Home

Opinie: Als je gelukkig wilt zijn, kun je beter niet in een rijke buurt gaan wonen

In een volksbuurt leven bewoners doorgaans een groot deel van hun leven op dezelfde plek. Ze zien elkaar opgroeien en oud worden en de sociale cohesie is er hoog. Dat is toch veel gezelliger dan wonen in een rijke buurt?

Het vervelende aan rijke buurten is dat er vooral rijke mensen wonen. Wat rijke mensen in gemeen hebben, is dat ze doorgaans een hogere opleiding en meer theoretisch werk doen - maar ook dat ze minder belang hechten aan de wijk waar ze wonen. Veel belangrijker vinden zij ‘zelfgekozen’ ontmoetingen bij de sportvereniging, op het schoolplein of op het werk. En die spelen zich niet per se af binnen de buurt.

In de gemeente Bloemendaal bestaat bijvoorbeeld 70 procent van de woningen uit duurdere koopwoningen met een gemiddelde waarde van 550 duizend euro. Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) stelde in 2024 vast dat 87 procent van de bewoners ‘een eenzijdig rijke leefwereld’ heeft. Dat wil zeggen dat ze niet of nauwelijks in aanraking komen met mensen met een gemiddelde of lagere welvaart. Oftewel: ze leven in een rijke bubbel. Denk je dat dat gezellig is?

Inmiddels investeert de gemeente Bloemendaal bewust in meer sociale woningbouw, zodat de bevolking diversifieert en de sociale cohesie verbetert.

Over de auteur

Zairah Khan is stadsvernieuwer.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Volksbuurt

Wat dat betreft kunnen rijke buurten nog iets leren van de volksbuurt. In een volksbuurt leven bewoners doorgaans een groot deel van hun leven op dezelfde plek. Ze zien elkaar opgroeien en oud worden. De sociale cohesie is er hoog en het wordt normaal gevonden dat je voor elkaar klaar staat.

Ik ben ook opgegroeid in een volksbuurt, als kind van een migrant. Van discriminatie heb ik tijdens mijn jeugd nooit veel gemerkt. Wanneer onze bejaarde buurvrouw mijn vaders naam niet goed kon uitspreken en het zonder blikken of blozen had over ‘bruine’ of ’buitenlandse’ mensen, had ze het tenminste over mensen.

Toen ik zelf voor het eerst ging wonen in een hogere middenklasse wijk, voelde ik me, ondanks mijn theoretische baan en hoge opleiding, verre van thuis. Over mijn vaders huidskleur werd niet gepraat, wel vroeg men mij subtiel naar mijn ‘achtergrond.’ Verder werd je geacht geen herrie te maken, zelfs niet op je verjaardag. Dat was in mijn oude buurt wel anders; daar kwamen de buren allemaal bij je op de koffie.

Mijn mond viel pas echt open van verbazing toen ik mijn eerste Vereniging van Eigenaars-vergadering bijwoonde, waar erg vervelend werd gedaan tegen een buurman die zijn fiets verkeerd parkeerde. Je zou, gezien de reacties, bijna denken dat hij dealde in het portiek.

‘Tolerantie’ lijkt een links-intellectuele buzzword, maar dat is het vooral in theorie: de mond vol hebben over Black Lives Matter en lhbtqi+, maar als iemand zijn prullenbak iets te lang op de stoep laat staan, bellen ze direct de gemeente. Kortom, hoe meer je dezelfde soort mensen bij elkaar stopt, hoe minder er wordt gevraagd van de tolerantie.

Scheiding arm en rijk

Dit is niet alleen op individueel niveau een probleem, maar in toenemende mate ook een sociaal-maatschappelijke kwestie. De scheiding tussen arm en rijk neemt volgens het SCP toe in Nederland. Dat gaat gepaard met nog meer ongelijkheid in kansen, arbeid en onderwijs, maar het gaat ook ten koste van de sociale samenhang en het begrip tussen bevolkingsgroepen.

Het stemgedrag van de afgelopen tijd illustreert wel dat er sprake is van ongemak over en weer.
In plaats van dat ongemak in de politieke arena uit te vechten, zou het voor iedereen goed zijn om elkaar wat vaker te ontmoeten op straat. Dus misschien moeten meer rijke gemeentes inzetten op diversiteit van het woningaanbod, vooral in de Randstad. Want ook als ze niets doen, worden wijken daar vanzelf rijker, vanwege de aantrekkingskracht op hoogopgeleiden en de stijgende woningwaarde.

Elkaar ontmoeten is de eerste voorwaarde voor sociale cohesie. Daar wordt uiteindelijk iedereen gelukkiger van. Uit onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt namelijk dat buurtbewoners die een sterke mate van sociale cohesie ervaren, vaker tevreden zijn met hun leven dan mensen die dat missen. Dat is wellicht ook een reden voor huizenbezitters om wat minder vaart te maken met het verhuizen naar ‘een betere buurt’. Want die betere buurt maak je uiteindelijk samen, of je nu meer of minder te besteden hebt.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next