Home

Opinie: Er bestaan al toetsen die alle leerlingen in hun ontwikkeling volgen en wél handvatten geven

Normgerelateerde toetsen zeggen alleen iets over het afwijken van het klasgemiddelde. Maar er bestaat wel degelijk handvatten voor het onderwijs om kinderen anders te toetsen, stelt Ewald Vervaet.

Erik Meester, Sarah Bergsen en Karen Heij schetsen in hun opiniestuk het verschil tussen twee soorten toetsen. In gangbare toetsen wordt een gemiddelde bepaald en wordt elke leerling daartegen afgezet: normgerelateerde toetsen. In minder gangbare toetsen wordt elke leerling in zijn/haar (voortaan ‘zijn’) eigen recht bekeken naar wat hij beheerst en waar hij nog aan moet werken: criteriumgerelateerde toetsen.

De schrijvers bepleiten een officiële instelling die criteriumgerelateerde toetsen aanbiedt zodat toetsing weer in handen komt van de beroepsmensen zelf. Ik heb de indruk dat ze ervan uitgaan dat zulke toetsen nog niet bestaan, maar die

bestaan wel degelijk: Klimroos en zijn twee soorten proeven.

Over de auteur

Ewald Vervaet is ontwikkelingspsycholoog en natuurkundige. Hij ontwikkelde het leerlingvolgsysteem Klimroos.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Leesonderwijs

De ene soort heeft betrekking op de vakken aanvankelijk lezen, technisch schrijven, tellen, aanvankelijk rekenen – allemaal voor het jonge schoolkind – en voorwaardenscheppend leesonderwijs voor de kleuter. De kleuter doet onderwijs in vormbesef (figuren overtrekken of uitknippen; gelijke vormen bij elkaar zoeken) en klankanalyse. Die zijn van belang voor het latere leesonderwijs als de leerling aan lezen toe is. Een letter heeft immers een vorm en staat voor een klank: de vorm ‘k’ staat voor de klank ‘k’ die tweemaal in het woord ‘koek’ voorkomt.

De andere soort proeven gaat over de overgang van groep 2 naar groep 3: houdt het kind ‘links’ en ‘rechts’ uit elkaar, heeft het regelbesef, en zo meer? Dat is van belang, vanwege het spiegelen van de kleuter, zoals het verwisselen van de letters ‘b’ en ‘d’. In groep 3 moet het kind zich kunnen voegen in de groepsregels, wat in de groepen 1 en 2 minder het geval is.

De Zwitserse bioloog en psycholoog Jean Piaget (1896-1980) heeft het beginsel achter criteriumgerelateerde toetsen ontdekt. Leg een taak waarvan algemeen bekend is dat 7- en 8-jarigen die doorgaans beheersen, zoals het schrijven van ANKE door Anke, ook voor aan veel jongere kinderen. Vanaf drie jaar krijgt men dan vier reacties te zien:

A. het krabbel-op-krabbel-schrijven (jonge peuter, gemiddeld 3 jaar tot 3 jaar en 9 maanden);

B. het schrijven van eigen, terugkerende figuren (oudere peuter; 3 jaar en 9 maanden tot 4,5 jaar);

C. spiegelend schrijven (kleuter; 4,5 tot 6,5 jaar);

D. correct schrijven (jong schoolkind; 6,5 tot 8,5 jaar).

Als men dit met alle schoolvakken doet, levert dat criteriumgerelateerde toetsen op. In het schrijven is schrijfwijze D immers wat een kind uiteindelijk moet kunnen om in onze samenleving mee te kunnen draaien.

Afwijken van het gemiddelde

Terecht stellen de drie auteurs van het opiniestuk dat normgerelateerde toetsen alleen iets zeggen over het afwijken van het gemiddelde en geen handvatten bieden voor het onderwijs. Dat geldt ook voor de stelling dat criteriumgerelateerde toetsen elke leerling in zijn eigen ontwikkeling volgen en wél handvatten geven.

Een voorbeeld uit Klimroos over de schrijfproef. Oskar van 7,5 jaar schrijft OSKAR en MAMA, maar van ‘papa’ weet hij alleen de laatste letter die hij dubbel schrijft (‘--AA’) en van de naam van zijn broer ‘Lukas’ noteert hij alleen de eerste letter (‘L--’). Met goede klankanalyse zou hij ‘papa’ als ‘-A- A(A)’ kunnen schrijven en ‘Lukas’ als ‘L-KAS’. Omdat in zijn letters geen spiegelingen zitten (in zijn cijfers overigens wel), is onderwijs in rijmen, hakken en dergelijke heel belangrijk. Zeker vanwege zijn leeftijd, want hij is een late lezer: het is immers zaak om hem optimaal voor te bereiden op zijn leesonderwijs zodra hij daar eenmaal aan toe zal zijn.

De kritiek op bovenstaande werkwijze luidt steevast dat er geen statistische evidentie voor de psychologische ontwikkeling is. Er is echter wel volop empirisch bewijs voor. Dus wat wil men zwaarder laten wegen: statistiek of feiten?

Ondanks dat Klimroos nu het enige criteriumgerelateerde leerlingvolgsysteem is, heeft landelijk expertisecentrum voor het curriculum (SLO) Klimroos opgenomen in zijn beschrijving en analyse van kindvolgsystemen. Met Meester, Bergsen en Heij hoop ik van harte dat criteriumgerelateerde toetsen en volgsystemen spoedig ruim beschikbaar zullen zijn.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next