Van Willeke Alberti tot Herman Brood, Nederland heeft een rijke traditie van musicals over artiesten. Malle Babbe, over Rob de Nijs, voegt zich daar vanaf zondag bij. Wat is het geheim van deze succesformule? De Volkskrant destilleert acht essentiële elementen.
schrijft voor de Volkskrant over toneel en musical.
In de musical Willeke, die in het seizoen 1994-1995 in de Nederlandse theaters was te zien, kwam een scène voor waarin Rob de Nijs zijn opwachting maakte. Willeke Alberti en Rob de Nijs waren in de jaren zestig populaire artiesten en kwamen elkaar geregeld tegen tijdens optredens in het land. In Willeke, de musical zong De Nijs zijn hit Ritme van de regen tijdens een talentenjacht, waarin hij het moest opnemen tegen Willeke en Anneke Grönloh. Willeke won.
Nu, dertig jaar later, heeft Rob de Nijs een eigen musical. Op 9 februari gaat in het DeLaMar Theater in Amsterdam Malle Babbe in première, over het leven en werk van de zanger.
Het tekent de populariteit van dit genre musical, waarin een artiest en zijn of haar repertoire de basis vormen. De lijst van deze biografische musicals is behoorlijk lang (zie onderaan) en loopt van Willeke via Robert Long naar André Hazes, en van Liesbeth List via de Zangeres zonder Naam naar Ramses Shaffy. Ook over andere bekende Nederlanders zijn de nodige musicals gemaakt (Johan Cruijff, Annie M.G. Schmidt, Rembrandt van Rijn), maar handig aan een artiest als onderwerp is dat zijn of haar muziek daarin op tal van manieren kan worden gebruikt.
Dat de originele Nederlandse musical intussen een aanzienlijk deel van de markt inneemt, is onlangs berekend door producent Joop van den Ende. Hij legde de verwachte bezoekcijfers van alle musicals die dit jaar hier in het theater te zien zijn naast elkaar: van de 2,8 miljoen kaartjes die verkocht worden, gaat de helft naar nieuwe Nederlandse musicals, en de andere helft naar internationale, vooral Amerikaanse producties.
Overigens bleek bij een try-out van Malle Babbe vorige week dat Willeke Alberti op haar beurt haar opwachting maakt in de musical over Rob de Nijs. Anneke Grönloh trouwens ook. Zo verwijst de nieuwe Nederlandse artiestenmusical steeds vaker naar zichzelf. ‘De stem van mijn kind is als mijn stem uit zijn mond/ Droom van twee dromen de cirkel is rond. (Uit Vrije val van Rob de Nijs, 1986).
Maar wat zijn nu de ingrediënten van de betere biografische artiestenmusical? Uit welke elementen bestaat deze beproefde succesformule? De Volkskrant vroeg het aan musicalmakers, producenten en artiesten en destilleerde acht vaste bouwstenen, die meteen ook aanbevelingen zijn.
1. Centraal staat een rafelig, bewogen leven, vol ups en downs
‘André Hazes leidde een destructief leven, en zijn huwelijk met Rachel was een groot tranendal. Daar zit natuurlijk een verhaal in, en dat wilden wij bewust vanuit de vrouw vertellen – hoe zij tegen hem en dat huwelijk aankeek’, aldus aldus Frank Ketelaar, scenarioschrijver van de musical Hij gelooft in mij.
Toen Ketelaar samen met Kees Prins van Joop van den Ende op opdracht kreeg een musical over André Hazes te schrijven, zijn ze dus als eerste met Rachel Hazes gaan praten.
Ketelaar: ‘Ik ben groot fan van de film Amadeus, die gaat over Mozart, maar wordt verteld vanuit de concurrerende componist Salieri, zijn grote rivaal destijds aan het Weense hof. Daar zit meteen een conflict in.’
Ook het leven van Liesbeth List zou je rafelig kunnen noemen – Indisch verleden, adoptiekind op Vlieland, grote successen, diepe dalen. Producent Hans Cornelissen: ‘Die stijl, die kwaliteit, die uitstraling van haar – ik vond dat zij een eigen musical verdiende, en gelukkig hebben we haar daar van begin af aan bij kunnen betrekken. Liesbeth zei tegen ons: ‘Alles moet erin, ook de shit, anders is er geen reet aan.’ Kijk, daar kun je wat mee.’
