Home

James Brandon Lewis: ‘Ik heb vele muzikale persoonlijkheden en ben snel verveeld’

Jazz, filosofie en wetenschap zijn de passies van James Brandon Lewis. De snel verveelde – zijn woorden – tenorsaxofonist gidst ons langs de werken die hem desondanks altijd weten te boeien.

schrijft voor de Volkskrant over popmuziek en jazz.

Al jaren wordt James Brandon Lewis (41) beschouwd als een van de grootste beloften in de jazz. Hij leidt vier bands, bracht alleen al in 2024 vier albums uit met diverse ensembles en heeft een geweldige live-reputatie. Ook hier: in 2016 speelde hij op North Sea Jazz zoals hij zelf zegt ‘het publiek uit de stoelen’, waarna Nederland zijn favoriete tourbestemming bleef.

Onze gids dit weekeinde is een rubriek in Volkskrant Magazine waarin een bekend persoon (op velerlei terreinen) uit binnen- of buitenland ons gidst langs zijn of haar favorieten.

De tenorsaxofonist wordt her en der beschouwd als opvolger van Sonny Rollins. Dat bevalt Lewis wel.

‘Ik hou van die mooie ronde o-klank van Rollins. Dexter Gordon en Ben Webster hadden die ook. John Coltrane speelde natuurlijk ook geweldig, maar die had zeker in zijn late jaren meer een i-klank. Ik ben vooral van de o’, legt hij uit.

Op deze winterochtend in Rotterdam is James Brandon Lewis moe en wil hij eigenlijk naar huis. Hij is al zes weken op tournee door Europa voor optredens met diverse bands.

‘Ik heb vele muzikale persoonlijkheden en ben snel verveeld. Maandenlang met dezelfde mensen om me heen dezelfde stukken van een nieuw album spelen, dat vind ik veel te saai. Dus doe ik dan weer iets met mijn trio, een week later sta ik met een ander kwartet en vanavond speel ik nog een keer met mijn Red Lily Quintet. En dan mag ik eindelijk terug naar Brooklyn, waar mijn gezin op me wacht.’

Liefde voor gospel

Lewis is in Rotterdam om met zijn kwintet een ode te brengen aan Mahalia Jackson, zoals hij dat zo meesterlijk deed op het album For Mahalia, With Love (2023). Gospelmuziek en free jazz vloeiden hier op een verrassende manier samen.

‘Ik ging als kind veel naar de kerk, mijn vader was predikant en die liefde voor gospel kreeg ik van huis uit mee. Ik zing met mijn saxofoon, waarmee ik altijd op zoek ga naar diepere spirituele lagen.’

Ook op zijn nieuwe album Apple Cores dat dit weekend verschijnt. ‘Het is eigenlijk een ode aan trompettist Don Cherry. Ik heb die plaat met een bassist en drummer gemaakt en had natuurlijk ook een trompettist kunnen vragen om Cherry’s partijen na te spelen, maar dat vind ik te cliché. Dan gaat iedereen de trompettisten met elkaar vergelijken. Ik heb voor dit album eindeloos geluisterd naar de partijen die Cherry speelde met saxofonist Ornette Coleman, een andere held van mij.’

‘We doen ook een stuk van Coleman, Broken Shadows, maar ik wilde dat niet als Coleman spelen. Ik ben James, niet Ornette. Het is de kunst of zelfs mijn plicht om in de studio of op het podium alle invloeden los te laten en compleet mezelf te zijn. Dat maakt mijn muziek voor het grote publiek moeilijk te behappen, dat begrijp ik, maar ik wil ook niet per se entertainen.’

‘Als ik op het podium sta, verlies ik me soms helemaal in mijn muziek, om de volgende dag weer met een ander bandje de draad op te pakken. Ik heb in Nederland net gespeeld met The Messthetics, de oude ritmesectie van de punkband Fugazi. Daarmee speelde ik heel anders dan met mijn Quintet. Juist die afwisseling maakt het zo leuk.’

Wat Lewis betreft blijft hij zijn hele leven in kleine clubs spelen, als hij dat maar met steeds wisselende bands kan blijven doen. ‘Mijn carrière begon eigenlijk vrij laat. Ik debuteerde pas in 2010, toen ik al bijna 30 was. Misschien dat ik daarom zo productief ben. Apple Cores is geloof ik mijn zestiende album, mijn zeventiende en achttiende heb ik al in mijn hoofd. Maar eerst thuis maar even naar de kapper en de batterijen opladen.’

Album (1): Sonny Rollins - This Is What I Do (2000)

‘Ik groeide op in Buffalo, waar mijn moeder me al vroeg meenam naar jazzconcerten. Ik was een beetje een nerd en hield me niet zo bezig met hiphop en andere muziek waar mijn klasgenoten naar luisterden. Een oom van me nam jazztijdschriften als Downbeat mee, die ploos ik uit.

Ik las over mensen als Charlie Parker en Wayne Shorter die ik ook hoorde op een van mijn eerste cd’s: een box getiteld The Art of The Saxophone. Ik heb me in al mijn voorgangers verdiept, maar het leukst is het toch als een van je helden met een echt goede plaat komt.

Ik was 16 toen Sonny Rollins This Is What I Do uitbracht en dat is nog steeds mijn favoriete album. Iedereen verwijst altijd naar zijn werk uit de jaren vijftig en zestig als superieur, maar voor mij is dit hét Rollins-album. Ik ken alle solo’s uit mijn hoofd. Een nummer als Did You See Harold Vick duurt negen minuten. Rollins speelt de ene solo na de andere, maar herhaalt zichzelf geen moment. Zo knap.’

Album (2): The Bill Barron Quartet - Motivation (1972)

‘Ik heb behalve studeren en spelen weinig hobby’s, maar ik zoek op YouTube en Apple Music graag naar jazz die ik nog niet ken. Vooral tijdens de pandemie, toen ik tijd over had, deed ik veel ontdekkingen. Mijn grootste vondst was een album van Bill Barron, de oudere broer van de veel bekender geworden pianist Kenny Barron.

Bill speelde saxofoon en deed dat op het album Motivation zo magistraal dat ik er iedere keer van moet bijkomen als ik het album heb gehoord.

Het album is uit 1972, toen jazz veel meer richting jazzrock en andere elektronische muziek was gekropen. Vandaar dat de plaat altijd zo onbekend is gebleven, denk ik. Maar ik vind dat Motivation zich kan meten met de meest excentrieke muziek van Coltrane en Parker. Ik heb een paar jaar naar de plaat gezocht, want ik kon ’m nergens krijgen. Hij staat niet op Apple of Spotify, alleen op YouTube. Maar onlangs vond ik een exemplaar in Japan. Ik was als een kind zo blij.’

Film: The Truman Show (Peter Weir, 1998)

‘Ik heb twee favoriete films uit mijn jeugd die voor mij over hetzelfde gaan en ook iets over deze tijd zeggen. Namelijk over de vraag: wat is echt en wat is namaak? In The Truman Show is Truman de enige die niet weet dat alles om hem heen nep is. Hij zit in een groot toneelstuk, maar heeft dat niet door. Mijn andere favoriet is Groundhog Day (1993), waarin de hoofdfiguur, briljant gespeeld door Bill Murray, iedere dag wakker wordt en hetzelfde meemaakt. In deze film is de hoofdpersoon juist de enige die wél weet wat er gaat gebeuren. Voor mij hebben die films iets gemeen, behalve dat ik ze allebei zag toen ik een tiener was en ze altijd ben blijven koesteren.

Ik kies vandaag voor The Truman Show omdat ik die ondanks de humor het meest verontrustend vind. Soms waan ik me ook in een wereld waarin iedereen acteert. Ik kan me soms bijna met Truman identificeren. Is iedereen om me heen gek aan het worden? Ben ik de enige die denkt: dit klopt niet? Dat maakte als kind al een enorme indruk op me en dat is eigenlijk altijd zo gebleven.’

Boek: Henri Bergson - The Creative Mind – An Introduction to Metaphysics

‘Ik studeer aan de University of the Arts, waar ik doctoraal examen filosofie ga doen. Ik werk nu aan een dissertatie waarin ik het belang van intuïtie voor creativiteit onderzoek. Ik lees veel wetenschappelijke boeken en kom nauwelijks toe aan fictie, maar daar ligt mijn interesse ook niet.

Ik ben dol op wetenschappelijke boeken, ik stop er altijd een paar in mijn tas. Nu ben ik bezig in een boek van de Franse filosoof Henri Bergson. Een bundel met zijn laatste essays, handzaam uitgegeven voor mensen zoals ik, die in het vliegtuig graag lezen over zaken die je even goed op je moet laten inwerken.

Geen gemakkelijk boek, maar voor mij heel prikkelend. Net als dat ik graag lees over moleculaire biologie. Ik zeg dat niet om interessant te willen doen hoor, ik heb gewoon minder met romans dan met wetenschappelijke boeken. Ik wil het ook verwerken in mijn muziek. Jazz, filosofie en wetenschap zijn mijn passies.’

Beeldende kunst: Paul Klee (1879-1940)

‘Ik hou erg van abstract expressionisme, zoals dat van Jackson Pollock. Ornette Coleman gebruikte een schilderij van hem voor de hoes van zijn baanbrekende album Free Jazz (1960) en zo zijn er veel meer connecties tussen expressionisme en free jazz. Voor mij zijn het ook twee van dezelfde soorten creativiteit.

Vooral de jaren na de Eerste Wereldoorlog vind ik machtig interessant in de kunst. Bauhaus bijvoorbeeld en iemand als Paul Klee. Het beste werk uit die tijd heeft veel theoretische, vaak zelfs filosofische achtergronden. Die hoef je niet te kennen om een werk te bewonderen, maar het helpt wel.

Ik vind het leuk om te weten dat Paul Klee net als Kandinsky heel muzikaal was. Klee begon zelfs als muzikant en als ik zijn werk zie, hoor ik daar muziek bij. De lijnen en de kleuren verwijzen voor mij naar klank en melodie. Of hij dat zo bedoeld heeft weet ik niet, maar mij helpt het zijn schilderijen te bewonderen.

Mijn tip is ook om het aan hem gewijde museum in Bern te bezoeken. Als je daar uit komt, kijk je even heel anders naar alles om je heen.’

Sporter: Allen Ezail Iverson

‘Ik heb een zwak voor typisch Amerikaanse sporten als American football en basketbal. Daarbinnen heb ik altijd de wat onbekendere spelers als favoriet gehad. Dat zal wel te maken hebben met mijn afkomst. In Buffalo hadden we geen echt grote sportteams, maar juist die underdogpositie vind ik interessant – ook in de muziek trouwens.

Zo was ik geen fan van Michael Jordan, maar meer van iemand als Allen Iverson. Dat is voor kenners ook een grote naam, maar toch van een andere orde. Vroeger keek ik met mijn zus naar al zijn wedstrijden, tegenwoordig gun ik me de tijd niet meer voor complete wedstrijden. Ik heb wel mooie herinneringen aan die opwinding van twintig jaar geleden.’

Kleding: Warenhuis Uniqlo

‘Ik ben niet erg modebewust en draag het liefst zwart. Dan hoef ik ook niet zo na te denken over wat bij elkaar past. Sinds kort weet ik dat mijn favoriete kledingwinkel Uniqlo ook in Nederland gevestigd is. Ik koop er altijd het liefst veel tegelijk. Een paar dezelfde zwarte broeken, truien en shirts, dan kan ik er weer even tegen.

Ik verheug me erop als ik thuis ben en mijn nieuwe labjas kan aantrekken als ik in de keuken ga repeteren. Dat is altijd al een wens van me geweest. Spelen in zo’n witte doktersjas. Was het niet trompettist Lester Bowie die ook zo’n jas droeg?

Ik hou ’m voor thuis hoor, ik ga er niet mee het podium op zoals Bowie. Maar misschien voel ik me nu meer wetenschapper als ik ga oefenen en speel ik ook beter.’

Eten: Paella in restaurant Sangria, Mahwah, New Jersey

‘Nee, zelfs in mijn nieuwe schort kan ik niet koken, durf ik wel toe te geven. Eten doe ik het liefst buitenshuis, wat goed uitkomt met mijn werk. Met mijn gezin wil ik nog weleens naar New Jersey rijden voor een lekkere paella. Rijst, vis en kip, beter dan bij Sangria in Mahwah heb ik dat niet gegeten. Nou goed, in Valencia was de paella misschien iets beter, maar niet veel.

Daar drink ik dan graag een lekker glas rode wijn bij, pinot noir of zo. Nee, geen witte. Bij wit proef ik niet het verschil tussen een wijntje van 10 dollar en eentje van 50. Bij rode wijn weet ik meteen welke druif het is en hoe oud de wijn ongeveer. Maar ik ben geen wijnkenner hoor, het is meer dat ik de kwaliteit van rood makkelijker kan onderscheiden dan van wit.’

Album (3): McCoy Tyner & Joe Henderson - Forces of Nature, Live at Slugs (2024)

‘Mag ik nog één album noemen? Ik volg goed wat er zoal aan heruitgaven of zogeheten archiefreleases verschijnt. Onlangs kwamen er twee geweldige platen uit. Een met onbekend gebleven live-opnamen van Charlie Parker (Bird in Kansas City) en een met een concert van pianist McCoy Tyner en saxofonist Joe Henderson uit 1966.

Man, ik wist niet wat ik hoorde. Ik dacht dat ik Hendersons stijl wel een beetje kende. Maar dit, stukken van wel een half uur, waarin Henderson na een minuut of tien dolgespeeld te zijn door McCoy Tyner er weer even in komt vallen. En dan die ritmesectie met Henry Grimes op bas en Jack DeJohnette op drums. Ik heb ze alle vier nooit eerder zo opzwepend horen spelen, en ik heb veel van ze beluisterd. Maar dat blijft het mooie aan jazz: ik kan me er iedere dag weer door laten verrassen.’

Cv James Brandon Lewis

13 augustus 1983 Geboren in Buffalo, New York.
2006 Studeert af in performance en compositie aan Howard University in Washington DC.
2010 Debuutalbum Moments (in eigen beheer)
2012 Vestigt zich in New York na vervolgstudie aan California Institute of Arts (CalArts).
2014 Album Divine Travels.
2015 Album Days of FreeMan.
2019 Album An UnRuly Manifesto (in eigen beheer).
2020 Album Molecular.
2021 Met Red Lily Quintet album Jesup Wagon.
2021 Begint aan PhD in creativiteit aan University of Arts in Philadelphia.
2023 Album Eye of I.
2023 Met Red Lily Quintet album For Mahalia, With Love.
2024 Album Transfiguration.
2024 Album The Messthetics With James Brandon Lewis.
2025 Album Apple Cores.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next