De Zweden werken aan een historische canon, van de Vikingen tot Abba. Volgens de centrumrechtse regering heeft de samenleving dringend behoefte aan ‘gemeenschappelijke referentiekaders’. De inspiratiebron voor dit project? Nederland.
is correspondent Scandinavië van de Volkskrant. Hij woont in Stockholm.
Astrid Lindgren natuurlijk, Alfred Nobel, maar ook de Vikingen, de Zweedse grondwet en toneelschrijver August Strindberg. Of wat te denken van de vermoorde premier Olof Palme en de Scandinavische Unie van Kalmar (1397-1523)? En dan hebben we natuurlijk nog de Zweedse neutraliteit tijdens de Tweede Wereldoorlog, langlaufwedstrijd Vasaloppet en, vooruit, popgroep Abba.
Het zijn allemaal kanshebbers om een plek te krijgen in de Zweedse cultuurcanon, die dit jaar moet verschijnen. Experts onder leiding van historicus en hoogleraar Lars Trägårdh gaan de komende maanden aan de slag om de ijkpunten uit de nationale geschiedenis vast te leggen. De inspiratiebron voor dit project? Nederland.
De 71-jarige Trägårdh bestempelde de Canon van Nederland uit 2006, die in 2020 geleden nog eens werd vernieuwd, als dé leidraad voor de Zweedse kulturkanon. Zweedse media interviewden de afgelopen maanden verschillende Nederlanders over het geheim van een goede canon. Schrijver en journalist Daan Heerma van Voss schreef in de Zweedse krant Svenska Dagbladet een essay over de lessen uit Nederland.
Trägårdh, een flamboyante intellectueel die zich al langer verzet tegen cultuurrelativisme in Zweden, ging op studiereis naar Nederland. Hij sprak met zowel historisch letterkundige Frits van Oostrom, voorzitter van de canoncommissie uit 2006, als historicus James Kennedy die in 2020 de vernieuwing van de canon leidde.
Hij bezocht ook het Arnhemse Openluchtmuseum, waar de canon verbeeld wordt. De tentoonstelling, die door allerlei schoolklassen wordt bezocht, noemt hij fantastisch. ‘Ik vond het heel inspirerend. De Nederlandse canon heeft een breed perspectief op cultuur, hij is niet beperkt tot de kunsten. Voor mij is dat logisch: religie, het recht, economie, het zijn allemaal elementen die onze cultuur vormen’, zegt Trägårdh via de telefoon.
De Canon van Nederland bestaat uit vijftig ‘vensters’, van de hunebedden tot Erasmus, Annie M.G. Schmidt en het oranjegevoel. Het project vormde een poging van het tweede kabinet-Balkenende (2003-2006) om in de roerige periode na de moorden op Pim Fortuyn en Theo van Gogh op zoek te gaan naar een gedeelde Nederlandse identiteit.
De motivatie van de huidige Zweedse centrum-rechtse regering is vergelijkbaar: die meent dat er behoefte is aan ‘gemeenschappelijke referentiekaders’. Een van de coalitiepartijen, de Liberalen, pleit hier al jaren voor. De radicaal-rechtse Zweden Democraten, die gedoogsteun geven aan de regering, zien de canon als integratiemiddel. Zij willen dat de overheid de lijst gaat gebruiken bij de inburgeringscursus, die Zweden gaat invoeren.
‘De Nederlandse canon is ook een voorbeeld voor ons omdat hij deels ontspringt uit dezelfde zorgen over de multiculturele samenleving’, zegt Trägårdh. ‘Het is niet toevallig dat Zweden, Nederland en België, dat ook een canon heeft opgesteld, binnen Europa de grootste uitdagingen met immigratie hebben gekend. Daarnaast gaat dit project om de erkenning van het belang van wat ons samenbindt, een verhaal over wie we zijn.’
Net als destijds in Nederland veroorzaakt het voorstel voor een canon in Zweden veel debat. Afgelopen najaar klaagden minderheidsgroepen bij de regering omdat ze van Trägårdh niet mee mochten beslissen. De historicus zei geen canon te willen ‘die groepen vertegenwoordigt’. Een week later stapte een lid van zijn comissie op, omdat ze vond dat de interpretatie van de regeringsopdracht ‘te subjectief’ was geworden.
Eerder al noemde secretaris Mats Malm van de Zweedse Academie, het statige lettereninstituut dat jaarlijks de winnaar van de Nobelprijs voor de Literatuur bepaalt, een canon ‘een concept doordrenkt van machtsuitoefening’. ‘Het is niet slechts een lijst met suggesties, maar een instrument om te controleren’, aldus Malm. Tot slot noemde een groep prominente schrijvers de canon een ‘repressief instrument’, bedoeld om het ‘ongewenste buiten te sluiten’.
Trägårdh noemt het een misvatting om de canon te reduceren tot een machtsinstrument. ‘We moeten juist verleiden, niet onderdrukken. We hebben in de jaren zestig van de vorige eeuw het ideaal verloren om scholieren te verheffen met kennis van de cultuur. We hebben dus cultureel kapitaal nodig voor iedereen. Voor nieuwkomers geldt dat ze daarbij hulp nodig hebben, een kaart en een kompas. Dat zou eigenlijk een recht moeten zijn.’
De weerstand is volgens de historicus te verklaren doordat Zweden zijn opgevoed met het idee dat zij een modern en internationaal volk zijn. Een land dat vooruit keek, mondiale instituties steunde, onderdrukten asiel gaf én Zweedse producten overal aan de man bracht. ‘We waren wereldburgers en daar past praten over de Zweedse cultuur niet bij. Dat zie je nu veranderen.’
De canoncommissie lanceerde een website waar burgers ideeën kunnen aandragen. Tegelijk werken twee subcommissies – een voor de kunsten en een voor maatschappij – aan nominaties. Daarmee wijkt het proces af van de Nederlandse aanpak, waar één commissie de lijst samenstelde. Volgens Trägårdh koos de regering voor deze weg om extra te benadrukken dat de politiek geen invloed heeft op de uitkomst. Het maakt het werk van Trägårdh wel tijdrovender en ingewikkelder, zegt hij. Met een zucht: ‘Ik ben diep jaloers op de Nederlandse aanpak.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant