotterdam en Den Haag, omdat daar meer leegstand is dan in Delft. Ook is dit jaar in Eindhoven een zusterorganisatie (‘Eindje Bouwen!’) van start gegaan.

Lastiger is het om pandeigenaren te overtuigen. ‘Die wachten liever een goed moment af om de boel te verkopen’, zegt Daalderop. Ze ziet de ‘verharding’ in de maatschappij ook terug op de woningmarkt. ‘Er lijkt minder bereidheid om te investeren in het maatschappelijk belang.’

Áls er door projectontwikkelaars al wordt geïnvesteerd in studentenwoningen, dan is dat vooral in de vorm van studio’s, want die leveren het meeste op qua huur. Voor de student zelf maakt het niet veel uit: die kan immers huursubsidie aanvragen. Maar Daalderop vindt dit een kwalijke ontwikkeling. ‘We geloven dat woningen met gedeelde voorzieningen goed zijn voor de sociale ontwikkeling van studenten en tegen de vereenzaming.’

Hospita
Vanuit dezelfde gedachte – bestaande woonruimte benutten én de eenzaamheid tegengaan – werd in 2019 Hospi Housing opgericht. Het bedrijf koppelt kamerzoekende studenten aan hosts en gastgezinnen en kan het aantal aanvragen nauwelijks bijbenen.

‘Er staan meer dan vijftigduizend kamerzoekers bij ons geregistreerd, tegenover drieduizend hosts en gastgezinnen’, zegt Daan Donkers, een van de oprichters van het platform.

In zijn eerste bestaansjaar wist het platform twintig studenten te huisvesten, inmiddels gaat dit richting de duizend. Ongeveer een kwart van de studenten die zich heeft ingeschreven is van Nederlandse komaf, de rest zijn internationale studenten.

Het grootste obstakel is niet zozeer het vinden van enthousiaste hospita’s, zegt Donkers, maar de belemmerende regelgeving. Vooral de kleinere gemeenten maken geen onderscheid tussen verschillende vormen van huur. ‘Een hospita moet op dit moment hetzelfde vergunningstraject doorlopen als bijvoorbeeld een commerciële partij met vijftig panden’, zegt Donkers. In de Tweede Kamer gaan al langer stemmen op om hospitaverhuur te versoepelen om zo de druk op de woningmarkt te verlagen.

Ook de sociale component is van belang. Mensen die zich aanmelden voor Hospi Housing zijn volgens Donkers veelal alleenstaanden of ‘empty nesters’. ‘Hun kinderen zijn het huis uit en opeens zitten ze met veel overbodige ruimte. Bovendien missen ze het om iets omhanden te hebben.’

Levendig
Dit geldt ook voor Barbara Terhal en haar man David. Het stel woont in Voerendaal, een verstild Limburgs dorp op ongeveer 20 kilometer van studentenstad Maastricht. Sinds hun drie kinderen zijn uitgevlogen, voelt het steeds zinlozer om in zo’n ‘monsterlijk huis’ te wonen, zegt David, verwijzend naar hun doorzonwoning met riante tuin.

Op de bovenste verdieping zijn vier slaapkamers. Beneden, grenzend aan de woonkamer, is een extra gastenverblijf met eigen badkamer. Daar woont sinds enkele maanden de 24-jarige Lena, een Oostenrijkse student die in Maastricht de eenjarige (Engelstalige) master Forensics, Criminology and Law volgt.

Het voelt als een ‘sociale plicht’ om hun gastenverblijf in tijden van woningnood beschikbaar te stellen, vindt Barbara. Eerder verbleef er een Syrische statushouder.

Waar veel studenten mikken op een kamer in de oude binnenstad, zag Lena juist wel de voordelen van een kamer bij een gastgezin, zegt ze. ‘Ik ben niet het doorsneetype partygirl, ik zocht een rustige plek om te studeren.’

Trots laat ze de ruimte zien die ze voor 400 euro per maand huurt: het bed is strak opgemaakt, het bureau in de hoek baadt in het licht. Aan de muur hangen foto’s van haar vrienden en familie.

Het klikt tussen de student en het stel. Geregeld ondernemen ze gezamenlijk activiteiten, zoals een cabaretvoorstelling bezoeken. En als Barbara doordeweeks in Delft verblijft, waar ze op de universiteit werkt, kijkt Lena geregeld met David het achtuurjournaal. In de weekenden eten ze samen.

Als Lena in juli weer naar Oostenrijk vertrekt, zijn de Terhals van plan om een nieuwe student in huis te nemen. Natuurlijk bestaat het risico dat het met die persoon minder klikt, zegt Barbara, maar ze stelt zich graag flexibel op. ‘Het is belangrijk om open te staan voor nieuwe ontmoetingen, ook als die verrassend uitpakken.’

Studievertraging
Toen de Delfse student Alexander Znamenskiy nog op een bank sliep, voelde hij zich met de dag slechter. Hij kon zich steeds minder goed concentreren op zijn studie. Bij de BSA-commissie, die beoordeelt of een student bij vertraging een negatief bindend studieadvies krijgt, vroeg hij uitstel aan. Die wees dat af: iemands woonsituatie is geen geldige reden voor uitstel, kreeg hij te horen. Er zat niets anders op dan stoppen met zijn studie.

Inmiddels gaat het hem voor de wind. Hij heeft zijn nieuwe studie elektrotechniek tijdelijk gepauzeerd voor een bestuursjaar. Als voorzitter van de Delftse studentenvakbond VSSD behartigt hij de belangen van medestudenten, onder wie velen met een huisvestingsprobleem.

Belangrijker nog: hij heeft sinds enkele maanden een vaste kamer. Gekregen via zijn zus, die naar een andere plek verhuisde. Ze droeg hem voor als nieuwe bewoner.

Vanaf de vierde verdieping van het complex waar hij nu woont, kijkt hij uit op de keuken waar hij maandenlang op de bank sliep. De spullen die hij toen had weggestopt in een kast in de hoek, hebben nu een mooie plek gekregen. Brede grijns: ‘Ik woon hier fantastisch.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next