Home

Jill Mathon schreef over het seksueel misbruik door haar oom: ‘Ik ben altijd bang dat wat ik heb mee­gemaakt niet erg genoeg is’

Jarenlang twijfelde Jill Mathon aan het seksueel misbruik dat haar door haar oom werd aangedaan. Was het een misverstand, had ze het verkeerd begrepen? Het schrijven van Ik wil geen seks deed haar beseffen dat haar verhaal er mag zijn. ‘Ik ben niet gek, ik ben niet de enige.’

Ianthe Sahadat schrijft voor de Volkskrant over cultuur, boeken en emancipatie.

Het is niet voor iedereen weggelegd om een boek over seksueel misbruik aan te prijzen in een glimmende zwarte string met de opdruk ‘Ik wil geen seks’, maar wel voor schrijver Jill Mathon. Wie haar ontmoet, begrijpt waarom. Alles aan Mathon (38), paradijsvogel extraordinaire, is het tegenovergestelde van beige – van haar verschijning en de inrichting van haar huis tot haar levensloop.

Mathon ‘sjoelde niet smetteloos door het leven’, blijkt uit haar autobiografische debuut Ik wil geen seks. Daarin schrijft ze over seksueel misbruik door haar oom en het wegwuiven, ontkennen en onder het tapijt vegen dat erop volgde. Ze onderzoekt de gevolgen ervan op de ontwikkeling van haar seksualiteit. En op de relatie met haar moeder, die, zo ontdekt Mathon, ook misbruikt blijkt te zijn.

Het is knap hoe Mathon een boek met dit thema van een relatief lichte ondertoon weet te voorzien. Met Brabantse zinnetjes – ‘Jeanne, wè lus ik?’ vraagt haar vader aan haar moeder in een restaurant – of met een beschrijving van een ayahuasca-ceremonie waar grootverdieners hun ego’s oppoetsen met de hulp van een inheemse sjamaan (Tesla’s voor de deur, mannen die praten over ijsbaden). Nog een lichtpunt: al vanaf de eerste destructieve afslag die ze neemt, weet Mathon zich omringd door een net van vrienden die niet van haar zijde wijken.

Mathon – ‘ons Jilleke’ voor familie – groeide zo’n beetje op in het café dat haar ouders 37 jaar lang bestierden in Oosterhout, De Pub. Op haar 19de verhuist ze naar Amsterdam, waar ze sociale wetenschappen, communicatiewetenschap en forensische orthopedagogiek studeert en een eclectisch cv opbouwt: in de jeugd-tbs, bij een reclamebureau, als onderzoeker, copywriter en redacteur voor tv (Spuiten en slikken, Nadia), ze werkt op festivals en aan sociaal-maatschappelijke campagnes, en als masseur.

Op een dinsdag in januari opent Mathon de deur van haar eenkamerwoning in Amsterdam-Zuidoost, de voeten gestoken in fluffy pantoffels. Buiten is het grijs en guur, binnen mintgroen, abrikoos, lila en warm. Ze begint het gesprek met zachte stem, timide haast. Het zijn de zenuwen, zegt ze. Voor als haar boek straks in de winkel ligt.

‘Ik heb het net nog gegoogeld...’, zegt ze even later, handen om een glas thee geslagen. ‘Wat misbruik is.’

Waarom deed je dat?

‘Omdat ik bang ben dat ik het woord niet mag gebruiken, dat wat ik heb meegemaakt niet erg genoeg is, want het was geen verkrachting.’

Toen je psycholoog op je 35ste het woord misbruik gebruikte dacht je: waar heb je het over?

Komt die zelftwijfel ook door de aanvankelijke reactie van je ouders?

‘De reactie van mijn ouders heeft me meer pijn gedaan dan het misbruik zelf. Mijn vader zei: ‘Maar ome Piet is unne goeie vent.’ Mijn moeder zei dat ik het tegen niemand moest zeggen, dat zou de familiebanden schaden. Als er op zo’n kwetsbaar moment niet naar je geluisterd wordt, ga je aan jezelf twijfelen. Dat blijft mijn zwakke plek.

‘Driekwart van de mensen die vertelt over misbruik, wordt niet serieus genomen, niet geloofd. Weet je het wel zeker, heb je het niet verkeerd begrepen? Daarom word ik ook woest als iemand als John de Mol op dat hele Voice-gebeuren reageert met: vrouwen moeten aan de bel trekken als ze het slachtoffer zijn van misbruik. Rot toch op.’

Je hebt meerdere nare seksuele ervaringen gehad in je jeugd, ook toen je nog heel klein was. Je hebt de dader en zijn tante, die achter de bar in het café van je ouders werkte, ermee geconfronteerd. Hoe ging dat?

De tante van de jongen die me meermaals misbruikte toen ik 5 was, hield vol dat ik de verkeerde moest hebben, want haar neef was indertijd pas 9 of 10. Later ontdekte ik dat hij toen toch echt 16 was. Ik denk dat we het vaak niet willen geloven, dat mensen tot zoiets in staat zijn. Dat we er alles aan doen om het niet waar te laten zijn.

‘Die man reageerde zoals mensen vaak reageren als je ze met hun daden confronteert. Zo heb ik het niet bedoeld. Ja, maar je hebt het wel gedaan. Het gaat over macht en een systeem waarin de standaardreactie is: wat vervelend dat het voor jou zo voelt, maar joh, ik was het allang weer vergeten.’

‘Ik heb een leven lang aan mezelf getwijfeld, dat is zo ondermijnend. Ben ik misschien gek, heb ik het verkeerd begrepen. Dat wordt minder, maar het gevoel blijft wel. Voorafgaand aan het verschijnen van het boek laaide het weer op: shit, zo erg is mijn verhaal helemaal niet en dan ga ik er al die aandacht voor vragen. Ergens wil je het ook kleiner maken. Tegelijk vind ik dat het er mag zijn. De ondertitel van mijn boek is: Dit is ook mijn verhaal. Ik was 13. Het was mijn oom. Ik was daar kind aan huis.’

Je moeder blijkt ook te zijn misbruikt. Je tante, de vrouw van de oom die jou misbruikte, ook. Hoe was het om dit te ontdekken?

Het was alsof alles op zijn plek viel. Ik kon stoppen met therapie, was niet meer boos op mijn moeder. Ik vind het vreselijk wat haar is overkomen. Het heeft ons dichter bij elkaar gebracht. Ik snapte eindelijk waarom ze reageerde zoals ze reageerde. Ze heeft het zelf ook aan haar familie proberen te vertellen, maar mijn opa werd boos, riep dat ze de sfeer verpestte. Ik denk dat ze bang was dat mij hetzelfde zou overkomen, dat ik ook niet geloofd zou worden.

‘Toen ik mijn verhaal begon te delen, hoorde ik van anderen binnen mijn familie dat zij hetzelfde hadden meegemaakt. Dat gaf me een bizarre combinatie van verdriet en opluchting. Ik ben niet gek, ik ben niet de enige.

‘Mijn moeders verhaal is pas drie jaar out in the open. Mijn vader was al overleden. Ze is erover gaan praten, vooral met haar zus. Volgens mij is dat een enorme opluchting geweest. Weet je wat ze afgelopen zondag heeft gedaan? Ze heeft de dader, de broer van haar zwager, ermee geconfronteerd. Via Facebook. Die man leeft nog, hij is 84.’

Hoe reageerde hij?

‘Belachelijk. Eerst doen alsof hij haar niet kende. Wat ben jij een zuur mens, wie denk je wel niet dat je bent. Het daarna afdoen als puberaal akkefietje. Toen heeft ze nog een laatste bericht gestuurd: ‘Ik was 12 en jij 24, ik heb er mijn leven lang last van gehad.’

‘Ik vind het zo knap van haar, ben zo trots. Mijn broer steunt haar ook heel goed, en mij net zo. Hij is het geweest die op een gegeven moment tegen mama zei: stop met je verdedigen, luister gewoon naar Jill.

‘Uiteindelijk heb je meerdere mensen nodig om zoiets te doorbreken, je doet het samen. Stiekem hoop ik dat mijn boek een naslagwerk gaat zijn voor mensen die dat gesprek met hun familie willen voeren, maar nog niet weten hoe.’

Mijn familie is doordrenkt met misbruik, schrijf je. Hoe uitzonderlijk is jouw familie, denk je?

‘Niet. Daar ben ik steeds meer achter gekomen. Na die uitzending waarin John de Mol over die loketten begon, heb ik een bericht op Instagram geplaatst, waarin ik beschreef wat me is overkomen. Ik ben overweldigd door de reacties die ik heb gekregen van vrouwen die vergelijkbare dingen hebben meegemaakt. Het is heel treurig, maar het gebeurt zo veel meer dan mensen denken. En in heel veel families wordt er niet over gepraat. Mensen moeten geloofd worden, waarom denk je dat slachtoffers hun mond houden?

Dan, ineens: ‘We gaan het niet alleen over misbruik hebben, toch? Ik heb niet voor niets een boek geschreven dat over zo veel meer gaat.’

Waar gaat het nog meer over?

‘Over vergeving. Van mezelf en anderen. Van mijn moeder, omdat ze niet reageerde zoals ze had moeten reageren, van mijn vader. Maar ook van mijn oom. Ik probeer hem niet meer te zien als een of andere griezel of lul, wat ik heel lang wel deed. Dat is lastig, want wat ik vind hem wel een lul, om wat hij heeft gedaan, en niet alleen bij mij, zoals ik ontdekte.

‘Als we misbruikers blijven afschilderen als ontzettende griezels, zullen daders nooit gaan praten. Als mijn oom over zijn problemen of verlangens had kunnen praten, had veel leed misschien voorkomen kunnen worden.

‘Mijn boek gaat ook over machtsverhoudingen. Over de manier waarop we nog steeds over vrouwen praten. Dat we mannen die over problemen praten watjes noemen. Als jochies iets seksistisch zeggen, reageren we met ‘boys will be boys’. Op Instagram mag je vrouwen voorwerpen noemen. Dat is waar vrouwenhaat ontstaat, hoe je normaliseert dat een man de macht over een vrouwen- of kinderlichaam mag hebben.’

Je schrijft dat je vanaf je 14de op zoek bent naar spanning, avontuur, drugs en seksuele escapades. Hoe kijk je daarop terug?

‘Toen dacht ik: ik doe wat ik wil, niemand verbiedt mij iets. Maar ik had geen idee wat mijn grenzen waren, ik kon die niet aangeven. Ik had foute vriendjes, liet eigenlijk alles gebeuren. Ik was gericht op het pleasen van een ander, deed alles wat ze wilden. Dat is wel een thema in mijn leven gebleven.’

Als goede vrienden je later wijzen op je soms destructieve gedrag en seksuele grenzeloosheid, word je boos. Vind je dat ze je gedrag – trio’s, nachtenlang tinderen, mensen MDMA uit je bilnaad laten likken – te voorbarig koppelden aan je verleden?

Ik vind het te makkelijk om te denken dat het enkel uit het trauma voortkomt. Mijn gedrag komt wel ergens vandaan, maar het is niet eenduidig. Het misbruik heeft plaatsgevonden voordat ik seksueel actief werd, ik kan niet weten hoe ik ‘anders’ zou zijn geweest. Behoefte aan spanning en avontuur is ook een deel van wie ik ben.

‘Dat ik grenzen moeilijk aanvoelde, daar zit natuurlijk iets. Daarom heet mijn boek ook Ik wil geen seks. Omdat ik dus slecht kon aangeven dat ik geen seks wilde. Maar het gaat ook over het vertrouwen terugwinnen, in mannen en in mijn eigen seksualiteit, over zelfbeschikking.

‘Daarom schrijf ik over bdsm, dat was voor mij een openbaring. Bij bdsm denken mensen aan gevaar, of onbegrensdheid. Maar het gaat juist over controle, regels en afspraken. Het was de veiligste seks die ik ooit heb gehad. Het deed me beseffen: zo zou het altijd moeten zijn. Dat de ander rekening met je houdt, met wat jij wel en niet wilt. Ik heb nu twee jaar een relatie en dat gaat eigenlijk heel goed. Ik heb geen regels meer nodig, omdat ik hem volledig vertrouw.

‘Wat ik wel weet: ik wil nooit meer voor de eerste keer seks hebben onder invloed, want dan kan ik mijn grenzen niet bewaken.’

Ineens staat Mathon op, klimt op een stoel, en trekt een stapel mappen uit een hoge inbouwkast. ‘Hier heb ik alles. Mijn dagboeken. Mijn kotsdagboek, ik heb jarenlang boulimia gehad. Mijn hele familie heeft een eetstoornis. Maagbanden en verkleiningen, dat soort dingen. Niet dat alle eetstoornissen met misbruik te maken hebben. Kijk, alle correspondentie, geprinte e-mails. De brief die ik mijn oom en tante stuurde toen ik 22 was. Dit heb ik allemaal gebruikt om het op te kunnen schrijven.’

Als kind werd Mathon door haar ouders al eens naar een psycholoog gestuurd, ‘vanwege dat kotsen’. Daar mocht ze haar familie als dieren tekenen. ‘Ik tekende iedereen, behalve mezelf.’ Later liet ze de tekening, nu wel met zichzelf erop, op haar dijbeen tatoeëren. ‘Wil je hem zien?’

Mathon trekt haar leren motorbroek omlaag. Onderop een giraffe, haar moeder. ‘Giraffen zorgen voor iedereen, beschermen en houden hun hoofd altijd hoog. Iedereen staat op haar, zij is de sterkste.’ Dan haar broer Joris, als panter, ‘vol zelfvertrouwen, slim, op zichzelf, beschermend’. Haar vader is een tijger, die omhoog tuurt. ‘Naar de hemel, we wisten toen al dat hij niet lang meer had.’ Helemaal bovenop: een klein nieuwsgierig aapje. Mathon zelf.

Hoe was het om op te groeien in een kroeg?

‘Mijn ouders waren áltijd aan het werk, dus waren mijn broer en ik daar ook. De kroeg en het opgroeien in een volkse omgeving hebben me zoveel geleerd. Ik leg makkelijk contact, kan met veel soorten mensen overweg. Mijn vader kwam uit een gezin van tien. Zijn moeder was analfabeet. Als oma Mathon Dallas keek, las opa Mathon de ondertiteling voor.

‘Een kroeg is een omgeving waar een soort spanning heerst, mensen kunnen onverwacht gek gaan doen. Dat heeft me een radar voor ongein gegeven. Ik denk dat ik vooral heb geleerd te durven leven, uitbundigheid, zingen op de bar. Ik kan goed genieten, tussen de mensen leven, in de drukte. Ik kan prima alleen zijn, maar dat gevoel van volkscultuur en volksfeesten, dat het hele dorp uitloopt om iets te vieren: heerlijk. Daarom ga ik graag naar Brazilië.

‘Ik vind het belangrijk om te benadrukken dat ik óók een fantastische jeugd heb gehad. Mijn ouders hebben ontzettend hun best gedaan om ons zo veel mogelijk te geven. Elke woensdag zwemmen bij Center Parcs. In de zomer naar een camping in Spanje, waar mijn vader met iedereen gesprekken voerde, gewoon in het Brabants. Toeteren op de weg, en als mensen dan terugzwaaiden, zei hij: ‘Die ken ik, da’s Paco.’

‘Nadat mijn vader was overleden aan kanker, nam een nicht De Pub over. Iemand die dichtbij staat, ik noem haar een zus. Mijn moeder bleef, met een nieuwe heup, nog een paar jaar achter de bar werken.’

Wat heeft het schrijven van het boek je gebracht?

‘Meer rust in wat gebeurd is. En vergeving. Het heeft me zachter gemaakt. Eigenlijk was het gewoon therapie, haha. Ik ga trouwens niet beweren dat iedereen in therapie moet. Soms hebben mensen zo veel shit meegemaakt, dat ze zodra ze ernaar gaan kijken niet verder kunnen leven. Therapie is niet zaligmakend. Het is ook een beetje een obsessie met heling of zo, alsof je pas ‘heel’ bent als je al je trauma’s bent aangegaan.

‘Soms zie je mensen die vluchten in het spirituele, die zeggen: ik ben erdoorheen gegaan, nu sta ik erboven. Ik zie het anders: ik sta ernaast. Het verdriet is voor altijd bij me, maar ik kan ernaar kijken zonder het de hele tijd te voelen.’

Jill Mathon: Ik wil geen seks. Lebowski; 384 pagina’s, € 23,99.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next