Home

Het btw-keuzemenu biedt de Tweede Kamer louter zure en bittere smaken

Er staat geen lekkers op de btw-menukaart die staatssecretaris Tjebbe van Oostenbruggen (Fiscaliteit) aan de Tweede Kamer presenteert. Zuur en bitter is het smakenpalet – het zoet ontbreekt volledig.

is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over financiën en landbouw.

Het staat eigenlijk al bij voorbaat vast dat de Tweede Kamer zal weigeren een selectie te maken uit het vrijdag opgediste keuzemenu rond het btw-stelsel. Een van de geboden opties is het verhogen van het algemene (hoge) btw-tarief van 21 naar 21,4 procent. Dat voorstel, dat vorige week al uitlekte, werd dinsdag door de voltallige Tweede Kamer afgeserveerd als onverteerbaar.

Optie twee is om het lage btw-tarief te verhogen, van 9 naar 10 procent. Dat levert precies de benodigde 1,3 miljard euro per jaar op, maar is ook bij voorbaat al onaanvaardbaar. Drie van de vier coalitiepartijen – VVD, PVV en BBB – verkondigden vorige week namelijk publiekelijk geen btw-verhogingen meer te willen.

Daarmee hebben de ambtenaren op het ministerie van Financiën in feite voor niks gewerkt, want de derde optie die Van Oostenbruggen noemt in zijn Kamerbrief, is het gericht verhogen van de lage btw op specifieke goederen en diensten, anders dan sportabonnementen, cultuur, boeken en media.

Complex stelsel

De oppositie in de Tweede Kamer dwong vorig jaar met hard onderhandelen af dat de coalitie de geplande btw-verhoging voor deze vier categorieën terugdraait. Voorwaarde daarbij is wel dat een Kamermeerderheid het eens wordt over een alternatieve lastenverzwaring met minstens dezelfde belastingopbrengst.

Voor dat alternatief moest Van Oostenbruggen in eerste instantie kijken of de btw op andere goeden en diensten kon worden verhoogd. In Kamerdebatten ging het vaak over de complexiteit van het btw-stelsel, dat vergeven is van de uitzonderingen voor subcategorieën. Het overgrote deel van die uitzonderingen is door belastingexperts en de Algemene Rekenkamer als zinloos of ondoelmatig bestempeld.

Zo vallen voedingsmiddelen onder de lage btw, om voedsel – een basisbehoefte – betaalbaar te houden voor lage inkomensgroepen. Maar dit is ondoelmatig, omdat 90 procent van het btw-voordeel terechtkomt bij hogere inkomens. Gerichte inkomenssteun voor minimuminkomens zou een efficiëntere manier zijn om te waarborgen dat iedereen voldoende geld heeft voor levensmiddelen.

Het lage btw-tarief kost de schatkist jaarlijks 15,7 miljard euro aan belastinginkomsten, blijkt uit de btw-tabel die de staatssecretaris aan de Kamer heeft gestuurd. Van dat bedrag is 9,2 miljard euro het gevolg van het lage btw-tarief op eten en drinken (inclusief leidingwater). De politieke wil om de belasting op eten en drinken te verhogen, ontbreekt echter volledig. Hetzelfde geldt waarschijnlijk voor de lage btw op medicijnen en medische hulpmiddelen (kosten: 1,1 miljard per jaar).

Weinig opties

Dan blijft er in het lage btw-gebouw weinig substantieels over om de vereiste 1,3 miljard euro bijeen te sprokkelen. Voor een prijsverhoging in het openbaar vervoer (kosten: 448 miljoen euro per jaar) zullen de handen in het Kamergebouw ook niet op elkaar gaan. De lage btw op sierteeltproducten (kosten: 338 miljoen euro per jaar) is, met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid, heilig voor coalitiepartij BBB.

De enige mogelijkheid die dan nog resteert is het schrappen van de lage btw op restaurantdiensten (kosten: bijna 1,2 miljard euro per jaar), maar Van Oostenbruggens ambtenaren waarschuwen dat dit vrijwel onuitvoerbaar is voor de Belastingdienst. Het belastingtechnisch onderscheiden van ‘restaurantdiensten’ en ‘voedingsmiddelen’ is waarschijnlijk een administratieve nachtmerrie.

De btw-brief van het kabinet kan dus meteen in de prullenbak. Staatssecretaris Van Oostenbruggen legt de bal nu terug in de Tweede Kamer: die moet nu maar met eigen voorstellen komen die op een Kamermeerderheid kunnen rekenen.

Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. De vier regeringspartijen zetten de btw-verhoging op sport en cultuur vorig jaar alleen maar in hun coalitieakkoord, omdat ze het nergens anders over eens werden. Voor een meerderheid in de Eerste Kamer is de steun van nog meer partijen nodig; waarschijnlijk minstens drie.

Tijd dringt

Alternatieven die oppositiepartijen achter de schermen aandragen zijn onder andere het verlagen van de hypotheekrenteaftrek, het verhogen van de erfbelasting, het afschaffen van de landbouwvrijstelling, het invoeren van een suikerbelasting of het verhogen van de vennootschapsbelasting. Maar elk van deze voorstellen stuit waarschijnlijk op bezwaren van een of meerdere coalitiepartijen.

Ondertussen dringt de tijd: uiterlijk in april of mei moet duidelijk zijn welk alternatief op een parlementaire meerderheid kan rekenen. Vanaf 1 juli worden concert-, theater- en festivalkaartjes voor evenementen in 2026 in de voorverkoop namelijk al belast met een btw van 21 procent.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next