Europa moet beter kunnen concurreren met Chinese en Amerikaanse AI-bedrijven, vindt minister Beljaarts (economische zaken). Samen met Duitsland en Frankrijk stelt hij voor om AI-bedrijven net zo streng te reguleren als de grote socialemediabedrijven.
is techredacteur van de Volkskrant, gespecialiseerd in de impact van kunstmatige intelligentie op de maatschappij.
Natuurlijk keek ook Dirk Beljaarts (PVV) met belangstelling naar de plotselinge opmars van DeepSeek. Het jonge AI-bedrijf slaagde erin een concurrerend model te maken waarvoor veel minder rekenkracht nodig is, en dus tegen fors lagere kosten.
En ja, dat is ook voor Europa hoopgevend. De voorsprong van de Amerikaanse reuzen lijkt immers minder groot dan tot voor kort werd aangenomen. Zelf heeft Beljaarts een betaald abonnement op Claude, de chatbot van Anthropic. Niet Chinees, ook niet Europees: Claude is van Amerikaanse bodem.
Het tekent de situatie waarin Europa zich bevindt. Er zijn wel Europese alternatieven, zoals het Franse Mistral en het Duitse Aleph Alpha, maar vergeleken bij bedrijven als OpenAI of Google spelen ze nauwelijks een rol van betekenis.
Daar moet verandering in komen, vindt de minister. Samen met zijn Duitse en Franse collega’s lanceert hij dinsdag in Parijs een wetsvoorstel dat Europa meer munitie moet geven in zijn strijd tegen de machtige Amerikaanse en Chinese AI-bedrijven.
Beljaarts is maandag en dinsdag in de Franse hoofdstad om samen met regeringsleiders en organisaties deel te nemen aan een internationale top over kunstmatige intelligentie (AI), de AI Action Summit.
Beljaarts en zijn collega’s stellen een aanpassing in de Digital Markets Act (DMA) voor, omdat deze wet ‘het krachtigste instrument’ is om eerlijke concurrentie te garanderen. De DMA wees al eerder zogenoemde poortwachters aan: de techreuzen Alphabet (Google), Amazon, Apple, ByteDance (TikTok), Meta en Microsoft.
Zij moeten maatregelen nemen om kleine tegenstrevers meer kans te geven. Bijvoorbeeld: consumenten moeten hun data gemakkelijk kunnen meenemen van het ene naar het andere platform. AI-bedrijven zoals OpenAI vallen echter niet onder de DMA, en dat zou wel moeten gebeuren, vindt Beljaarts.
Waarom is dit nodig? Europa heeft toch ook al de AI Act, die voorwaarden stelt aan risicovolle AI?
‘De AI Act gaat over specifieke toepassingen. Wie bijvoorbeeld gezichtsherkenning wil inzetten, moet aan strenge voorwaarden voldoen. Heel belangrijk, maar geen instrument om gezonde concurrentie te bevorderen. We hebben beide wetten nodig.’
Europa gaat gebukt onder regelzucht en gebrek aan innovatie, luidt de kritiek vanuit Amerika en de techbedrijven. U wilt nóg meer regels?
‘Ik sta er dubbel in. In Nederland ben ik volop bezig met het verminderen van het aantal regels. Als minister van Economische Zaken ben ik altijd voor een vrije markt met zo min mogelijk beperkingen. Maar AI is zo essentieel voor onze veiligheid, gezondheid en verdienvermogen dat je dit wel moet reguleren. Bijvoorbeeld om te voorkomen dat veelbelovende Europese AI-startups worden overgenomen door Amerikaanse.’
In het plan heeft u het over het verhogen van onze arbeidsproductiviteit met AI. Dat lukt ook wel met Amerikaanse AI. Waarom is dan toch AI van eigen bodem nodig?
‘Het is belangrijk dat we modellen trainen met onze eigen input. Als je nu aan ChatGPT vraagt om een zomers plaatje te maken met een ijsje, dan krijg je een Californisch strand met een McDonald’s-ijsje. En niet het strand van Scheveningen met een ijsje van Hertog. Het gaat niet alleen om taal, maar ook om Europese waarden. Verder is er ook een belangrijk veiligheidsaspect. Als onze veiligheidsdiensten AI gebruiken, moet je zeker weten dat dit veilig gebeurt.’
Dat ijsje lijkt me niet het allerergste. Nederlandse AI-wetenschappers noemen vooral de toegang tot de rekencapaciteit als probleem. De Amerikanen hebben veel meer tot hun beschikking. Hoe ziet u dat?
‘Zeker, dat is essentieel. Er is schaarste en die wordt alleen maar groter. Nederland moet niet afhankelijk zijn van andere landen. Niet alleen de wetenschap, maar ook commerciële bedrijven en Defensie hebben rekenkracht nodig.’
Maar hoe kunnen we op tegen de Amerikanen? Mark Zuckerberg kondigde onlangs aan dat Meta een datacenter gaat bouwen dat ongeveer even groot is als Manhattan.
‘We hebben echt geen complete bloembollenvelden nodig hoor. Ik heb het over faciliteiten ter grootte van twintig parkeerplaatsen. Daar kom je al een eind mee. Besef wel dat we van ver komen. Nederland is geen koploper. Sterker nog: we vallen nog net niet van de wagen. Het tempo van de VS houden we niet bij, maar we moeten op zijn minst de ambitie hebben bij de kopgroep aan te haken.’
Tot slot, hoe zit het met het investeringsklimaat? Bij de Amerikanen gaan vele miljarden om. Het Nederlandse initiatief GPT-NL, dat een eigen AI-model aan het ontwikkelen is, moet het doen met 13 miljoen.
‘Dat is een knelpunt ja. Daar heerst een totaal andere cultuur van risico’s nemen en is aanzienlijk meer durfkapitaal aanwezig voor beginnende bedrijven. Je kan dat niet zomaar kopiëren. Maar als we een fractie van de 1.500 miljard die in onze pensioenfondsen zit zouden gebruiken voor investeringen in innovatieve bedrijven, dan is dat al fantastisch.’
Twintig vooraanstaande Europese bedrijven en universiteiten hebben de handen ineengeslagen om AI-modellen te gaan maken. Het project, OpenEuroLLM geheten, gaat met de steun van de Europese Commissie taalmodellen ontwikkelen die op termijn moeten concurreren met de populairste Amerikaanse producten, zoals ChatGPT, Gemini en Llama. OpenEuroLLM, dat naar eigen zeggen wil bijdragen aan de Europese digitale soevereiniteit, beschikt over een budget van ruim 37 miljoen euro. Dat is nog altijd een schijntje in vergelijking met de Amerikaanse budgetten. TU Eindhoven is een van de deelnemers.
Alles over tech vindt u hier.
Source: Volkskrant