De verwarde man die in Nieuwegein een 11-jarig meisje doodstak, was bekend bij de politie. Maar dat betekent volgens Michel de Roos, tweede man van de politie van Midden-Nederland, niet dat zijn agenten iets verkeerd hebben gedaan. Hij pleit voor een fundamentele verbetering van de zorg.
is regioverslaggever van de Volkskrant in Amsterdam en omstreken.
‘We hebben een meisje van 11 dat niet meer terugkomt. Een intens verdrietige familie. Een bak ellende in de wijk. En een patiënt die in de cel zit’, zo vat Michel de Roos, hoofd operatiën en plaatsvervangend chef van Midden-Nederland, de week samen. Wat hem betreft kan het zo niet langer doorgaan.
‘Dit is geen incident, maar het resultaat van een structureel probleem. Als de politiek geen fundamentele keuzen maakt om de zorg voor complexe, psychiatrische patiënten echt te verbeteren, gaat zoiets gewoon weer gebeuren. Dat klinkt heel hard. Maar in het huidige systeem is zo’n fataal incident niet te voorkomen.’
Afgelopen zaterdag werd de 11-jarige Sohani doodgestoken in een woonwijk in Nieuwegein. Op klaarlichte dag, midden op straat. ‘Kinderen, buren, heel veel mensen hebben het gezien.’ Sohani was een willekeurig slachtoffer, ze was onderweg naar een speelafspraak.
‘We kregen om 14.47 uur de melding binnen, en om 15:02 uur hebben we de verdachte gearresteerd.’ Hamza L. (29) is een bekende bij de politie en zorginstanties. Hij kampt met verslaving en ernstige psychiatrische problemen, en heeft bovendien een lang strafblad. Zo bedreigde hij eerder al zijn moeder met de dood, brak hij in een psychiatrische kliniek in Den Dolder de hand van een medewerker en schopte hij een hond.
Vrijwel meteen na het fatale steekincident barstte deze week kritiek los. Buren lieten weten al langer bang te zijn voor L., die in het voorjaar van 2024 een eengezinswoning in de kinderrijke buurt betrok. Bovendien bleken ze al vaker de politie te hebben gebeld. L. zou geregeld overdag en ’s nachts schreeuwend over straat zijn gegaan. Een buurman vertelde in NRC dat L. hem twee dagen voor de steekpartij nog rennend had achtervolgd. Maar toen de buurman even later de politie belde, zou hij te horen hebben gekregen dat er geen surveillancewagen beschikbaar was om langs te komen.
‘De politie? Die kwam dus niet’, foeterde PVV-leider Geert Wilders vervolgens dinsdag tijdens het vragenuurtje in de Tweede Kamer. ‘Met alle gevolgen van dien.’
Politiechef De Roos (50) wil niet ‘op individuele uitlatingen reageren’. ‘Maar er worden ongefundeerde verwijten gemaakt. En dat doet iets met politiemensen. We roepen al tien jaar dat er eens goed naar dit zorgsysteem moet worden gekeken.’
Agenten maken vaker heftige zaken mee. Wat maakt deze zaak anders?
‘Ik was zaterdag, aan het eind van de middag, bij de debriefing in Nieuwegein. Agenten zaten er verslagen bij. Machteloosheid overheerste, maar er was ook boosheid. Hoe kan het dat zo’n persoon in een wijk met veel kinderen en gezinnen woont?
‘Er waren collega’s die al eerder meldingen over hem hadden gehad, en daar ook op zijn afgegaan. Maar zolang er geen sprake is van strafbare feiten, kunnen agenten niet zoveel doen. Ze kunnen de melding doorgeven aan de ggz, maar ze kunnen dit niet oplossen.
‘Ja, en als je dan eerder op zo’n melding bent afgegaan en contact met hem hebt gehad, en vervolgens moet je een 11-jarig meisje reanimeren dat hij zou hebben neergestoken, dan voel je zo veel onmacht. Als je vervolgens de opmerkingen ziet die over de politie worden gemaakt, dan doet dat zeer.’
Buren zeiden dat ze de politie belden, maar dat die soms niet kwam.
‘Ik begrijp de boosheid van buren. Maar we zijn meerdere malen ter plaatse geweest en agenten hebben informatie doorgegeven aan de zorgpartners. Er wordt nu onderzoek naar gedaan en teruggekeken. Ongetwijfeld gaat er iets uitkomen waarvan je zegt: nou, dit had wat beter gekund of we hadden aan die knop moeten draaien. Maar ik sta volledig achter mijn collega’s en de beslissingen die ze hebben gemaakt. Ze hebben hun werk goed gedaan, maar toch is er vervolgens wel iets verschrikkelijks gebeurd.
‘In deze eenheid alleen al krijgen we meer dan 35 meldingen per dag over verward of onbegrepen gedrag, in totaal zijn het er zo’n 15 duizend per jaar. Als er acuut gevaar dreigt, gaan agenten van de noodhulp er meteen naartoe. Maar als we een melding krijgen over iets wat bijvoorbeeld gisteren is gebeurd, geven we dat door aan het lokale basisteam of vragen we de wijkagent om een afspraak te maken met de melder. De wijkagent kan vervolgens tegen andere partners, de woningcorporatie of de ggz bijvoorbeeld, zeggen: wat kan hieraan worden gedaan?’
Hamza L. was bekend in het Zorg- en Veiligheidshuis, de plek waar de politie samen met onder andere gemeente, zorginstanties en de reclassering complexe casussen bespreekt. Dat betekent dat hij – in principe – goed in beeld zou moeten zijn geweest bij instanties. Wat is er over hem besproken?
‘Hij woonde eerder in de regio Haaglanden. Een maand geleden is hij, na zijn verhuizing naar Nieuwegein, hier aangemeld bij het Zorg- en Veiligheidshuis. Hij heeft een stevig verleden, en ja, hij kwam voorbij tijdens overleggen. We hebben hem besproken met zorgmedewerkers, we hebben daarin goed met ze samengewerkt en gezien dat zij ook hun stinkende best hebben gedaan.
‘Meer kan ik hier nu niet over zeggen. Het opsporingsonderzoek loopt nog en de strafzaak moet nog voorkomen.’
U zegt dus dat de agenten prima hebben gehandeld. Maar wat zegt u tegen de buren die meerdere meldingen hebben gedaan en het gevoel hebben dat het anders had kunnen lopen?
‘Ik zou willen zeggen: kom langs, onze deur staat open, dan leg ik het uit. Alleen dat kan ik nu niet, want er zijn Kamervragen gesteld en die moeten eerst worden beantwoord. Maar we hebben niets te verbergen.’
Het systeem faalt en er wordt ten onrechte gewezen naar de politie als het misgaat, stelt u. Wat moet er veranderen?
‘Als je heel rationeel naar deze casus kijkt, en dan zeg ik het heel plat, kost dit de maatschappij alleen maar ongelooflijk veel, op tal van terreinen. Er is een meisje dood, met vreselijke gevolgen voor de nabestaanden. Meer dan tien instanties waren bij deze zaak betrokken. Er loopt nu een groot opsporingsonderzoek. Forensische experts zijn er druk mee. De politiehelikopter is uitgerukt. Er is opvang georganiseerd voor de betrokken collega’s. Slachtofferhulp is ingeschakeld voor de nabestaanden en de vele getuigen.
‘Wij, als politie, willen de juiste dingen doen voor de samenleving. Dus ik zet de politiecapaciteit het liefst in voor de opsporing van criminele bendes. Haal je die van de straat, dan heeft de samenleving daar tenminste wat aan. Maar nu gaat er noodgedwongen een groot deel van de politiecapaciteit op aan meldingen over verward gedrag. Alleen: agenten zijn niet de juiste personen om op het juiste moment de juiste zorg te bieden. De politie kan die inschatting niet maken. Dat is de kern van het verhaal: deze patiënten moeten voortaan wél de juiste professional tegenover zich hebben, voor de juiste zorg, op het juiste tijdstip.’
Maar hoe bereik je dat?
‘We zien dat zorgprofessionals zich ook een slag in de rondte werken. Maar er is te weinig capaciteit, dus die moet omhoog. Je zou willen dat ze 24/7 beschikbaar zijn om iemand te beoordelen. Want als we nu een verward persoon op straat zien, dan moet hij wel heel extreem gedrag vertonen om diezelfde dag door de deskundige van de ggz te worden beoordeeld. Meestal gebeurt dat pas de dag erna, of na het weekend. De politie zit er dan ondertussen mee: wat doen we met die persoon? Aanhouden kunnen we hem niet als hij geen strafbare feiten pleegt, of ontwrichtend is voor de openbare orde.
‘Het tweede dat moet veranderen, is de fragmentatie in de zorg. Het aantal partijen dat bij casussen is betrokken, is echt gigantisch. Patiënten gaan als gevolg daarvan van de ene kliniek naar de andere instelling en dan weer door naar een volgende partij. Dat maakt het voor de politie ingewikkeld, want wie moeten we informeren als er iets gebeurt?
‘En misschien wel het belangrijkste: er moeten meer goede woon- en opvangplekken komen.’ Want, vindt De Roos, ‘de ambulantisering is compleet doorgeslagen’.
Vorige eeuw werden mensen met ernstige psychiatrische problemen weggestopt in afgelegen klinieken in de bossen of de duinen. De afgelopen decennia veranderde het denken hierover geleidelijk. Veel patiënten zijn beter af als ze ook de kans krijgen om mee te doen in de samenleving. Met een eigen huis, werk of dagbesteding en zorgverleners die komen om de patiënt te ondersteunen. Dit vergroot de kans op een blijvend herstel en een beter leven.
Vanuit die gedachte is sinds 2012 het aantal bedden in ggz-klinieken afgebouwd. Maar de ambulante zorg, de hulp aan huis, die daarvoor in de plaats moest komen, kwam minder snel van de grond. Volgens De Roos heeft deze ontwikkeling ertoe geleid dat er niet alleen meer meldingen over verward of onbegrepen gedrag zijn, en meer incidenten, maar ook dat de politie vaker geweld moet gebruiken tegen mensen die eigenlijk patiënt zijn en zorg nodig hebben.
‘Arrestatieteams en de Dienst Speciale Interventies rukken inmiddels heel vaak uit voor situaties met verwarde personen. Dat matcht natuurlijk niet, zij zijn getraind om zware criminelen aan te houden. Als politie willen we sowieso zo min mogelijk geweld gebruiken, en al helemaal niet als het om patiënten gaat.’
Wat hem betreft ‘moeten we af van het idee’ dat alle patiënten gewoon overal moeten kunnen wonen. ‘Complexe patiënten, die in het verleden al geweld hebben gebruikt en bepaalde diagnoses hebben, moet je niet in een prikkelrijke wijk zetten waar kinderen op straat spelen.’
‘We zitten nu allemaal klem in een systeem dat niet werkt. Het is uiteindelijk aan de politiek welke keuzen er worden gemaakt. Maar dit is onze boodschap, dit moet er volgens ons veranderen. Want anders gebeurt zo’n moord, hoe triest ook, gewoon weer opnieuw. En dan zal er ongetwijfeld weer dezelfde reflex zijn om naar de uitvoerende instanties te kijken, naar de politie of naar de ggz. En dan zal er weer worden gezegd: je had bij dit incident net dit anders kunnen doen. Maar met die houding los je het onderliggende probleem niet op.’
De Roos is niet de eerste die dit pleidooi houdt. De afgelopen jaren verschenen vele rapporten en onderzoeken over dit onderwerp. Bijvoorbeeld in 2015, nadat Bart van U. oud-politicus Els Borst en zijn eigen zus Loïs had gedood. In dat rapport constateerde oud-topambtenaar Rein Jan Hoekstra een opeenstapeling van fouten bij de politie, het Openbaar Ministerie en de geestelijke gezondheidszorg. Wat volgde, waren beloften om het stelsel te verbeteren. Maar in de jaren erna constateerde Hoekstra meerdere malen dat het nog steeds soms misging, en dat de ‘politieke urgentie telkens wegebde, totdat er weer een moord werd gepleegd die wellicht voorkomen had kunnen worden’.
Hoe voorkomt u dat de politieke urgentie dit keer niet wegebt?
‘Nogmaals, het zijn uiteindelijk politieke keuzen, keuzen die tot nu toe niet worden gemaakt. Maar voor ons is het inmiddels genoeg geweest. Elke dag wordt dit probleem in de schoenen van de agenten geschoven, zij worden elke dag met mensen met verward of onbegrepen gedrag geconfronteerd. Het zijn situaties die zij niet kunnen oplossen. Dat heeft gevolgen, je ziet het ook terug in de verzuimcijfers. Ik vind dat we al veel te ver zijn gegaan. We kaarten dit al jaren aan. We kunnen dit niet langer van agenten blijven vragen, en ook de samenleving mag niet langer worden geconfronteerd met zulke verschrikkelijke incidenten.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant