Bij de kaaswinkel bestelde ik iets bij een jonge vrouw. Even later kwam ze terug en zei ze: ‘Werd u al geholpen?’
‘Ja’, zei ik verward, want zijzelf had me toch juist geholpen? Was ik zó veranderlijk dat ik ineens op iemand anders leek? Het paste op zich wel in een patroon, want mijn telefoon wilde mijn gezicht die dag eveneens niet herkennen, ook niet als ik extra vrolijk en aangepast keek. De telefoon vroeg me om de toegangscode in te toetsen, en toen waren wij weer vrienden.
Mensen hebben geen toegangscode.
In de kaaszaak begon ik te twijfelen of ikzelf misschien de vergissing had begaan. Was het wel twee keer dezelfde kaasvrouw geweest, of waren er twee op elkaar lijkende blonde Hollandse types, die ik uit verstrooidheid tot één persoon had gemaakt?
Even later werd mijn bestelling neergelegd door een vrouw met donker haar, die ik nu ineens herkende als kaasvrouw 1.
‘Anders nog iets?’
Source: Volkskrant