Ooit was ik in de Driehoek des Doods. Dat is een gebied in het zuiden van Italië dat dient als de grootste illegale vuilstortplaats van Europa. Het heeft de omvang van Malta en ligt vlakbij Casal di Principe, een dorp waar rond de eeuwwisseling zowel de meeste moorden van Europa werden gepleegd als de meeste Mercedessen werden verkocht.
De lokale Casalesi-clan werd daar jarenlang gierend rijk door het dumpen van chemisch afval namens bedrijven uit het noorden die geen zin hadden om hun rotzooi volgens Europese richtlijnen te verwerken. Voor een schappelijk prijsje verstopten de clanleden allerhande vergif in reguliere vuilnisbelten of lieten het door straatjochies in de fik steken in een greppel naast de snelweg.
Over de auteur
Jarl van der Ploeg is journalist en columnist voor de Volkskrant. Hij werkte eerder als correspondent in Italië. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Het gevolg: na iedere regenbui trok er een giftig percolaat van zink, lood, asbest of erger in het grondwater, waardoor sommige vormen van kanker er wel 50 procent meer voorkwamen dan in de rest van Italië. Nergens in het land stierven zoveel kinderen aan kanker.
De ambtenaar die mij uitlegde hoeveel geld er nodig was om slechts één minuscuul weiland te reinigen, eindigde zijn betoog met een diepe zucht en zei: ‘Deze regio zal nooit meer schoon worden.’
Ik dacht: blij dat ik zelf uit een land kom met wat minder maffiosi, mij helaas nog niet realiserend dat je voor een fatsoenlijke milieuramp meer dan genoeg hebt aan een zaaltje vol VVD’ers, aangevuld met wat bestuurders van Tata, Shell en Chemours.
Zo bleek vorige maand uit een onderzoek van platform Investico dat het opruimen van pfas uit de natuur zo’n arbeidsintensief klusje is – gemeenten betalen soms honderdduizenden euro’s voor het zuiveren van slechts enkele grammen – dat we ons er zo langzamerhand ‘bij moeten neerleggen dat we niet heel Nederland kunnen schoonmaken’, aldus een bodemdeskundige.
Dat is een probleem, want pfas, de verzamelnaam voor een rits chemische stoffen die nauwelijks afbreekbaar zijn, komt onder meer via het oppervlaktewater inmiddels zo vaak in ons eten en drinken terecht dat steeds hogere concentraties ervan zich ophopen in onze organen, wat behoorlijk vervelend is,aangezien pfas waarschijnlijk kanker verwekt.
Verder in uw ochtendblad deze week: een rapport van de Europese Commissie waarin staat dat alle 745 Nederlandse oppervlaktewateren (dus niet sommige, maar alle 745 rivieren, meren, sloten en kustwateren) verontreinigd zijn dankzij onder meer industriële lozingen en pesticiden die worden gebruikt in de landbouw.
Daarnaast was er nieuws over geitenboerderijen, die zo’n broeinest van bacteriën zijn dat ze jaarlijks leiden tot duizenden longontstekingen. En tot slot bleek uit een Amerikaans onderzoek dat we inmiddels zoveel microplastics binnenkrijgen dat alleen al in ons brein mogelijk enkele grammen rondzwerven. Plusminus ‘het equivalent van een plastic lepel’, aldus onderzoeker Matthew J. Campen in deze krant.
Een plastic lepel.
Toen ik nog in Rome woonde, zag ik geregeld vrouwen over straat paraderen met in hun gezicht net zoveel plastic als in een gemiddelde oceaan, waarna ik altijd dacht: die vrouwen zijn niet goed snik. Nu blijkt dus dat die gedachten voortkwamen uit een minstens zo verontreinigd brein.
Het is, met andere woorden, goed mogelijk dat mijn inzicht vanwege diezelfde lepel danig vertroebeld is, maar toch weet ik vrij zeker dat niemand over vijfhonderd jaar nog praat over Musk, Trump, Netanyahu of een van die andere stoethaspels. Nee, in plaats daarvan zullen ze zich enkel afvragen hoe wij, de mensen die leefden tijdens de Vieze Eeuwen, de aarde en onze soort toch zo ongelooflijk konden vernachelen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant