Als je het weet, dan zie je sporen van de ramp van toen. Op een raamkozijn van De Gouden Grendel, een monumentale doopsgezinde kerk in hartje Blokzijl, staat een streep geschilderd. ‘Waterhoogte 1825.’ Wie over de hoge slingerdijk naar het dorp Blankenham rijdt, ziet overal kolken achter de dijk.
Alewijn Boogaard bewoont een historisch koopmanshuis in Blokzijl. Natuurlijk wist hij dat de Overijsselse havenplaats vroeger, voor de inpoldering van de Noordoostpolder, aan de Zuiderzee lag. Hij kent de mysterieuze kolken onderweg naar Blankenham. Daar moet de Zuiderzee zijn overstroomd, dacht hij dan.
Maar hij had geen idee wanneer dat gebeurde. ‘Dat moet dus in 1825 zijn geweest. Ik ben hier al vijftig jaar inwoner en ik wist van niets, ik heb daar nooit eerder bij stilgestaan. Die ramp is hier net zo weggezakt als overal.’
Over de auteur
Ana van Es is rondreizend columnist voor de Volkskrant. Eerder was ze onder meer correspondent in het Midden-Oosten.
De watersnoodramp van 1825, deze week tweehonderd jaar geleden, kostte aan 379 Nederlanders het leven. De slecht onderhouden Zuiderzeedijken begaven het bij storm en hoog water. Overijssel werd het zwaarst getroffen, grote delen van Friesland liepen onder. Duizenden koeien verdronken, talloze huizen werden weggeslagen, in de jaren daarna stierven honderden Nederlanders aan malaria in het brakke land.
Dit is de eerste stormvloed die minutieus is gedocumenteerd, zoals door gedeputeerde Jan ter Pelkwijk in zijn kloeke Beschrijving van Overijssels Watersnood. 1825 is niet zo lang geleden, voor de ouderen onder ons: de opa van je opa kan dit nog hebben meegemaakt.
In Overijssel werd aan herdenken nooit veel gedaan, in Friesland kwam de stormvloed na een eeuw nog eenmalig ter sprake, om ook daar in de vergetelheid te raken. De veel dodelijker watersnoodramp van 1953 in Zuid-Nederland overschaduwde natuurlijk alles.
Tot nu. Ineens wordt ‘1825’ massaal herdacht. Overal in Overijssel en Friesland, van Kampen en Zwolle tot Stavoren en Akkrum, luidden deze week kerkklokken als eerbetoon aan de slachtoffers, ruim tweehonderd kerken deden mee.
Er is een podcast over de vloed, er komt een fietstocht door het rampgebied, een Zwolse stichting die zich bezighoudt met ‘energietransitie, biodiversiteit en circulariteit’ organiseerde een symposium over ‘actuele waterveiligheid’. Een van de sprekers was de deltacommissaris, ’s lands topambtenaar belast met waterveiligheid.
‘Het is ‘heel groot’ geworden, zegt historicus Martin van der Linde, een van de drijvende krachten achter deze herdenking. Ja, waarom nu, tweehonderd jaar later? Een deel van de verklaring zit hier: dit was een ramp voor de regio, niet voor de Randstad, en dus is het nu voor Friesland en Overijssel een kans om een ‘eigen verhaal’ te vertellen.
Maar het is vooral dit: het gevoel dat 1825 opnieuw kan gebeuren. ‘Herdenken gaat vaak meer over het heden dan het verleden. We zijn nu bezig met klimaatverandering. We kijken welke lessen uit het verleden te trekken zijn.’
Op de vestingwal van Blokzijl luisteren in de ijzige avondwind ongeveer honderd inwoners op de oude vestingdijk naar de slagen van de kerkklok waarmee de 305 Overijsselse slachtoffer worden herdacht. Deze ramp is ‘onderdeel van onze geschiedenis’, weet een plaatselijke stadsgids. De meeste inwoners horen het verhaal voor het eerst.
Drie keer buldert het kanon. Kruitdampen slaan over de provinciale weg. In de rampnacht waarschuwde het kanon inwoners voor het opkomende water. De dijk brak voordat het laatste waarschuwingsschot kon klinken. In Blokzijl stierven vier mensen, in Blankenham, met de kolken achter de dijk, bijna dertig, Kamperveen liep als een badkuip onder, het water bereikte Meppel in Drenthe.
Enkele helden uit Blokzijl probeerden boerderijen in het buitengebied te bereiken met een bootje, ‘maar de vaarboom brak’, vertelt Diny Boes, die bij het kanon de herdenking aan elkaar praat. Ze rilt ervan. Nu is het al koud. Kun je nagaan hoe het toen met al dat water moet zijn geweest.
Waarom doet 1825 er nu voor haar toe? ‘De Afsluitdijk.’ We denken wel: die houdt voortaan de zee buiten, daarachter zijn wij zijn veilig, maar het kan anders lopen, en dan ‘liggen we akelig dichtbij’.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns