De Raad van State laat maar weinig heel van de noodmaatregelen die minister Marjolein Faber wil doorvoeren om het aantal asielzoekers terug te brengen. Waar gaat het mis?
is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft onder meer over justitie.
Met een meedogenloos oordeel heeft de Raad van State maandag korte metten gemaakt met twee asielwetten van minister Marjolein Faber van Asiel en Migratie. Het advies luidt dat de wetten in deze vorm niet bij de Tweede Kamer kunnen worden ingediend.
Het gaat om de Wet invoering tweestatusstelsel en de Asielnoodmaatregelenwet. Zij moeten de asielketen ‘per direct en duurzaam’ ontlasten en het aantal asielzoekers dat naar Nederland komt drastisch verminderen.
Met de eerste wet wil het kabinet-Schoof terug naar de situatie van voor 2000. In dat jaar maakte een nieuwe Vreemdelingenwet een einde aan het bestaan van een A- en een B-status voor erkende vluchtelingen.
De A-status gaf individuele bescherming tegen vervolging, de B-status alleen tijdelijke opvang totdat terugkeer naar het land van herkomst mogelijk was. Het kabinet wil terug naar die situatie, vooral om aan personen met de B-status extra beperkingen te kunnen opleggen voor het laten nareizen van familieleden.
De Asielnoodmaatregelenwet is een verzamelwet met acht maatregelen, waaronder het afschaffen van de asielvergunning voor onbepaalde tijd, het beperken van de termijn van tijdelijke verblijfsvergunningen van vijf naar drie jaar, en het opleggen van vergaande beperkingen aan gezinshereniging.
De afdeling advisering van de Raad van State heeft de twee wetsvoorstellen ‘in samenhang beoordeeld’ en komt tot de conclusie dat juist enige samenhang ontbreekt. Bovendien worden veel aannames in de wetsvoorstellen niet met cijfers onderbouwd. ‘Niet aannemelijk wordt gemaakt dat de maatregelen daadwerkelijk zullen bijdragen aan het beperken van de instroom of een efficiëntere asielprocedure’, aldus het advies. Dit zijn de hoofdpunten van kritiek.
Pikant is dat, blijkens een voetnoot, oud-informateur en formateur Richard van Zwol ‘niet heeft deelgenomen aan de voorbereiding van, en de beraadslaging en besluitvorming over, dit advies’. Van Zwol is staatsraad in de afdeling advisering van de Raad van State, maar was in de formatie ook nauw betrokken bij de totstandkoming van het Hoofdlijnenakkoord en het Regeerprogramma.
In beide documenten stond de wens om de voorgenomen maatregelen met noodrecht in te voeren. Dan zou zowel het parlement als de Raad van State goeddeels buitenspel hebben gestaan. Toen Faber er niet in slaagde de door coalitiepartij NSC vereiste ‘dragende motivering’ voor de voorstellen aan te leveren, kwam zij eind vorig jaar na een knieval van haar partijleider Geert Wilders met twee ‘gewone’ wetten.
Faber gaf daaraan wel een spoedeisend karakter. Dat betekende dat instanties die de wettelijke rol hebben te adviseren over wetgeving, ofwel niet werden geconsulteerd, ofwel daartoe slechts een week de tijd kregen – een ongebruikelijk korte termijn. Uit de consultaties die dat alsnog opleverde, kwamen al zeer negatieve adviezen naar buiten.
Aan de Raad van State werd voor kerst ‘spoedadvies’ gevraagd, wat de Raad nu na zes weken heeft gegeven. De eerste vingerwijzing aan Faber (en indirect dus aan Van Zwol) is dat de politieke wens tot aanscherping van het asielbeleid ‘onvoldoende grond is om stappen in de voorbereiding van wetgeving over te slaan of hiervoor te weinig tijd te nemen’. De Raad noemt dit ‘onzorgvuldig’.
Een tweede hoofdpunt van kritiek van de Raad van State is dat de beoogde voorstellen in geen enkele relatie lijken te staan tot de implementatie in de Nederlandse asielwetgeving van het Europees Asiel- en Migratiepact. Deze binnen de EU gemaakte afspraken moeten vanaf medio 2026 de Europese buitengrenzen versterken. Elk Europees land moet de afspraken in eigen wetgeving verwerken.
Het advies stelt vast dat de summiere toelichting op de samenhang met Fabers wetten ‘onvoldoende concreet’ is, waardoor mogelijk al snel weer aanpassingen of schrappingen nodig zullen zijn. De Tweede Kamer liet zich op 23 januari hierover nog in een technische briefing bijpraten. De Raad van State adviseert dat goede afstemming ‘met prioriteit moet worden opgepakt’, want het op korte termijn weer moeten intrekken van maatregelen ‘is onwenselijk’.
In ongeveer 15 procent van haar adviezen beveelt de afdeling advisering van de Raad van State aan om een wetsvoorstel niet in de voorgelegde vorm naar de Kamer te sturen. Dat wil niet zeggen dat alle beoogde maatregelen juridisch onhoudbaar zijn. Wel betekent het dat onduidelijk is hoe zij in de praktijk uitpakken.
Dat geldt ook voor Fabers wensen met ‘het strengste asielbeleid ooit’. Wat zijn de gevolgen voor immigratiedienst IND, voor de rechtspraak, voor de advocatuur als vluchtelingen die een B-status krijgen gaan doorprocederen om de A-status te verwerven, zoals naar verwachting in 75 procent van de gevallen zal gebeuren (gelet op de ervaringen van voor 2000)?
En vooral: als de diensten niet binnen een redelijke termijn kunnen beslissen, komt ‘het recht op een eerlijk proces’ in het geding, stelt de Raad. Wat bovendien problematisch is: aan de maatregelen wordt een zogeheten ‘onmiddellijke werking’ verleend. Dat betekent dat nieuw recht ook in lopende procedures van toepassing zal zijn. Verschillende groepen vreemdelingen krijgen dan met verschillende besluiten te maken. De Raad: ‘Dit leidt tot ongelijke behandeling en strijd met het beginsel van rechtszekerheid.’
Het kabinet wil de groep familieleden die een statushouder mag nareizen, beperken tot het ‘kerngezin’. Dat maakt dat ongehuwde partners, meerderjarige kinderen en pleegkinderen geen afgeleide asielvergunning meer krijgen. De Raad stelt dat dit ‘juridisch houdbaar’ is, omdat Nederland de Gezinsherenigingsrichtlijn altijd ruimer heeft toegepast dan strikt noodzakelijk nodig was.
Maar in de praktijk kan de maatregel ‘discriminatoir uitpakken’, met name voor vreemdelingen voor wie het onmogelijk is (of zeer gevaarlijk) om in het land van herkomst te huwen. Bijvoorbeeld in landen waar homoseksuele relaties niet worden erkend of zelfs verboden zijn. Ook hier: de toelichting bij de wet gaat daarop niet in, terwijl dit volgens de Raad wel noodzakelijk is om niet in conflict te komen met het EU-Handvest en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).
Ten slotte wijst de Raad van State erop dat ‘de potentiële vermindering van de instroom als gevolg van de voorgestelde nareisbeperkingen’ niet moet worden overschat. Voor gezinshereniging staat namelijk ook altijd de weg naar het bekende artikel 8 EVRM open (recht op privé-, familie- en gezinsleven).
Opnieuw ontbreekt reflectie, wat de Raad doet besluiten dat de wetsvoorstellen nergens refereren aan ‘inzichten uit de asielpraktijk of de wetenschap’ waaruit ‘redelijkerwijze’ zou blijken dat met de maatregelen van Faber minder asielzoekers naar Nederland zouden komen.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant