DEN HAAG - De rechtbank in Rotterdam wijst het verzoek om zeventig getuigen te horen in de zaak van de vermeende Hamas-financier uit Leidschendam bijna helemaal af. Dat blijkt uit de schriftelijke beslissing die de rechtbank hierover heeft genomen. Acht getuigen worden wel toegewezen.
Eind november was er een pro forma-zitting in de zaak tegen de 57-jarige Amin Abou R., die in 2023 werd opgepakt. Volgens het Openbaar Ministerie (OM) heeft hij in ongeveer twintig jaar tijd bijna 12 miljoen euro overgemaakt aan Hamas. R. zelf zegt dat hij alleen weeskinderen steunde.
Het OM stelt dat het niet uitmaakt waar het geld voor was bedoeld; het is sowieso verboden om geld naar Hamas te sturen. R. had in Nederland, samen met één van zijn dochters, volgens het OM de leiding over de Stichting ISRAA, die het geld inzamelde. Zelf zegt hij dat hij alleen adviseur was.
De advocate van R. diende tijdens de laatste zitting een lijst in met de namen van zeventig getuigen die ze wilde ondervragen. De rechtbank wijst onder andere het verhoor van zes medewerkers van de Gazaanse vestiging van Stichting ISRAA toe. Volgens het Openbaar Ministerie zijn deze zes leden van Hamas.
Ook een voormalige directeur van een andere stichting in Gaza, waar ISRAA mee samenwerkte, kan wat betreft de rechtbank worden gehoord. Tot slot mag iemand die in 2021 aan R. om geld heeft gevraagd als getuige worden gehoord.
Van de overige door de advocate gewenste getuigen stelt de rechtbank dat ze geen belastende verklaring hebben afgelegd tegen R., dat ze vaak maar eenmaal genoemd worden in het dossier, en dat niet duidelijk is wat hun verklaring zou toevoegen.
De rechtbank ziet tegelijk dat het lastig zal zijn om de acht toegewezen getuigen op te sporen en daadwerkelijk te verhoren, maar het is nog te vroeg om nu al te stellen dat het 'onaannemelijk zal zijn dat de getuigen binnen een aanvaarbare termijn op een verhoor zullen verschijnen', zo is te lezen in de beslissing.
De rechtbank zal ook een door de verdediging voorgedragen getuige-deskundige oproepen. Het Openbaar Ministerie verzette zich tegen deze deskundige, omdat hij ook een lid van Hamas zou zijn.
De rechtbank wil deze man toch tegenover de deskundige van het OM zetten, om zo tegenspraak te organiseren. 'Dat één van de deskundigen eerder een partijdig standpunt heeft ingenomen doet daar niets aan af, als dat maar bekend is', zegt de rechtbank.
Het verzoek om een aantal Israëlische militairen te horen die in Gaza bewijsmateriaal tegen R. hebben verzameld is afgewezen. De rechtbank ziet niet in wat hun verhoren zouden kunnen toevoegen aan de informatie die al door Israël is aangeleverd.
Er moet nu worden bekeken hoe en wanneer alle verhoren te organiseren zijn. Wanneer de zaak verder gaat is nog niet te zeggen.
Source: Omroep West L'dam