Dat haar zus zichzelf van het leven had beroofd, kwam als een schok voor Laura. Met de dood van Jessica begon Laura’s leven opnieuw. ‘Er is een leven daarvóór en daarna.’
interviewt nabestaanden voor haar rubriek Leven na de dood in Volkskrant Magazine
Laura Jonker (49, meditatietrainer en zingevingscoach): ‘Ik ben heel gelukkig en beschermd opgegroeid in ons gezin met mijn vader, mijn moeder, mijn oudere zus en ik. Echt zo’n hoeksteen-van-de-samenleving-gezin waarin alles goed ging, maar ik zag in mijn jeugd al wel dat mijn zus anders was. Anders dan anderen, bedoel ik, meer teruggetrokken. Ze was ook banger dan ik: hoewel zij vijftien maanden ouder was, was ik het die ’s avonds onder haar bed moest kijken of er geen spoken waren als onze ouders een avondje uit waren. Ik heb van kleins af aan een gevoel van zorgzaamheid voor haar gehad. Van bezorgdheid, ook.
‘In de puberteit ging ik uit met vrienden, zij sloot zich vaker op in haar kamer. Ze was nogal solitair en ook wel een beetje zonderling – ze droeg ruitjesbroekrokken als tiener, terwijl ze van haar kleedgeld ook gewoon een jeans had kunnen kopen, maar wat in of uit was interesseerde haar niet. Ze was slim, haalde om de haverklap negens en tienen. Uren zat ze daarvoor op haar kamer te blokken. Ze zat dan compleet in haar eigen wereld, en die was anders dan die van mij en de meeste klasgenoten.
‘Ik ging bosbouw studeren in Wageningen en in een studentenhuis wonen, zij ging naar Leiden om klassieke talen te studeren. Daar probeerde ze het ook even in een studentenhuis, maar dat werd ’m niet; te druk, te veel mensen om haar heen. Ze ging bij een hospita wonen in het bovenste kamertje van een grote villa. Ze was nu eenmaal graag op zichzelf. En tegelijkertijd, maar dat besef kwam pas na haar dood, had ze een enorm verlangen om verbinding met anderen aan te gaan. Alleen lukte dat niet zoals ze hoopte. Ze had een paar goede vrienden, was actief in een studievereniging, maar toch miste ze iets. Een soort aansluiting. In dat studentenhuis had ze zich eenzamer gevoeld dan in haar eentje bij die hospita; juist in zo’n vol huis is het erger als je je al eenzaam voelt. Ik denk dat dat een worsteling was: wat ze verwachtte en hoopte van het leven aan de ene kant, en aan de andere kant een onvermogen voelen om dat voor elkaar te krijgen.
‘Toch kwam het voor mij en mijn ouders als een donderslag bij heldere hemel dat ze zich van het leven had beroofd. Ze was 23. We wisten wel dat ze depressief was en bij de ggz liep, maar dat ze al eerder een poging had gedaan, was ons niet verteld. Beroepsgeheim. Als ik had geweten hoe erg het was, had ik beter opgelet. Ze had ook medicijnen gekregen die je toestand de eerste weken kunnen verslechteren, daar is ze niet goed in begeleid. Zo kwam ze nog meer opgesloten te zitten in haar eigen wereld. En als je dan vanuit dat ziektebeeld keuzen gaat maken, ja, dan kan dat grote gevolgen hebben. Het kwam voor de instelling ook als een schok.
‘Ik weet nog precies dat mijn ouders het kwamen vertellen, ik zie ze nog komen aanlopen in de tuin. Ik had net brandnetels geplukt en de kippen gevoerd. Ik woonde toen in een idyllisch gelegen studentencomplex, we hadden er zelfs een eigen geit. Drie simpele woorden, ‘Jessica is dood’ – daarmee is mijn leven opnieuw begonnen, er is een leven daarvóór en daarna. Alles wat 22 jaar voor mij waar en vertrouwd en belangrijk was geweest, was in één klap weg. Ik ben geïmplodeerd toen, zo heeft het lang gevoeld. Ik weet nog dat ik néé, néé, néé schreeuwde en dat mijn lichaam naar achteren tegen een muur sloeg. Daarna zullen we naar het huis van mijn ouders in Brabant zijn gereden, dat weet ik niet meer, dat is een waas. Maar dat moment in de tuin staat in mijn geheugen gegrift.
‘De eerste tijd was ik vooral bezig met mezelf bij elkaar houden. Ik heb een dag lang in haar kamer gezeten in die villa, om te zijn waar zij was geweest. Om haar spullen vast te houden, haar geur te ruiken. En ik heb de brieven gelezen die ze naar een dominee had gestuurd met wie ze contact had. Ze was erg zoekende naar iets goddelijks, terwijl wij vanuit huis helemaal niet religieus zijn. Die dominee moet de brieven hebben teruggegeven, ik weet niet meer precies hoe ik ze in handen kreeg, maar ik weet wel dat het daarin al over zelfdoding ging.
‘Het is een immense wond geweest, die wel geheeld is, maar die zelfs nu nog af en toe opengaat. Het is een doorlopend proces. Ik ben gaan inzien dat de dood van mijn zus een ervaring is geweest die mijn leven heel veel zin heeft gegeven. Ik heb niet voor niets mijn coachingspraktijk ‘Zijn vol zin’ genoemd; ik ben veel meer gaan leven naar wat ik waardevol en belangrijk vind. De band met mijn ouders is er onverbrekelijk door geworden, er is niets wat we niet samen kunnen bespreken. Hetzelfde geldt voor de band met mijn zonen van 19, 16 en 13, we zijn superhecht. Maar ik zie ook in dat veel keuzen die ik heb gemaakt, voortkwamen uit de hare; in die zin heeft haar dood mijn leven enorm bepaald.
‘Welke keuzen? Nou, ik zou bosbouwkundige worden, rond de tijd van haar dood zou ik op stage naar het tropisch regenwoud van Mexico gaan. Maar ja, alles veranderde – ik wilde ook niet meer weg voor mijn ouders. Tot die tijd was ik een feestende student geweest, nu ging ik me in zingeving verdiepen. Dat ik nu retraites geef, met mensen op zoek ga naar wat zij verlangen van het leven, was anders nooit zo gelopen. Ik heb wel een soort redderssyndroom ontwikkeld, denk ik, ook bij de keuze voor de vriendjes op wie ik vroeger viel. Het naïeve, onbezorgde, ook wel een beetje oppervlakkige deel van mij maakte plaats voor een veel zwaardere, serieuze kant.
‘Zo is het jarenlang geweest, maar ik zei al: het is een doorlopend proces. Toen mijn zus 50 zou zijn geworden, heb ik een viering gegeven voor haar verjaardag, in de tent in het bos waar ik ook retraites geef. Een feestje met haar oude vriendinnen, onze familie, mijn man en zijn en mijn kinderen. Mijn moeder heeft mooi gesproken over haar besluit om voor het leven te kiezen, om verder te gaan na Jessica’s dood. En ik heb die dag heel bewust mijn leven losgeknoopt van de zelfdoding van mijn zus. Ik heb de tijd afgesloten dat ik handel als reactie op wat zij heeft gedaan.
‘Het leven is een wonderlijke reis, want wat is daarna op mijn pad gekomen? Een oude bekende vroeg me om in te vallen als operationeel manager van een duurzaam warenhuis. Een nuchtere, vrolijke, praktische baan, en ik vind het heerlijk. Ik mag van mezelf weer een beetje oppervlakkig zijn. Ik heb lang genoeg nagedacht over het leven, nu wil ik het gewoon dóén.’
Leven na de dood is een rubriek in Volkskrant Magazine over rouwen en leven. Reacties: e.vanveen@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant