Home

Frans Timmermans: ‘Ik moet accepteren dat ik bij sommige mensen irritatie oproep’

Frans Timmermans begon naar eigen zeggen als baby al met praten. Decennia later is de vraag of het Limburgse talenwonder genoeg tekst heeft om als oppositieleider te vlammen en van GroenLinks-PvdA alsnog de grootste partij van Nederland te maken.

‘Frans is van de klok’, waarschuwt de woordvoerder van Frans Timmermans op voorhand. ‘Vaak is hij zelfs te vroeg.’ Maar vandaag komt de 63-jarige partijleider van GroenLinks-PvdA te laat. Versierd met sneeuwvlokken stapt hij binnen bij de Maastrichtse koffiebranderij Blanche Dael.

‘Normaal is het tien minuten fietsen vanaf mijn huis bij de Sint-Pietersberg, maar het was glibberig’, verklaart de man die anderhalf jaar geleden als Eurocommissaris nog werd rondgereden door een chauffeur. Nu stampt hij zijn blauwe rubberen laarzen droog terwijl hij zijn donkergroene tweedpet afneemt.

In de zomer van 2023 keerde hij terug naar Nederland. Even overwoog hij weer in zijn vertrouwde Heerlen te gaan wonen, maar het werd toch Maastricht, vanwege zijn vrouw die daar rechter is en zijn oudste zoon die er met zijn vrouw woont. Timmermans heeft twee kinderen uit een eerder huwelijk, van 38 en 35 jaar, en twee uit zijn huidige, van 20 en van 18 jaar.

‘Mijn oudste zoon en zijn vrouw hebben inmiddels twee kinderen, dus we zijn grootouders, dan is het leuk om in de buurt te wonen. Mijn kleinzoon van 4 kan het stuk naar ons al zelf fietsen, daar is hij erg trots op. ‘Ik wil naar opa Frans fietsen’, roept hij dan, en niet veel later komt hij aanwaaien. Dat is echt een cadeautje.’

Het leven van opa Frans is 180 graden gedraaid vergeleken met dat in Brussel, waar hij als Eurocommissaris met wereldleiders sprak over problemen als migratie en klimaatverandering.

Hij was onder meer verantwoordelijk voor de Green Deal, het plan om in 2050 binnen Europa klimaatneutraal te zijn, en stond bekend om zijn bevlogen speeches. Dat kon er in Nederland voor zorgen dat GroenLinks-PvdA de grootste zou worden, hoopten partijgenoten, waarna Timmermans zelfs premier zou kunnen worden. In plaats daarvan zegevierde de radicaal-rechtse PVV en belandde Timmermans in de oppositiebankjes.

Kunt u zich nog het moment herinneren dat u thuis aan de keukentafel met uw vrouw de vraag besprak of u wel of niet terug zou gaan naar Nederland?

‘Mijn vrouw en ik lagen in bed. We hebben het er lang over gehad, met name vanwege onze dochter, de jongste thuis, want voor haar betekende het dat ze haar school in België niet kon afmaken. We hadden op dat moment ook nog geen huis in Nederland. Het moest allemaal snel besloten worden doordat er ineens verkiezingen waren. Maar ik heb nog nooit een besluit genomen zonder dat mijn vrouw het daar helemaal mee eens was; zij had vetorecht.’

Wat waren de overwegingen die jullie vanaf jullie kussen naar elkaar uitspraken?

‘Het idee was dat als ik klaar zou zijn bij de Europese Commissie, ik iets zou gaan doen waardoor mijn vrouw en ik meer tijd voor elkaar zouden hebben. Alleen, ik hoor het haar nog zeggen: ‘Jij met je verdomde verantwoordelijkheidsgevoel’, haha. Maar daar gaat ze dan wel in mee. Daar ben ik haar ontzettend dankbaar voor.

‘Wat in mijn afweging ook een rol speelde, is dat het politieke klimaat in Nederland in de negen jaar dat ik in Brussel zat, was verruwd en verhard. Bevriende politici belden me en zeiden: weet je wel waar je aan begint? Ze gaan meteen los op je. Dat hoort erbij, dacht ik toen, maar het was heftiger dan ik verwachtte. Inmiddels ben ik er relaxter over, maar in het begin vond ik dat zwaar.’

Voelde u zich vereerd dat ze naar u keken om GroenLinks-PvdA te gaan leiden?

‘Nou ja, ik heb aan mensen die zelf partijleider zijn geweest herhaaldelijk gevraagd – en dat zal je misschien van mij verbazen met de reputatie die ik heb – kan ik dit wel? Is dit niet zó groot, zó ingewikkeld? Maar voormalige partijleiders van de Partij van de Arbeid (Wouter Bos, Diederik Samsom en Attje Kuiken, red.) en eentje van GroenLinks (Jesse Klaver, red.) zeiden: Ja, jij kunt dat. Jij kunt dat!’

Waarom twijfelde u?

‘Ik ben nooit eerder partijleider geweest. Het is nogal wat.’

Waar was u bang voor?

‘Krijg ik de boel voldoende bij elkaar? Is men bereid om voor elkaar door het vuur te gaan? Ziet men in mij een leider met wie men kan samenwerken? En toen speelde ook nog, wat nu niet meer speelt: kan ik het fysiek aan? Ik was veel te dik en ik kreeg dat niet meer goed onder controle. Ik was bang dat dat een steeds grotere rol zou gaan spelen.’

U had het net over uw reputatie. Waar doelt u dan op?

‘Op mijn reputatie van opgeblazen ego: ‘Die man vindt dat-ie alles kan.’ En zeker, ik heb een ijdelheid die alle politici hebben, misschien nog wel meer dan sommige anderen. Maar vergis je niet, bij veel mensen is dat opgeblazen ego ook een manier om te camoufleren dat ze soms een beetje onzeker zijn. Hahaha.’

Dan weer serieus: ‘Het zijn wel heel grote vraagstukken waarmee ik te maken heb hè, van een héle grote klus.’

Waarover bent u onzeker?

Denkt na. ‘Ik wil mensen niet teleurstellen. Dus ik wil graag dat die beweging van GroenLinks-PvdA een succes wordt.’

Toen u aan de klus begon, hoopte u premier te worden.

‘Zelf was ik daar altijd wat voorzichtiger in dan sommige mensen om mij heen, als ik heel eerlijk ben. Het was geen slam dunk voor mij. Natuurlijk was het mooi geweest om premier te worden. Ik heb ruim elf jaar achter elkaar bestuurd.

‘En dat besturen mis ik, daar wil ik ook eerlijk over zijn. Ik had graag nog steeds aan de knoppen gezeten. Maar wat niet is, kan nog komen. Ik wil zorgen dat dit kabinet zo snel mogelijk verdwijnt en dat Wilders niet meer aan de knoppen kan draaien. Nu heb ik dat nog niet bereikt, maar dat gaat komen.’

U zei net dat u gewaarschuwd werd voor hoe de sfeer in Den Haag was veranderd.

‘Toen ik in de Haagse politiek terugkwam, was het eerste wat Wilders zei: ‘Daar heb je Kaag met een baard.’ Dat was een signaal aan de Kaaghaters om nu maar Timmermanshaters te worden. Van de misogynie waar Kaag last van had, heb ik geen last, ik ben een heks zonder bezem, maar hetzelfde patroon van haat herhaalde zich al snel.’

Wat merkte u daarvan?

‘Oef, scheldpartijen op straat, af en toe zelfs fysieke bedreigingen, intimidatie. Ik doe nog steeds bijna wekelijks aangifte.’

Willen mensen u dan echt slaan op straat?

‘Dat is een keer gebeurd, een heel grote meneer wilde me slaan. Maar die werd gelukkig door zijn vrouw tegengehouden. Ik werd ook uitgescholden toen ik bij het milieupark spullen ging wegbrengen.

‘Dat is nu helemaal verdwenen, zo zie je hoe emotioneel en wispelturig Nederland is.’ Fluisterend: ‘Gek hè? Zo raar. Nu gebeurt dat helemaal niet meer. Mensen moedigen me aan, willen een selfie, in een hálf jaar tijd ongeveer.’

‘Ik moet wel aan dat emotionele wennen, ook op het Binnenhof. Het gaat in de Kamer tegenwoordig om de performance, niet over wat je inhoudelijk nog te berde brengt. Af en toe voelt het alsof ik in een permanente Jerry Springer Show ben terechtgekomen. Wie deelt de hardste klappen uit?

‘Maar toevallig dacht ik de afgelopen maanden een paar keer: Het is weer een beetje zoals ik het vroeger fijn vond. Dat heeft wel een tijdje geduurd. Ik was gewend van vroeger dat we een potje voetbal speelden, maar na mijn terugkeer in Nederland bleek ik ineens op een rugbyveld te staan. Dat is wat me overkwam!

‘Tot ik dacht: er staat zó veel op het spel, over die gevoelens moet ik me maar heen zetten. Nu merk ik dat ik een modus heb gevonden die veel beter bij me past en die toch ook effectief genoeg is in de Kamer.

‘Nu kan ik ook rugbyen, zonder dat ik valse tackles hoef te doen, want dat past niet bij me. Maar in het begin vond ik het niet goed gaan. Ik heb een half jaar nodig gehad om dat een beetje goed aan te voelen.’

Er werd in die begintijd, vlak na de verkiezingen, ook een appgroepje gevormd met leiders van oppositiepartijen, waar u niet in zat...

Harde, hoge lach.

…daarin zaten Jetten (D66), Bontenbal (CDA), Bikker (CU) en Dassen (Volt), die zich een beetje de voorhoede van de oppositie voelden. Opvallend dat u daar niet in zat.

‘Dat was in de tijd dat ik ze wel voortdurend bij mij op de kamer sprak hè? Maar ik zat niet in het appgroepje, nee. Jimmy Dijk van de SP ook niet.’ Ironisch: ‘Jimmy en ik hebben toen tegen elkaar gezegd: we zitten niet in het appgroepje, wat erg hè? Nee, dat heeft me echt op geen enkel moment gestoord.’

Als u terugkijkt op uw jeugd, is het bevechten van uw plek, het er niet bij horen, dan iets wat u vaker hebt meegemaakt?

‘Altijd! Ik ben heel vaak van school veranderd doordat we vanwege het werk van mijn vader (die werkte als archivaris bij Nederlandse ambassades, onder meer in Brussel en Rome, red.) veel verhuisden. Iedere keer moet je laten zien dat je met de kinderen mee kunt komen.

‘Mijn manier van integreren was altijd: heel snel de taal leren, en zo dat je niet meer aan mij kon horen dat ik die taal van thuis uit niet sprak. Daar heb ik veel plezier van gehad in de rest van mijn leven.

‘En soms was het ook gewoon fysiek. Aan de bully moest je laten zien dat je niet over je heen liet lopen. Vechten! Maar af en toe is het ook een kwestie van de tijd zijn werk laten doen, tot mensen in de gaten krijgen wat je kan.

‘In het Engels wordt gezegd: je krijgt nooit een tweede kans om een eerste indruk te maken. Dat klopt, maar de eerste indruk is niet altijd de goede. Ik heb vaker geduld moeten hebben totdat mensen de indruk van mij kregen die ik hoopte dat ze zouden krijgen.’

Uit de voorgesprekken met uw intimi begrepen we dat u als jongetje graag uw kennis tentoonspreidde. Dat dat uw overlevingsmechanisme was om indruk te maken en erbij te horen.

‘Ja ja, ik was een wijsneus. Ik denk dat ik – zeker in mijn jonge jaren – iets te weinig gevoelig was voor de indruk die ik daarmee wekte in mijn omgeving. Als ik naar mijn vier kinderen kijk, hebben er drie een héél sterk ontwikkeld EQ, en eentje is meer zoals ik. Die wil veel dingen vertellen, waarbij die af en toe niet in de gaten heeft dat mensen het niet willen horen.

‘Je begrijpt dan niet dat waar jij zelf helemaal vol van bent, niet iets is waar anderen ook vol van zijn. Wat dat betreft word ik, zeker door mijn jongste kinderen, héél erg opgevoed.

‘Als ik weer over de steenkoolmijnen begin of zo. Ja pa, dat hebben we nou wel gehoord. Wouter Bos zette mij op een aardige manier ook af en toe op mijn plek door te zeggen: begin nou niet weer over je opa en de mijnen. Maar het is belangrijk voor mij, sputterde ik eerst nog tegen. Ja voor jou, zei Wouter, maar dat weten we nou wel.

‘Dat soort dingen heb ik vaker meegemaakt. Ik kan het ook hebben als ik héél graag iets kwijt wil over een film die ik heb gezien of een boek dat ik heb gelezen. Dan is mijn bedoeling: dat ga ik delen! Terwijl dat op andere mensen soms overkomt als: pff, heb je hem weer met zijn boeken en zijn films, of met zijn geschiedenis. Ik moet ook erkennen dat bij mij het gevoel meespeelt: Kijk eens papa en mama, zonder handen!’

Omdat u vroeger niet werd gezien?

‘Ja. Thuis was het niet altijd even gezellig, zeg ik voorzichtig. Mijn ouders hadden een slecht huwelijk. Er was veel gedoe thuis, héél veel spanningen. Mijn jongere broer Maurice zegt dat hij dat zo niet heeft ervaren, maar voor mij is het echt zwaar geweest. Ik was veel te direct tegen mijn ouders, dus ik kreeg de klappen. Ik had niet de sociale intelligentie om een beetje mee te buigen.’

Thuis was u ook een beetje de wijsneus?

‘Ja. Dan ging ik tegen mijn vader zeggen: ‘Maar jij hebt dat gedaan.’ Baf! Mijn moeder zei vaak tegen me: wat lijk je weer op je vader. Dat is pijnlijk. Want een kind is altijd fiftyfifty hè? Je bent voor de helft van de een en voor de helft van de ander, en als de een de ander haat, dan verscheurt dat een kind.

‘Ik voelde dat zo. Want ik hield van alle twee. En ik vond het moeilijk om te zien dat zij niet van elkaar konden houden, althans mijn vader niet van mijn moeder, was mijn indruk. En als kind wil je dat je ouders bij elkaar zijn. Je wil geen ruzie, je wil niet bang naar bed.’

Dat u overkwam als het slimste jongetje heeft er ook toe geleid dat u soms uit de rij werd gepikt. In militaire dienst bijvoorbeeld, omdat men dacht dat u wel even Russisch kon leren spreken, zodat u krijgsgevangenen kon ondervragen. Maar het gebeurde ook toen u bij de padvinderij in Italië zat, waar u als kind een tijd heeft gewoond, toen u werd uitgekozen om op zoek te gaan naar een geschikte kampeerplek.

‘Ja, ik zat bij de verkenners. En de leider, die later pedofiel bleek te zijn, wilde een nieuwe kampeerplek zoeken. Althans, dat was het verhaal. Ik was de jongen die Engels en Italiaans sprak, dus hij vroeg aan mijn moeder: mag Frans mee om voor mij te tolken?

‘Heel vaak is mijn talenkennis iets geweest waarvoor ik uit de rij werd gepikt. Tijdens mijn militaire dienst was het om voor mensen als Gorbatsjov en Jeltsin te tolken. De Nederlandse ambassadeur leende me uit aan andere ambassadeurs of ministers om ook voor hen te tolken. En dat misbruik bij de padvinders is daar ook het gevolg van. Altijd taal.’ Stilte. ‘Ja.’

Was u in eerste instantie blij dat u werd uitgekozen, omdat u zich dan gezien voelde?

‘Nou ja, ik was nuttig. Als 13-jarig kind heb je niet in de gaten wat de bedoeling is van zo iemand, je wil graag behulpzaam zijn.’

Wat was het moment waarop u dacht: wat hij nu van mij vraagt is niet normaal?

Na een korte aarzeling: ‘De man nam me mee, we deelden een kamer met twee bedden, en op een gegeven moment zei hij: ‘Kun je mijn schouders masseren, want ik heb iets verrekt.’

‘Ik zei: ‘O ja, dat doe ik voor mijn vader ook altijd.’ Dus ik begon zijn schouders te masseren en vervolgens zei hij: ‘Ga nou maar slapen.’ Ik ging in mijn bed liggen. En toen heeft hij zich aan mij vergrepen... Ik heb geen zin om er meer in detail op in te gaan.’

Wat heeft dit met u gedaan?

‘Ik was bang, heel bang. Het was een grote sterke vent, en ik was 13. Ik ben gaan slapen, heb net gedaan alsof er niets was gebeurd. Daarna hebben we nog een dag rondgereden. En ik maar praten, praten en praten. Ik denk dat ik het toen op een of andere manier heb verdrongen.

‘Ik weet wel dat ik na die tijd, ik was 14, 15, 16, vaak in vechtpartijen terechtkwam. Misschien zie ik het verkeerd, maar later heb ik gedacht: het zal misschien een reactie hierop zijn geweest, omdat ik toch onverwerkte trauma's had, waarvan ik niet eens in de gaten had dat ik ze had.

‘Pas toen ik een vriendenkring kreeg in Heerlen, met mensen die veel aan voetbal deden en mij daarin meenamen, raakte ik die agressie kwijt.

‘En ook door de ontdekking van humor, dankzij mijn beste vriend Maarten, ging ik me beter voelen. Op zaterdagmiddag zaten we altijd naar de Dik Voormekaar Show te luisteren. En ook Van Kooten & De Bie waren belangrijk. Dus ik kreeg een heel andere invulling van emoties en van mijn wereldbeeld. Maar mijn vrouw Irene heeft me uiteindelijk geholpen het echt te verwerken.’

Heeft u er in uw eerste huwelijk niet over gesproken?

‘Nee, toen wist ik het niet meer, het was gewoon weg. De herinnering kwam pas later terug, door artikelen in de pers. Met name de serie die NRC-journalist Joep Dohmen heeft geschreven over misbruik in de kerk. Alsof er een deur openging en ik ineens in een andere kamer was.

‘Omdat Dohmen in Heerlen woonde, raakte ik met hem in gesprek en hij heeft mijn verhaal helemaal uitgezocht. Hij is in Amerika gaan zoeken, daar kwam de man oorspronkelijk vandaan. Dohmen kwam erachter dat hij zeven keer over de schreef was gegaan. Toen voelde ik ook niet meer de remming om het aan mijn vrouw te vertellen.’

Was het een openbaring om uzelf zo bloot te geven?

‘Ja, dat werkte voor mij. En nog steeds, ik stel me in interviews open op. Soms is dat ook omdat journalisten blijven doorvragen, zoals bij mijn maagoperatie. Men zag mijn uiterlijk veranderen en bleef daar maar vragen over stellen. Toen dacht ik: dadelijk gaan ze iets opschrijven wat niet helemaal klopt, dus laat ik dan maar zelf het hele verhaal vertellen.’

Hoe gaat het eigenlijk met het afvallen na de operatie?

‘Ik voel me zó veel beter. Al acht jaar was mijn grote zorg: ik weet dat mijn leven hierdoor korter wordt, en toch kríjg ik het maar niet onder controle.’

Hoeveel kilo bent u al kwijt?

‘27 kilo ondertussen.’

En hoeveel is de bedoeling?

‘Dat weet ik niet. Ik ben al heel blij nu, maar ik blijf nog wel een tijdje afvallen. Dat schrokken van mij, dat gaat niet meer, dan word ik doodziek. Het belangrijkste is dat ik de nieuwe manier van leven handhaaf.

‘Ik dronk altijd erg graag biertjes, maar sinds augustus heb ik geen alcohol meer gedronken. Heel af en toe denk ik weleens: wat zal ik nou eens drinken, want water heb ik wel gezien. Maar het is niet zo dat ik denk: goh waar is mijn borrel, waar is mijn bier? Héél verrassend. Ik heb vroeger gerookt en dat kon ik ook zo laten liggen. Dus ik ben niet verslavingsgevoelig, kennelijk.’

Waarom lukte het dan niet om het eten onder controle te krijgen?

‘Dat vele eten was stress-eten. Voor een deel is het ook genetisch. De helft van de familie van mijn vader is veel te zwaar, alleen zijn broer leeft nog.’

Als u minder stress had, dan lukte het wel om af te vallen?

‘Ja, bij minder stress en veel sporten.’

U had ook kunnen kiezen voor een stressloos leven en veel bij uw vrouw zijn. Dan was die operatie niet nodig geweest?

‘Dat zou best kunnen, ja. Maar dat heb ik nou eenmaal niet gedaan. Ik doe gewoon waarvan ik denk dat het nuttig is voor de samenleving. En het is ook wel zo dat ik degene was die voor beide partijen het meest acceptabel was als partijleider.

‘En inmiddels – dat vind ik echt geweldig – is het samengaan van die twee partijen onomkeerbaar: het point of no return is gepasseerd. En ik kan daar een bijdrage aan leveren.’

Zo samengesmolten zijn die twee partijen toch niet? Ze vechten elkaar soms bijkans de tent uit.

‘Waar dan?’

Bijvoorbeeld op het laatste partijcongres van GroenLinks-PvdA, waar het over Israël/Gaza ging.

‘90 procent van de stemmen was het eens met de motie die door beide partijbestuurders werd voorgelegd (waarin solidariteit werd betuigd met slachtoffers aan beide zijden, red.).

‘Over Gaza wordt binnen beide partijen verschillend gedacht ja, maar als we nog twee afzonderlijke partijen waren geweest, had je precies diezelfde discussie gehad. Het is gewoon een onderwerp dat de hele Nederlandse samenleving verdeelt.’

De twee partijen verschillen toch ook van elkaar in de zin dat bij GroenLinks het klimaat meer prioriteit heeft en dat het bij de PvdA meer draait om armoedebestrijding?

‘De bloedgroepen binnen zo’n beweging zullen altijd blijven bestaan. Maar het punt van het samengaan staat niet meer ter discussie. Dat is beslecht.’

In Amsterdam gaan ze niet eens samen campagne voeren voor de gemeenteraadsverkiezingen.

‘Maar ze gaan na de verkiezingen wel in één fractie zitten. Net als in de andere grote steden. Ik ben op dit punt echt optimistisch en positief. Ik denk ook dat het zó nodig is.’

Uw hoop is om als linkse beweging de grootste te worden. Maar volgens de peilingen is daar in de verste verte geen sprake van.

‘Nog niet. Helaas is de kloof tussen links en rechts nog zo diep dat mensen niet over de schutting naar de andere kant willen kijken. Ik hoop te bereiken dat die schutting iets lager wordt, zodat kiezers die de vorige keer rechtser hebben gestemd ditmaal ook ons zien staan.’

De trend in heel Europa is juist dat kiezers meer naar rechts opschuiven. Waar haalt u de hoop vandaan dat links kan groeien?

‘De teleurstelling in rechts zit er heel snel aan te komen in Europa. In Italië zie je de teleurstelling in premier Meloni snel toenemen. In Spanje zit een succesvolle linkse regering, met een economische groei die veel hoger is dan in andere Europese landen waar rechts de leiding heeft. In Scandinavië zijn de linkse partijen aan een opmars bezig.’

In Scandinavië hebben de sociaaldemocraten deels de agenda overgenomen van radicaal-rechtse partijen.

‘Dat is echt alleen in Denemarken.’

Is dat de richting die GroenLinks-PvdA opgaat?

‘Nee. Nee.’

Maar hoe denkt u dan het tij te keren voor links?

‘De teleurstelling over dit rechtse kabinet zal alleen maar toenemen, want ze hebben geen oplossingen voor het bestrijden van inflatie, het niet kunnen voldoen van de rekeningen, het niet kunnen vinden van een woning.

‘Dit kabinet schuift miljarden in de richting van het bedrijfsleven, wat het bedrijfsleven helemaal niet nódig heeft. Wat wij moeten laten zien, is dat wij een alternatief hebben waarbij je veel eerlijker verdeelt wat we samen verdienen.

‘Deze coalitie heeft werkelijk níéts te bieden wat positief is, he-le-maal niets. Het is gepruts. Ik heb het nog nooit meegemaakt: een kabinet met zo’n gebrek aan kwaliteit.

‘Er zijn mensen minister die ik nog niet voorzitter van een hengelsportvereniging zou willen maken. En welk van de problemen die een rol hebben gespeeld in de verkiezingscampagne zijn nu aangepakt? Niet één.

‘Wat me ook tegenstaat is het uitvergroten van angst totdat het haat wordt. Er is een film uit 1974 van Fassbinder met de titel Angst essen Seele Auf; angst vreet je ziel op. Die titel vind ik zo toepasselijk voor deze tijd. Angst is niet de politieke brandstof die leidt tot solidariteit.

‘Angst leidt vooral tot: ik moet beschermen wat ik heb, want het wordt bedreigd door die ander die ergens anders vandaan komt. Ik wil weg van die angst en juist mensen voorhouden wat ze kunnen doen om problemen op te lossen.

‘Hoewel ik mij veel zorgen maak over wat er op ons afkomt door de klimaatverandering, wil ik proberen om mensen veel meer aan te spreken op wat we eraan kunnen doen in plaats van doemscenario’s te schetsen.’

Toch, als er nu verkiezingen zouden zijn, dan is de kans groot dat Geert Wilders meer stemmen krijgt dan u.

‘Nee, daar geloof ik helemaal niks van!’

U gelooft de peilingen niet?

‘Nee. Hij zal vast veel mensen kunnen vasthouden, omdat velen hem dankbaar zijn voor de chaos die hij maakt. Ze zien in hem iemand die tegen het establishment is en het zal nog wel even duren voordat mensen stoppen met hem daarvoor te waarderen. Tegelijkertijd zullen steeds meer mensen gaan inzien dat hij gewoon niet kan leveren.’

Een veelgehoord geluid is dat mensen een afkeer hebben van links vanwege het zwaaiende vingertje. Zo van: wij zijn moreel superieur. Aan het begin van dit gesprek vertelde u dat u zich bewust heeft moeten worden dat u zelf als betweterig wordt gezien. Weet u daardoor misschien hoe u de jeuk voor links kan doen verdwijnen?

‘Wat wij op links al heel lang niet goed doen is dat we na het horen over een probleem direct zeggen: hier is de oplossing. Daardoor hebben we mensen de indruk gegeven dat we niet naar ze luisteren. Ik denk dat we daar nog een weg af te leggen hebben. Dat vertrouwen komt niet makkelijk terug.’

‘Het is overigens een internationaal fenomeen dat kiezers linkse plannen inhoudelijk vaak goed vinden, totdat ze horen dat ze afkomstig zijn van links. Dat zag je ook bij de Amerikaanse verkiezingen: als je de plannen van Harris voorlegde aan mensen zonder te vertellen dat ze van Harris waren, waren ze allemaal vóór. Maar als ze dan horen: het is van Harris, dan wordt het toch een nee. Dat komt ook doordat rechts de allergie voor links er steeds in ramt.

‘Ik zie het dagelijks op sociale media: als er iets niet goed gaat, dan heeft links het weer gedaan. Het duurt even voordat dat voorbij is.’

Er is niet alleen irritatie richting de linkse beweging, maar ook naar u als persoon. U wordt vaak een beetje gezien als de Ivo Niehe in de politiek: een opgeblazen ego, ijdel en kennis van vele talen. Dat levert een bepaalde afkeer op.

‘Zeker ja.’

Hoe gaat u dat keren?

‘Wat in ieder geval niet helpt is als ik me verkrampt anders ga voordoen dan ik ben. Ik moet accepteren dat ik bij sommige mensen irritatie oproep en hopen dat mensen na verloop van tijd een completer beeld van mij krijgen.

‘Wat ik wel opvallend vind, is dat het geheugen in Den Haag zo kort is. Alles wat ik voorheen heb gedaan als minister in Den Haag of als Eurocommissaris in Brussel, is allemaal weg. Het is alsof je weer als een soort pasgeboren kind begint.’

Uit kiezersonderzoek in december blijkt dat mensen u scharen onder de minst goede politici: u zit in het hoekje bij Baudet en Faber.

‘Ja, en niet al te ver van Wilders af, dus dat duidt ook wel op de polarisatie die er is. In mijn geval betekent dit flinke steun onder de eigen kiezers en een sterke afwijzing bij rechtse kiezers (onder GroenLinks-PvdA-kiezers scoort Timmermans gemiddeld zo’n 7 op 10; bij de andere kiezers is dat rond de 4 op 10, red.).

‘Maar kijk nou eens wat we doen in al die steden en gemeenten in het land. Hoe verantwoordelijk we besturen, hoe goed we op de centjes kunnen passen en dingen in goede banen leiden. Wij bieden gewoon kwaliteit en dat ontbreekt totaal in dit kabinet.’

Is dat het plan om de harten van mensen mee te veroveren? Beter uitleggen wat jullie voor goeds doen?

‘In ieder geval door meer aandacht te vragen voor wat we doen. Door onze plannen goed voor het voetlicht te brengen, door te laten zien dat wij goed op de staatsfinanciën kunnen passen en tegelijk een eerlijker verdeling tussen arm en rijk tot stand kunnen brengen in dit land.’

Uw partijgenoot en voormalig collega Diederik Samsom zegt dat uw grootste talent uw woordenkunst is; uw speeches, het veroveren van een zaal. U verplettert niet meteen als u een kamer binnenloopt, maar het is uw retoriek die ‘magistraal’ is, zegt hij. U heeft volgens hem daarmee de Green Deal ook op cruciale momenten voor de afgrond behoed.

‘In de campagne voor de Europese verkiezingen ontdekte ik een nieuw woord dat de Duitsers op mij plakten: Rampensau. Dat betekent zoiets als podiumbeest. Als ik naar het afgelopen jaar kijk, denk ik: nou, die Rampensau zien ze in Nederland niet meteen.’

Het klinkt een beetje ‘ramp’-zalig.

‘Nee joh. Rampe is podium. En Sau is varken. Letterlijk betekent het woord dus podiumvarken.’

Podiumvarken?

‘Ja, daar kwam Der Spiegel toen mee. Ik snap de typering wel: ik weet dat ik niet altijd met de makkelijke en goedkope boodschappen kom, maar ik vind het een uitdaging om een zaal mee te krijgen.’

Het zat er al vroeg in. We hoorden dat u graag vertelt dat u als baby van negen maanden al kon praten.

‘Ja, men vond dat heel creepy. Mijn moeder kreeg dan in de trein van Maastricht naar Heerlen van reizigers de vraag: hóé oud is dat kind?!’ Lacht hard.

Als u met dat talent voor spreken nu een Obama-achtige speech zou moeten houden om links de grootste partij te maken, wat zou uw verhaal dan zijn?

‘Dat is een leuke uitdaging, want daar denk ik normaal gesproken wat langer over na dan een paar seconden.’ Na een korte stilte. ‘De belangrijkste boodschap is: wat heb ik nog voor een ander over? Hoe belangrijk vind ik het dat het met jou goed gaat?

‘Er is een Franse etnoloog, eind vorige eeuw – Maus schrijf je, maar je spreekt het uit als Moos – en die heeft een essay geschreven over het geschenk. Hij zegt: solidariteit is een vorm van verlicht eigenbelang. Ik geef jou iets om ervoor te zorgen dat het met jou beter gaat, en daarmee geef ik ook mezelf iets, namelijk dat het met ons samen beter gaat. Ik vind dat dit gevoel in onze samenleving verloren dreigt te gaan.’

Twijfelt u weleens over of u de aangewezen persoon bent om deze boodschap over het voetlicht te krijgen?

‘Daar moet ik even over nadenken. Weet je, ik kan mezelf niet anders maken dan ik ben. Vroeger dacht ik: waarom zien ze het niet? Laat ik het er nog een keer in hameren. Nu heb ik veel meer een ontspannen houding: zo zie ik het, doe er uw voordeel mee, omarm het of wijs het af.

‘Als partijleider heb ik de verantwoordelijkheid om te zorgen dat de nieuwe linkse beweging voor meer kiezers aantrekkelijker wordt en die rust zwaar op mijn schouders. En daarbij breng ik een persoonlijkheid mee.

‘Al mijn hele leven zijn er mensen die mij erg onaardig vinden en mensen die mij bijzonder aardig vinden. Je hebt ook personen die mensen onverschillig laten, zo iemand ben ik zeker niet. Maar ik heb uiteindelijk liever dat mensen zien dat ik eerlijk ben, dan dat ze me aardig vinden.’

Hoe heeft u het hart van uw vrouw veroverd?

‘Haha, ik heb geen flauw idee, geen flauw idee! Ik zou echt niet weten waarom ze mij aardig vond. We kunnen het heel goed met elkaar vinden, we zijn erg gelukkig met elkaar, en al heel lang. We zijn dit jaar 25 jaar getrouwd.’

U vertelde eerder dat u het ook in de liefde erg van het praten moet hebben.

‘Ja, die heb ik gestolen van Youp van ’t Hek. Die zei in een conference: ik moet het wel van het lullen hebben, dames.’

Zijn woordvoerder onderbreekt: ‘Volgens mij moeten we gaan afronden, want anders kom jij te laat voor je volgende afspraak.’

Timmermans: ‘Ja, ik weet het, ik ben al te laat. Maar dat is niet erg.’

Cv Frans Timmermans

6 mei 1961 Geboren in Maastricht. Groeit door het werk van zijn vader bij Nederlandse ambassades grotendeels op in Brussel en Rome.

1975 Verhuist met moeder naar Heerlen en maakt daar zijn middelbare school af.

1980-1985 Franse letterkunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen en in het laatste jaar ook aan de Universiteit van Nancy (Frankrijk). Daar studeert hij ook Europees Recht.

1987-1990 Diplomatenklasje en ambtenaar bij het ministerie van Buitenlandse Zaken.

1990-1993 Diplomaat op de Nederlandse ambassade in Moskou.

1993-1998 Diverse diplomatieke functies in Den Haag, Brussel en Wenen.

1998-2007 Tweede Kamerlid PvdA.

2007-2010 Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken in kabinet-Balkenende IV.

2010-2012 Tweede Kamerlid PvdA.

2012-2014 Minister van Buitenlandse Zaken in kabinet-Rutte II.

2014-2023 Eurocommissaris en vicevoorzitter van de Europese Commissie. Als Eurocommissaris was hij onder meer verantwoordelijk voor betere regelgeving en klimaat (The Green Deal).

2023-heden Lijsttrekker en fractievoorzitter van GroenLinks-PvdA in de Tweede Kamer.

Frans Timmermans woont in Maastricht met zijn vrouw. Ze hebben samen een dochter (18) en zoon (20). Uit een eerder huwelijk heeft hij ook een zoon (35) en dochter (38). Hij heeft twee kleinkinderen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next