Herman Brood, Robert Long - allemaal intense, bewogen levens, dus drama voor het oprapen.
2. De dood speelt een grote rol.
De musical Willeke begon met een doodskist op het podium, met daarin het stoffelijk overschot van vader Willy Alberti, en eindigde daar ook mee. In Robert Long keert Leen Jongewaard, die jarenlang de artistiek partner van Long was, terug op aarde, als engel nota bene. In de musical Malle Babbe staat tekstschrijver Lennaert Nijgh dronken en gedrogeerd op uit zijn graf, en zingt hij samen met De Nijs de hit Malle Babbe.
In Liesbeth List, de musical verschenen de al lang overleden Jacques Brel en schrijver en ex-partner Cees Nooteboom aan de eettafel waar List alle belangrijke personen uit haar leven had uitgenodigd. De slotscène van Hij gelooft in mij vond plaats in de Amsterdam Arena, waar tienduizenden fans juichten bij de kist waarin André Hazes lag.
Kortom: de dood is in de biografische artiestenmusical onontkoombaar. Als motiverend moment voor de artiest, de belichaming van een trauma of een dreigend zwaard van Damocles. De aanwezigheid van de dood zet het leven van de artiest op scherp, en daarna kan hij weer opkrabellen. En zingen.
3. Niet imiteren, wel interpreteren.
Als je denkt aan Paul Groot, denk je aan Koefnoen en zijn vele sublieme imitaties. Daarom was het des te verrassender dat hij in de musical Robert Long ondanks een forse krullenpruik totaal niet op hem leek. Wel benaderde hij volmaakt zijn stem. Als je je ogen dicht deed, was het alsof Long zelf zong. Ook Stefan Rokebrand leek in Chez Brood niet fysiek op Herman Brood, maar zette toch een bijna perfecte interpretatie van de rockster neer. Joke de Kruijf als Willeke: even meisjesachtig, maar vocaal superieur.
Soms zoeken producenten wat nadrukkelijker naar een echte lookalike. In de musical Ramses speelde William Spaaij de jonge Shaffy (leek niet) en Tom Jansen de oude (leek wel). En Renée van Wegberg bleek als Liesbeth List een schot in de roos; niet alleen was de gelijkenis met de diva frappant, maar haar stem benaderde het origineel opmerkelijk goed.
Van Wegberg: ‘Ik ben vol voor de imitatie gegaan. Voor de auditie, waar Liesbeth zelf bij was, had ik zo’n typische Liesbeth-pruik opgezet en veel eyeliner, dat gaf mij houvast. Ik heb geprobeerd haar wezen zoveel mogelijk te benaderen, zonder dat het te veel Soundmixshow werd.’
Rob de Nijs wordt in Malle Babbe gespeeld door René van Kooten. Van Kooten: ‘Ik vind zelf niet dat ik op Rob de Nijs lijk, hoewel ik slis, net als hij. Ik ben ter voorbereiding bij Rob thuis geweest en hij gaf mij als advies mee om vooral bij mezelf te blijven.’
4. De artiest is bij de musical betrokken (als dat nog kan), maar krijgt niet te veel inspraak
Rob de Nijs en zijn vrouw Jet hebben van meet af aan meegedacht bij de ontwikkeling van Malle Babbe. In dat proces zijn nogal wat versies van het script de revue gepasseerd. Producent Van den Ende: ‘Toen wij het idee voor Malle Babbe bedachten, waren er ook twee andere producenten die zich al bij Rob en Jet hadden gemeld. Uiteindelijk kwamen ze gelukkig bij ons uit. Twee jaar lang heb ik me intensief met het maakproces beziggehouden, maar tijdens dat proces moet iedereen zijn ego opzij zetten. Ja, ook de artiest. En ja, ook ik: de show is het enige ego.’
Maar de artiest volledige medewerking en inzage geven? Nee, dat eigenlijk liever niet, zegt Frank Ketelaar. Ook weer samen met Kees Prins schreef hij het script voor Tina, de internationale musical over Tina Turner, die ook door Van den Ende werd geproduceerd.
Ketelaar: ‘Ook bij Tina hadden we natuurlijk een goudmijn aan ellende en conflicten. Met haar hebben we drie dagen aan de keukentafel gezeten in haar villa in Zürich. Tina was boeddhist en wilde daar graag een scène over in de voorstelling. Wij zagen dat niet zitten, maar de producent zei: doe toch maar. Later is ons script door de Amerikaanse schrijfster Katori Hall weer herschreven omdat regisseur Phyllida Lloyd behoefte had aan een vrouwelijk blik van een zwarte schrijfster. Dat snapte ik wel.’
Daarentegen vond Rachel Hazes alles goed, zegt hij. Ketelaar: ‘Zij en die kinderen waren toen zo lief en zoet met elkaar – en moet je nu eens kijken! Nu vechten ze elkaar de tent uit, met rechtszaken en al. Ja, daar zit bijna weer een musical in.’
5. Het is geen greatest-hitsconcert, dus het repertoire wordt creatief heruitgevonden.
Van bekende nummers nieuwe arrangementen maken: het werkt. Een van De Nijs’ populairste liedjes is Het werd zomer, over een jongen van 16 die langs het strand loopt en de liefde ontdekt in de armen van een vrouw van 28. In Malle Babbe verschijnt die vrouw zelf in de golven, en ze zingen Het werd zomer als een duet, waardoor het nummer ineens interactief wordt. Ritme van de regen, een lied dat in het origineel nogal lieflijk voortkabbelt, wordt in de musical halverwege onderbroken en mondt uit in een ritmische tapdance.
Soms tilt de musical het bestaande repertoire naar een hoger plan. Renée van Wegberg was als Liesbeth List vocaal zo sterk dat zij Lists repertoire niet alleen met gemak aankon, maar daarmee de productie zelf een flinke meerwaarde gaf. Toen zij tijdens de première De verzoening zong, zette ze daarmee heel Carré op stelten, met een minutenlange staande ovatie als beloning. En soms maken de hoofdrolspelers zich het oorspronkelijke repertoire zo eigen dat ze er jarenlang mee kunnen optreden. Zangers en acteurs als Martijn Fischer (Hazes) en Maarten Heijmans (Ramses, uit de tv-serie) gaven er zo’n eigen én eigentijdse draai aan dat ze er tot op de dag van vandaag nog succesvol mee optreden.
6. Het onderwerp is niet heilig, want een hommage is saai.
De meeste artiestenmusicals verklaren hun onderwerp gelukkig niet heilig. In Ramses bijvoorbeeld is de titelheld zowel losbol en charmeur als een onuitstaanbare en soms kwaadaardige dronkenman. In de openingsscène geilde de oude Ramses op zijn jongere ik, het moreel verval had zijn intrede gedaan. Hoe destructief André Hazes was, werd bijna het leidmotief van Hij gelooft in mij en ook de vele volle glazen wijn die Liesbeth List en haar entourage dronken, werden niet verdonkeremaand. In Malle Babbe is een flink deel van de voorstelling ingeruimd voor de vele amoureuze affaires van De Nijs.
7. Slimme marketing en een gewiekst publiciteitsbeleid zijn cruciaal.
Producenten onderzoeken bij het ontwikkelen van biografische musicals vooraf of er bij de theaters en het publiek een basisinteresse in het onderwerp bestaat. Tegen de première aan draait de pr-machine op volle toeren: deze week zat Jet, de vrouw van Rob de Nijs, aan de talkshowtafel van Eva Jinek. Dat resulteerde in een indringend gesprek over onvoorwaardelijke liefde en mantelzorg, maar er werden ook beelden van Malle Babbe vertoond.
Slechte publiciteit moet uiteraard zo veel mogelijk worden vermeden. Toen de vader van Rachel Hazes tegen de roddelbladen leegliep over Hij gelooft in mij (dochter Rachel was nog minderjarig toen zij iets met Hazes kreeg) greep Van den Ende in. ‘Ik heb de man bij me geroepen en hem gezegd dat hij van mij een premie zou krijgen als hij zijn mond hield. En dat heeft hij gedaan. Dat deed ik enkel om de show te beschermen – wij wilden Hazes uit de kroeg halen, en naar het theater brengen, daar past geen geroddel bij.’
8. Het Droste-effect - de Nederlandse biografische musical verwijst steeds weer naar zichzelf
In 2016 liep het aantal bezoekers aan musicals behoorlijk terug. Stage Entertainment vroeg toen in een enquête aan het publiek over welke beroemdheid men graag een biografische musical zou zien. Er was keuze uit de volgende namen: Jacques Brel, Sammy Davis jr., Nina Simone, John Kraaijkamp sr., Annie M.G. Schmidt en Brigitte Bardot. Uiteindelijk kwam er een musical over Annie M.G. Schmidt, geschreven door Dick van den Heuvel, die ook tekende voor Malle Babbe.
De vijver van artiesten waaruit wordt gevist is klein, overlap is onvermijdelijk. Het is grappig om te zien hoe een aantal musicals naar elkaar verwijst. In Ramses was een belangrijke rol weggelegd voor Liesbeth List, in Liesbeth List, de musical kwam Ramses Shaffy opdraven, en zong List een nummer van Edith Piaf, een rol die zij ook al in de musical Piaf had gespeeld. Ook Jacques Brel dook op, die al een eigen musical had (In de schaduw van Brel) en die bovendien later dit jaar een nieuwe krijgt: Brel, geproduceerd door Albert Verlinde.
Hans Cornelissen broedt intussen op een nieuwe biografische musical en heeft voor de haalbaarheid daarvan ook al een aantal theaters benaderd. Over wie dat gaat? Cornelissen: ‘Dat ga ik nog niet zeggen, daarvoor is het nog te pril. Behalve dat het over een duo zal gaan.’ Maywood? Nick & Simon? Snip & Snap? Roept u maar!
Malle Babbe, door Medialane. Regie Carline Brouwer. Première zondag 9/2, DeLaMar Theater in Amsterdam; daarna tournee.
Fien (1982). Over actrice en zangeres Fien de la Mar, met Jasperina de Jong in de titelrol. Script en regie Eric Herfst.
Willeke, de musical (1995). Joke de Kruijf als Willeke Alberti met getalenteerd ensemble, en bekende liedjes als Samen zijn en Morgen ben ik de bruid als onderdeel van het verhaal. Script Hans de Wolf, regie Eddy Habbema.
Ken Kan (1996). Rob van de Meeberg kroop angstig goed in de huid van Wim Kan in deze eenmansmusical. Script Lars Boom, regie Fred Florusse.
Toon, de muscial (2010). Alex Klaasen was tamelijk geniaal als de allerpopulairste Nederlandse artiest Toon Hermans. Script Pieter van de Waterbeemd, regie Ruut Weissman.
Ramses, de musical (2011). William Spaaij was de jonge en Tom Jansen (afwisselend met Hans Hoes) de oudere Ramses Shaffy. Script Dick van den Heuvel, regie Peter de Baan.
De Zangeres zonder Naam (2011). Ellen Pieters werd helemaal Mary Servaes, alias de Zangeres zonder Naam. Script Lars Boom, regie Paul van Ewijk.
Hij gelooft in mij (2012). Martijn Fisher won volkomen terecht de Musical Award voor zijn vertolking van André Hazes, Chantal Janzen was al even goed als Rachel. Script Frank Ketelaar & Kees Prins, regie Ruut Weissman.
Sonneveld, de musical (2013). Tony Neef speelde, afwisselend met Paul Groot, de rol van entertainer Wim Sonneveld. Script Pieter van de Waterbeemd, regie Eddy Habbema.
Robert Long (2015). Zanger en provocateur Robert Long kreeg gestalte in een muzikaal fraaie performance van Paul Groot. Script Dick van den Heuvel, regie Peter de Baan.
Chez Brood (2016). Stefan Rokebrand was sterk als rocker en levensartiest Herman Brood, script Bart Chabot, regie Victor Löw.
Liesbeth List, de musical (2017). Musical Award-winnaar Renée van Wegberg glorieerde in de musical over het wel en wee van chansonnière La List. Script Louis van Beek, regie Paul van Ewijk.
De mol en de paradijsvogel (2022). Laus Steenbeeke als Albert Mol, de geliefde artiest en homo-activist tegen wil en dank, met leuke bijrol van Frans Mulder als Wim Sonneveld. Script & regie Daniel Cohen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant