Een kabinet dat beloofde de complexiteit van regels terug te dringen, staat op het punt om het asielbeleid een stuk complexer te maken.
Je zult maar een ordentelijke, bestuurlijk ingestelde politieke partij zijn die net in een regeerakkoord heeft opgeschreven dat goed bestuur ‘stabiliteit en betrouwbaarheid’ vraagt, dat de ‘instituties die de rechtsstaat mede dragen worden versterkt’ en dat er ‘geen nieuwe nationale koppen op Europees beleid’ worden gezet, en dan op een maandagochtend het advies van de Raad van State over het voorgenomen asielbeleid op je deurmat vinden. Dilan Yesilgöz en Pieter Omtzigt zullen weleens beter gehumeurd aan hun werkweek zijn begonnen.
De Raad laat weinig heel van Fabers ‘noodmaatregelen’ om het aantal asielzoekers terug te brengen. Ze nam er zelf ruim vijf maanden de tijd voor, maar toen ze haar wetsvoorstellen eenmaal klaar had, schrapte ze de gebruikelijke internetconsultatie. Burgers en maatschappelijke organisaties mochten niet reageren. Intussen gaf ze de meest betrokken uitvoeringsorganisaties en juridische adviseurs één week de tijd om er iets van te vinden. De Adviesraad Migratie werd nergens om gevraagd.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
De kritiek die ze daarmee wilde vermijden, levert de Raad van State nu alsnog. De kernzin uit het advies: ‘Terwijl onduidelijk is of en in hoeverre de voorgestelde maatregelen zullen leiden tot een verlaging van de instroom, zijn er wel duidelijke aanwijzingen dat zij zullen leiden tot een verhoging van de belasting van de asielketen.’
Faber wil zoveel dingen tegelijk veranderen dat elk overzicht ontbreekt en niet duidelijk is hoe alles met elkaar samenhangt. ‘De regering wijst zelf op de noodzaak om complexiteit van regelgeving terug te dringen’, merkt de Raad fijntjes op. ‘Verschillende van de voorgestelde maatregelen zullen het bestaande asielsysteem echter verder compliceren.’
Daar komt de internationale context nog bij. Fabers pogingen om de gezinshereniging terug te dringen, zullen waarschijnlijk weinig effect hebben omdat dat recht grotendeels vastligt in het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens. Nationale wetgeving is daaraan ondergeschikt. En om het nog wat gecompliceerder te maken: het kabinet moet, zoals alle EU-landen, per juli 2026 het Europees Asiel- en Migratiepact verwerkt hebben in de nationale wetgeving. Dat zijn negen verstrekkende verordeningen die dus al over zeventien maanden een belangrijk deel van de nationale asielwetgeving gaan vervangen.
In de praktijk komt het erop neer dat Fabers asielwetten komend jaar in recordtijd worden ingehaald door de Europese realiteit. Wat moeten de uitvoeringsorganisaties, die geacht worden het beleid in de praktijk te laten landen, daarvan nou denken?
Ook een minister kan zich vergissen. Instanties als de Raad van State zijn bedoeld om daarop te wijzen. Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald. Het grootste probleem van de hele operatie-Faber is echter dat de minister en haar partijleider nog voordat de Raad kon adviseren, lieten weten dat ze geen kritiek accepteren. Het wetsvoorstel mag niet meer wezenlijk worden aangepast. Ze verlangen in feite van hun coalitiepartners dat die tekenen bij het kruisje en dus gewoon net gaan doen alsof dat hele Europese verdrag en het aanstaande Migratiepact niet bestaan.
Er komt een punt waarop je als ordentelijke, bestuurlijk ingestelde politieke partij toch een keer op je strepen moet gaan staan.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant