In zijn nieuwe leven als trainer van SC Heerenveen is Robin van Persie (41) zo mogelijk nog perfectionistischer dan hij als speler was. Dat hij zelf tot de wereldtop behoorde speelt bij zijn werk als trainer geen rol. ‘Dan denken ze: leuk vriend, maar daar hebben we niets aan.’
is voetbalverslaggever van de Volkskrant.
Toen hij na een rijke loopbaan als voetballer op zoek was naar een nieuwe uitdaging, opende dochter Dina hem de ogen. Robin van Persie deed op dat moment van alles in de tijd die zich voor hem uitstrekte: ‘Juwelenlijn, brillenlijn, trainingspakkenlijn. Samen met mijn vrouw, ook in coronatijd.’ Op een gegeven moment hadden ze een gesprek met de kinderen. ‘Hoe eerder ze hun passie zouden vinden, hoe beter dat was, vertelde ik ze.’
Zijn dochter zei daarop: ‘Ja papa, je kunt het mooi uitleggen, maar wat is jóúw passie?’ Het antwoord lag voor de hand: voetbal, maar dat leven was voorbij. ‘Toen zei ze: je kan toch coachen?’ Samengevat: ‘Jij zegt tegen ons dat wij onze passie moeten volgen. Jouw passie is voetbal, maar je doet er niets mee.’
Bij zijn afscheid als voetballer in 2019 sprak Van Persie poëtische woorden, die pasten bij de gratie van zijn spel. ‘Er sterft een stukje in je, als je stopt met voetballen’, zegt hij nu. ‘Het was het enige wat ik in mijn leven had gedaan.
‘Daarna was ik op zoek, want je wilt betekenis houden en plezier hebben.’ Het gevoel voor voetbal beleefde zijn wedergeboorte.
Van Persie praat bewogen in het Abe Lenstra Stadion van SC Heerenveen, zijn eerste club als hoofdtrainer. Hij zag op tegen trainerscursussen, als jongen van de straat, die altijd in trainingspak naar school ging en immer voetbalde.
Wat vond je zo moeilijk?
‘Om alles structuur te geven. Om terug te keren naar de schoolbanken. Bijeenkomsten van negen uur ’s ochtends tot zeven uur ’s avonds. Stampen, opdrachten op tijd inleveren.
‘Ik ben overigens een ex-voetballer die helemaal pro cursus is. Ik had geen theoretische basis, geen ervaring met structuren. Op het veld ging het me makkelijk af. Andere cursisten hadden moeite met training geven, in omgang met spelers. Dat was appeltje-eitje voor mij. Ik moest leren wat buiten mijn comfortzone lag.
‘Ik had geluk met een tegenpool als docent, Peter van Dort. Hij was van de structuur en de regels. Hoe je een training opbouwt en beschrijft, hoe je informatie terugkoppelt naar spelers. Ik deed veel op gevoel, Van Dort leerde me het grote plaatje zien. Constant die vraag stellen: wat is je doel? Waarom? Ook docent Gert Aandewiel is belangrijk voor me geweest.
‘Op een gegeven moment liep mijn hoofd een beetje over – opdracht na opdracht. Ik sprak met mijn dochter, want zij zat ook in zo’n fase, met paardrijden. Ik gaf haar tips en dacht: precies wat ik tegen haar zeg, moet ik zelf ook doen.
‘Er stond soms een dik kruis door een opdracht waarmee ik weken bezig was geweest. Onvoldoende. Op een goede manier word je dan met beide beentjes op de grond gezet. Het moet beter, meer de diepte in. Hup, weer een week bezig, weer onvoldoende. Dat was heel confronterend, maar op een prettige manier overigens.’
Is het terecht dat grote voetballers van voorheen aangepakt worden op de cursus?
‘Ja, volledig. Je reis als coach begint pas als je beseft dat het niet meer om jou draait, als oud-topvoetballer, maar dat je in dienst staat van de spelers. Daarvoor heb je als voormalig topspeler even nodig. Het is een groot verschil of je midden in een groep zit, met de trainer voor je, of dat jij trainer bent.
‘Ik voel me verantwoordelijk voor ieders keus, voortdurend, terwijl mijn invloed ergens ophoudt. Het leven van een voetballer is makkelijker dan het leven van een coach. Er lopen zo veel processen tegelijk, er komt elke dag veel op je af. Voor elke dag maak ik een schema, onderdeel per onderdeel. Vergaderingen en analyses, koppelen naar de wedstrijd. Persoonlijke gesprekken, ontwikkelplannen. Begeleiden van spelers, in tekst, in beeld, in verwachtingen, in speelwijze. Keuzes uitleggen.’
Van Persie woont op loopafstand van de club en is voortdurend bezig. ‘Ik stop pas als alles duidelijk is. Als coach ben ik nog perfectionistischer dan als speler. Als voetballer redeneerde ik vanuit mezelf, nu vanuit alles. Als voetballer is het zaak je eigen positie veilig te stellen, in samenwerking met elkaar. Ik werd afgerekend op mijn presteren. Nu straalt het direct op mij af als één schakel niet functioneert. Althans, zo voelt het.
‘Ik leer mezelf kennen als coach en ontdek dat ik nog harder werk dan voorheen. Misschien zag het er niet altijd zo uit, maar in mijn wereld als speler werkte ik keihard en dacht ik over alles na. Voetbal was mijn leven. Ik was extreem.
‘Nu kom ik als eerste en ga ik als laatste weg. Iemand uit mijn staf zegt weleens: Robin, iets minder kan soms ook de oplossing zijn. Niet nog een keer die bespreking terugkijken, of nog eens naar die beelden kijken. Ik vind het bijvoorbeeld lekker om als ik rond 18.00 uur naar huis ga een pokébowl te halen in de buurt, en dan werk ik de hele avond verder.’
Ook als voetballer streefde je naar perfectie. Je keek bij Arsenal naar de monomaan op doel afrondende Dennis Bergkamp en besefte wat het leven van een prof inhield. Wie is nu je leermeester?
‘Dat ben ikzelf, in onze teamcultuur. We prikkelen elkaar, op een positieve manier. Vrijwel elke dag hebben we het gevoel dat we een stukje beter zijn geworden. We hebben geschaafd aan onze speelwijze en duidelijkheid verschaft.
‘Persoonlijk leer ik van trainers als Peter Bosz, Pep Guardiola en Arne Slot. Zij prikkelen mij ook, met bepaalde patroontjes. Wat kunnen wij daarmee? Het is leuk om naar hun teams te kijken.
‘Ik geloof echt in onze speelwijze, met nuances per tegenstander. Onze groep heeft in een aantal wedstrijden laten zien dat te kunnen. Van PSV winnen. De volgende stap is om op dat niveau te blijven.’
Jij was als spits veel beter dan de spitsen van Heerenveen. Is het lastig om dat te accepteren?
‘Misschien is dat nooit zo gezien door de buitenwereld, maar ik heb het leven als voetballer ervaren als een tijd met struggles. Strijden om mijn doel te bereiken. Ik weet hoe moeilijk een wedstrijd kan zijn en ben totaal niet cynisch als coach. Het is lastig als je wordt ingespeeld en er komt druk van twee kanten. Dan hoop ik dat je de goede keuze maakt, maar ik reken je daar niet op af.
‘Als speler was ik helemaal niet geduldig, maar ik ben nu een geduldige coach met begrip voor de uitdagingen. De coach staat in dienst van de spelers. Het is een voordeel dat ik zelf heb gespeeld, maar daar gaat het niet meer om. Die speler is er niet meer, die is weg. Ik gebruik het nooit van: ja, maar ik was een goede voetballer. Nooit. Dat is te makkelijk, dat werkt ook niet. Daarna denken ze: leuk vriend, maar daar hebben we niets aan.
‘We zijn nu bezig met een speler die vaker vooruit moet spelen. We zien hem progressie maken. Dat is het mooist: dat je spelers zich echt laat ontwikkelen.
‘Ik had ons spel alleen niet zo wisselvallig verwacht. Dat hoort bij de leeftijd van jonge spelers. Sommige wedstrijden die we verliezen, hoeven we niet te verliezen. Hebben we genoeg gedaan om te winnen? Hmmm. Wat kunnen we meer doen? In dat scenario zitten we nu. Dat is de stap, die extra zes, zeven punten. Net wel play-offs of net niet.’
Kun je tegen hevige kritiek, zoals na de ongelukkig uitgepakte wissel van Andries Noppert in de bekerwedstrijd tegen Quick Boys?
‘Nul moeite. De ene keeper is goed in opbouwen, de ander met hoge ballen en als lijnkeeper. Twee tegenpolen. De kunst is om daar het maximale uit te halen. Maar het is niet gebruikelijk, een keeperswissel na 80 minuten. Ik snap dat ik aan de beurt ben als het niet goed uitpakt en dat is prima. Het gaat niet gebeuren dat we iedereen tevreden stellen met al onze keuzes.
‘Op een gegeven moment heb je je kernwaarden, ook in het leven. Dan kom je op een punt dat je weet wie je bent en waarvoor je staat. Al die verschillende meningen maken voetbal ook leuk. Dat is ook onze business.’
Merkt je echtgenote dat je van slag bent, na een dikke nederlaag?
‘Nee, al kun je dat beter aan haar vragen. Ik denk dat zij weinig aan mij ziet, of we nu met 3-0 winnen of met 9-1 verliezen, zoals bij AZ. Het is niet lekker thuiskomen na 9-1, maar dan ben ik toch mezelf. Kritisch naar mijn eigen handelen, leren, en door. Iedereen zei: je moet de pot dichtgooien, 5-4-1 gaan spelen. Als we dat hadden gedaan, was het misschien 7-1 geworden. We bleven doen waarvoor wij staan, en daarom hebben we ook PSV verslagen, en met 3-0 verloren van Almere City.
‘Natuurlijk waren die weken daarna zwaar, zeker mentaal. Daar moet je doorheen bijten. Het belangrijkste is geweest om niet alles om te gooien. Wij zijn elke dag bezig onze manier van spelen te verbeteren. We proberen dominant te zijn, met druk op de helft van de tegenstander, 4-3-3.’
Het gesprek is op de dag voordat Fortuna Sittard bij Heerenveen (2-2) korte tijd met twaalf man speelt. Van Persie constateert het bizarre voorval eerder dan de arbitrage en beperkt zijn kritiek in het heetst van de strijd tot ‘stelletje amateurs’. Hij maakt doorgaans een rustige, nette indruk, geeft gerichte aanwijzingen zonder te schreeuwen.
‘Ik focus me volledig op het eigen team. Dat is een bewuste keuze. Mijn invloed tijdens de wedstrijd is beperkt. Als ik me dan met de scheidsrechter ga bemoeien en met de trainer van de tegenpartij, wordt die invloed nog minder. Ik wil het maximale uit de spelers halen, uit de coachmomenten die er zijn.’
Wie was je beste trainer, in dat hele regiment van toppers?
‘Qua timing ben ik goede trainers tegengekomen. Bert van Marwijk gaf me kansen als jeugdspeler. Marco van Basten was als bondscoach perfect tijdens mijn reis om topvoetballer te worden. Veel van geleerd, in mindset, hardheid, in veeleisendheid voor mezelf.
‘Bij Marco kwam ik weleens terug met de opmerking hoe goed ik had gespeeld tegen Manchester City of zo. Paal en lat geraakt, mooie acties. ‘Waar heb je het over’, zei hij dan, ‘jullie hebben met 3-1 verloren, je scoorde niet.’ Hij zei dat mijn denkwijze anders moest, en hij had gelijk, zeker als ik spits wilde zijn.
‘Arsène Wenger gaf veel vertrouwen bij Arsenal, Marco was direct, en uiteindelijk had ik behoefte aan een ‘oogster’, Alex Ferguson bij Manchester United. Een meedogenloze winnaar. Hij had de fear factor. Als hij de kamer binnenkwam, kromp iedereen ineen. Marco kon ook een vriend zijn, Wenger was een favoriete oom, maar voor Ferguson was je soms bang. Dat paste goed in de fase van mijn loopbaan. Oogsten, kampioen worden. Alles hangt af van timing.’
Heb jij hier de fear factor?
‘Ik denk niet dat ze bang voor me zijn, maar binnenskamers kan ik direct zijn. Dat is nodig. Maar ik ben ook warm, begripvol en geduldig. Om stappen te maken moet je alles benoemen. Ik ben niet zo bezig met het feit dat iemand een kans mist, maar met de reden waarom. We willen vooral komen tot kansen, en wat je daarbij moet doen. In voorwaarden, in handelingen.
‘Of het dan goed gaat of niet, is ook persoonlijk. Dan geef ik soms een tipje. Over lichaamshouding, of dat het standbeen een stukje naar links of rechts moet. De hoofdmoot zit in de voorwaarden, in het moment van vrijlopen, het scannen, de samenwerking met elkaar. Daarin kun je, ongeacht het niveau, veel stappen maken.’
Je bouwt je loopbaan als trainer zorgvuldig op. Waar ligt je grens?
‘Ik had nog in de leer gekund, als assistent van Arne Slot bij Feyenoord bijvoorbeeld, maar ik geloof niet dat je je dan voorbereidt op het hoofdtrainerschap. Daarom koos ik bij Feyenoord voor de Onder 16, als hoofdtrainer, en later de Onder 19. Ik wist dat ik dit wilde. Beter worden, groeien. Dat stond los van Arne, maar het assistentschap is niet voor mij weggelegd.
‘Bij Heerenveen heeft iedereen in de staf vanuit zijn rol best veel invloed, maar uiteindelijk heb ik als hoofdtrainer de meeste invloed. Dag en nacht probeer ik te leveren.’
Is dat geen obsessie?
‘Nou ja, is het een obsessie? Ik ben een denker. Dat was ik ook als voetballer.’
Hij wijst naar zijn hoofd. ‘Ik was vooral hier aan het voetballen. Dat kwam ook door het gemis van de luxe van pure snelheid. Het was constant scannen, kijken, doen, op tijd vertrekken en vrijlopen. Altijd bezig zijn met medespelers, om het maximale uit elkaar te halen. Nu doen wij dat samen, met de staf, voor een groep.’
Is je dochter trots op de trainer Van Persie?
‘Ze is heel erg betrokken, over mijn keuzes, waarom iemand speelt of niet, over de moeilijkheidsgraad van de wedstrijd, over de constante afwegingen. Ik zal het haar eens vragen.’
1983 geboren op 6 augustus in Rotterdam.
2002 debuut bij Feyenoord, later dat jaar winnaar Uefa Cup.
2004 transfer naar Arsenal.
2005 debuut in Oranje. Van Persie is topscorer aller tijden van het Nederlands elftal, met 50 goals in 102 interlands. Hij pakte zilver en brons op de WK’s van 2010 en 2014.
2012 transfer naar Manchester United, met enige landstitel in 2013.
2015 transfer naar Fenerbahçe.
2018 januari: terug naar Feyenoord. Later dat jaar bekerwinnaar.
2019 einde carrière als profvoetballer
2020 spitsentrainer bij Feyenoord
2021-2024 jeugdtrainer bij Feyenoord
2024 hoofdtrainer SC Heerenveen
Robin van Persie is getrouwd met Bouchra; ze hebben twee kinderen. Zoon Shaqueel is spits in de Onder 19 van Feyenoord.
Source: Volkskrant