Home

Richard Krajicek: ‘Je moet openstaan voor vernieuwing. Maar ik geloof niet in het veranderen om het veranderen’

Wat zijn dit voor vragen? Richard Krajicek (53) is bezig aan zijn 22ste jaar als toernooidirecteur van het ABN Amro Open. Zeven dilemma’s voor de voormalig tennisprof, met een onverwachte zwak voor lekkere ‘ouwe meuk’ en modeltreintjes.

is sportverslaggever voor de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, zwemmen en tennis.

Remi of Kraai?

‘Tijdens een training voor de Davis Cup in Mexico in 1991 miste Mark Koevermans zijn eerste service. Hij ging de bal halen, dus ik denk: ik steek even over naar de andere kant van de baan. Mark zegt niks, verliest daarna het punt en toen hoorde ik…’ – Krajicek verheft zijn stem om Koevermans te imiteren – ‘... ja Remi, alleen op de wereld, alleen met jezelf bezig.’

Weer met normale stem: ‘Vanaf dat moment was Remi mijn naam bij de jongens van het Davis Cupteam. Er is ook een foto van die trip: we stopten onderweg, onverwachts, bij een typisch Mexicaans tafereel, iemand met een ezel, voor een groepsfoto. Ik ben de enige die geen trainingspak draagt.

‘Het is niet mijn doel om anders te zijn dan anderen, al wil ik ook niet te veel meelopen. Maar ik wil ook geen zonderling zijn. Remi paste toch wel bij me. Ik was altijd op mezelf. Ik moest om die bijnaam lachen. Ik ben over het algemeen moeilijk te beledigen.

‘Wel was er ooit een Duitse journalist die tijdens een toernooi in zijn land over mij schreef: ‘Hij heet Kraai, dat refereert aan een zwarte vogel waar niemand bij in de buurt wil zijn.’ Ik weet niet of ik beledigd was, maar dat vond ik onterecht, onaardig en onwaar: ik word Kraai genoemd als afkorting van Krajicek. Niet omdat mensen niet in mijn buurt willen zijn.’

Tennis of wielrennen?

‘Anderhalf jaar geleden scheurde de pees onder mijn rechterknieschijf af. Ik was aan het tennissen, zette rustig af en zakte plots door mijn been. Mijn knieschijf zat in mijn bovenbeen.

‘Tien jaar geleden was datzelfde been in een andere stand gezet vanwege artrose – dan zagen ze je hele been door. Dezelfde arts hielp nu weer. Destijds zei hij dat ik vermoedelijk na een jaar of tien, vijftien, een kunstknie nodig zou hebben. Nu zei hij: het gaat veel beter dan verwacht. Ik denk dat mijn carrière al voorbij is voordat jij die kunstknie laat zetten.

‘Wel besloot ik: ik ga nooit meer tennissen. Maar een vriend sleepte mij een jaar geleden alsnog mee naar de tennisbaan. Kom, zei hij. Voorzichtig zette ik stapjes. Toen ik er na twintig minuten mee ophield, was ik emotioneel. Ik wist niet dat tennis mij zo raakte.

‘Ik kies tennis om naar te kijken. Maar om te doen ga ik tegenwoordig voor wielrennen. Daar kan ik in tegenstelling tot bij padel en tennis voluit gaan zonder dat ik last krijg van mijn pezen en gewrichten.

‘Ik fiets meestal tussen de twee en vier uur. Ik ben een eenzame fietser. Als ik alleen fiets kan ik hard wanneer ik wil en stoppen wanneer ik daar zin in heb. Snellere gemiddelden omdat je in een groep rijdt, vind ik totaal onbelangrijk. Ik fiets om in conditie te blijven. Ik voel me fijner bij een fit lijf.

‘Ik heb thuis een rollerbank. Tijdens de coronapandemie fietste ik vaak binnen de Mont Ventoux-rit. Twee uur bergop. Gestoord, als ik er nu aan denk. Tegenwoordig hou ik het binnen bij klimmetjes van minder dan een uur. Ik sta vaak rond half 6 ’s ochtends op, dan heb ik niks te doen en ga ik maar even sporten.’

ABN Amro Open of Wimbledon?

Na een korte stilte: ‘Die toernooien staan voor mij op een en twee, gelijk aan mijn overwinningen... Eerst Wimbledon, waar ik een keer heb gewonnen. Daarna het ABN Amro Open, dat ik twee keer won.

‘Wimbledon is Wimbledon. Alles is speciaal: de geschiedenis, het alleen in het wit mogen spelen. Het is de plek van mijn bijzonderste overwinning.

‘Na mijn tenniscarrière kreeg ik de kans om iets moois te doen toen ik gevraagd werd als toernooidirecteur bij het ABN Amro Open. Inmiddels is dit mijn tweeëntwintigste editie. Ik wil het nóg wel tweeëntwintig jaar doen.’

Wandelen in Nepal of fietsen in Amerika?

‘Met een vriend heb ik gefietst in de Catskill Mountains. Dat was heel gaaf. Maar Nepal staat voor mij hoger. Ik ben daar twee keer gaan wandelen: rond 2017 met een vriend, in 2019 met mijn dochter Emma.

‘Ik deel niet graag een kamer, Remi hè, maar door een misverstand met het reisbureau moesten die vriend en ik samen op een kamer. Een heel primitieve kamer ook nog. Dunne muren. Buiten -10 graden betekende ook -10 graden binnen.

‘Je hebt er geen muggen, geen kleine beestjes, dat vind ik fijn. Het enige wat je hoort is het getrippel van de ratten die boven het plafond lopen. De tweede reis was ik iets beter voorbereid op de kou. Met -10 lag ik midden in de nacht te zweten. Dat primitieve maakte het uiteindelijk extra bijzonder. Wanneer weet ik niet, maar ik ga zeker nog een keer terug.’

Modeltreintjes of Boeddhabeelden?

‘Vroeger hadden we modeltreintjes. We woonden niet in een supergroot huis, maar er werd een kamer opgeofferd. Op grote houten platen stonden boompjes en een klein station, er lagen sporen en andere dingetjes. Treintjes kijken is een beetje als een schaatswedstrijd bijwonen: je kijkt hoe er rondjes worden gereden. Al proberen schaatsers in ieder geval nog een wereldrecord te halen. Maar gewoon naar een treintje kijken: ik vond het echt mooi.

‘Rond mijn 16de werden ze verkocht. Mijn ouders waren gescheiden. Samen met mijn moeder woonde ik nog kleiner. We hadden het niet breed en door het verkopen van die treintjes kon ik tennissen. Emotioneel was dat een dingetje, maar nood breekt wet.

‘Treintjes en Boeddhabeelden hebben wat gebracht in mijn leven. Als kind was ik al bezig met de dood. Wat gebeurt er daarna? Rond mijn 21ste werd ik heel onrustig bij de gedachte dat je er na de dood gewoon niet meer bent. Daphne (Deckers, zijn vrouw, red.) gaf mij een boekje dat ik nog steeds heb: Everyday Zen.

‘Daarin staan voor mij goede dingen over leven en dood. Ik ben niet gelovig, maar de levensfilosofie van het boeddhisme geeft mij houvast en rust. Ik heb er wel een eigen twist aan gegeven: leef zoveel mogelijk in het nu, wees aardig voor elkaar, draag je steentje bij aan de mensen om je heen, laten we het leuk hebben. Om dan aan het einde van de dag, de week, of het leven, in de spiegel te kijken en jezelf te confronteren met de vraag: leef ik ook zo? Kan ik blij zijn met de persoon die ik zie?

‘Wij hebben thuis Boeddhabeelden staan, maar ik kies de modeltreintjes. Om de nostalgie. Al staat het boeddhisme ook voor dingen kunnen loslaten in het leven.’

Jannik Sinner of Carlos Alcaraz?

‘Er is één tennisser die voor mij boven alle anderen staat: Nadal. Ik ben meerdere keren zo onder de indruk geweest. Om zijn vechtlust: hij wordt een soort vechtmachine op de baan. Om zijn persoonlijkheid. Hij is een heel pure jongen.

‘Ik weet nog hoe hij op Wimbledon bezig was aan een partij toen het ging regenen. Het doek werd over het gras getrokken, Nadal liep die baan af, tot hij in de hoek twee jongetjes zag staan. Normaal gesproken loop je door als een wedstrijd nog niet voorbij is. Nadal stopte en zette handtekeningen op hun petjes. Toen dacht ik: wauw, wat een held.

‘Alcaraz is fantastisch. Als Spanjaard wordt hij vaak aan Rafael Nadal gelinkt, maar ik vind dat hij het meest op Roger Federer lijkt. Net als bij Federer gebeurt er bij Alcaraz op de baan altijd iets bijzonders. Een shot waarbij je denkt: o wauw, wat is er hier gebeurd?

‘Toch kies ik Sinner, de nummer één van de wereld. Als toernooi hebben we een band met hem. Er is loyaliteit, van hem naar ons, maar ook andersom, omdat wij hem ooit een wildcard gaven. Het is heel jammer dat hij nu niet kan meedoen. Dus wellicht zeg ik na zondag wel Alcaraz, als hij ABN Amro Open heeft gewonnen.’

Vernieuwen of oud en vertrouwd?

‘Een paar jaar geleden hebben we na ruim twintig jaar onze meubels vernieuwd en nieuw behang gekozen.’ (Krajicek trekt een bedenkelijk gezicht.) ‘Voor het eerst sinds we in ons huis wonen. Daphne zei: het moet nu echt gebeuren. Ik antwoordde: mwah, het hoeft niet.

‘We hadden een bank waar een van onze kinderen ooit een perenijsje op had laten liggen. Dat was gesmolten en er helemaal ingetrokken. We hadden het zo goed mogelijk schoongemaakt, maar je zag het nog steeds. Dat vond ik leuk. Net zoals de butsen die onze zoon Alec toen hij 2 was met hamertje-tik in de muur had gemaakt.

‘Toen ik in Muiderberg kwam wonen, 26 jaar geleden alweer, was daar een strandtentje aan het IJsselmeer. Echt ouwe meuk. Er zat bijna niemand. Ik ging er zo graag heen. Toen kwam er een nieuwe eigenaar, het werd mooi verbouwd, de kaart werd beter. Opeens kwamen er mensen uit Almere, en het hele Gooi. Maar ik ben er minstens tien jaar niet geweest. Ik ben een beetje mensenschuw. En ik vond de ouwe meuk fijner.

‘Voor mijn werk vind ik vernieuwing belangrijk. Met het toernooi kijken we: wat doen we goed, wat kan beter en wat moet er echt veranderen? Je moet openstaan voor vernieuwing. Maar ik geloof niet in het veranderen om het veranderen. Voor mezelf, als mens, hou ik meer van oud en vertrouwd. Van dezelfde vakantiebestemming, dezelfde restaurants.’

Richard Krajicek

1971 geboren in Rotterdam

1989 profdebuut tennis

1996 winst Wimbledon (eerste – en nog steeds enige – Nederlandse man met grandslamtitel in het enkelspel)

1997 oprichting Krajicek Foundation

2003 tenniscarrière beëindigd

2004 toernooidirecteur ABN Amro Open

2013 initiatiefnemer Koningsspelen

2024 door koning Willem-Alexander onderscheiden met eremedaille voor Voortvarendheid en Vernuft

2025 voor 22ste keer actief als toernooidirecteur ABN Amro Open

Richard Krajicek is getrouwd met Daphne Deckers, samen hebben ze twee kinderen. Ze wonen in Muiderberg.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next