Hitmaker en hiphopproducer Irv Gotti is op 54-jarige leeftijd overleden. Gotti lanceerde eind jaren negentig onder meer de carrières van hiphopgrootmeesters als Ja Rule en DMX, maar was ook berucht om zijn problemen met de FBI.
is nieuwsverslaggever van de Volkskrant.
‘Amerika is een van zijn creatiefste soldaten kwijt’, aldus artiestenmanager Lyor Cohen over hiphopproducer Irv Gotti (echte naam Irving Lorenzo). Cohen leerde Gotti kennen toen hij baas was van het bekende label Def Jam Recordings.
Toen hij Gotti in een gesprek vroeg waar hij over vijf jaar wilde staan, antwoordde Gotti: ‘Ik ga jou worden en ik zal je vernietigen.’ Bovendien zei Gotti: ‘Ik kom uit de hood. Jij kunt onmogelijk meer over hiphop weten dan ik.’ Zijn branie leverde hem een baan op bij Def Jam.
Het was echter platenlabel Murder Inc. waarmee Gotti zijn naam als grootheid in de hiphopwereld echt vestigde. Dat richtte hij in 1998 samen met zijn broer op, met geld van onder meer Def Jam. Boegbeeld werd rapper Ja Rule, die hij eerder zelf had ontdekt. Die bracht in die tijd hits uit als Put It On Me en Furious. Gotti scoutte ook rapper DMX.
Naast hypermasculiene gangstarappers staat Gotti ook bekend als het brein achter vrouwelijke R&B-artiesten zoals Ashanti. Hun nummers moesten echter wel voldoen aan standaarden waarin mannelijke, zwarte luisteraars zich zouden herkennen.
Ze moesten hun realiteit weerspiegelen, aldus Gotti: ‘Mensen raken in de war, omdat mijn nummers worden verkocht als popmuziek. Maar wij maken in de eerste plaats zwarte muziek en onze platen zijn hood first’ – daarmee doelend op achterstandswijken in de VS waar bendegeweld en drugshandel aan de orde van de dag zijn.
Nummers van vrouwelijke R&B-artiesten gingen bij voorkeur over ‘vrouwen die hun mannen eindeloos vergeven voor het feit dat ze worden bedrogen’. Dat komt onder meer terug in de hit What’s Luv? van Ashanti, samen met rapper Fat Joe.
Gotti zelf kwam uit New York, uit het stadsdeel Queens. Zijn vader was taxichauffeur en hij had zeven broers en zussen. ‘Ik had het geluk dat mijn ouders bij elkaar zijn gebleven, maar we hadden geen geld. Dat heeft bijgedragen aan mijn hustlerhouding’, zei Gotti in de Britse krant The Guardian.
Hij begon als dj en verkocht zijn eigen mixtapes op straat. Zijn klanten waren naar eigen zeggen veelal drugsdealers, waardoor hij, zo zegt hij zelf, ook korte tijd dealde in coke en crack. Na een bezoekje van de autoriteiten hield de topproducer in spé het dealen voor gezien. ‘Je kunt een gewone baan krijgen en bijna hetzelfde verdienen. Het was geen goede zet’, zei hij daarover.
Toch kon hij de criminaliteit nooit helemaal afschudden. Hij vernoemde zijn platenlabel Murder Inc. naar een Amerikaanse maffiaorganisatie uit de jaren dertig, hoewel hij zelf volhield geen crimineel te zijn. Dat weerhield de FBI er niet van Gotti in het vizier te nemen.
In 2003 viel de federale politiedienst het hoofdkantoor van Murder Inc. in New York binnen. De FBI dacht dat Goti het label had opgericht om meer dan een miljoen dollar aan drugsgeld wit te wassen voor de beruchte gangster Kenneth McGriff, met wie de producer bevriend was. Het kwam uiteindelijk niet tot een veroordeling voor Gotti, maar het imago van het label was in de tussentijd dusdanig beschadigd dat hij de naam veranderde naar The Inc.
Artiesten van zijn label waren wel betrokken bij meerdere geweldsincidenten. Die leidden onder meer tot een levenslange ‘beef’ met rapper 50 Cent. Die vete begon op zakelijk vlak – 50 Cent zat bij een concurrent label – maar werd al snel persoonlijk toen 50 Cent door een lid van Murder Inc. werd neergestoken in een club in New York. In datzelfde jaar werd de rapper het slachtoffer van een schietpartij voor het huis van zijn oma, waarbij hij met negen kogels werd geraakt. Hij overleefde.
De afgelopen jaren slingerden 50 Cent en Gotti vooral via sociale media beledigingen over en weer. Toen Gotti na een beroerte met een stok moest lopen, maakte de rapper hem daarmee belachelijk. Een uur na de bekendmaking van Gotti’s dood deelde 50 Cent een laatste klap uit. Hij plaatste een foto op Instagram waarop hij met een waterpijp te zien is naast een plastic grafsteen: ‘God bless him.’
Gotti won in 2003 een Grammy voor het medeproduceren van Ashanti’s debuutalbum. Ashanti kreeg toen de prijs voor beste hedendaagse R&B-album.
De producer maakte twee jaar geleden bekend dat hij diabetes had en dat hij zijn medicijnen niet altijd innam. Hij heeft meerdere keren een beroerte gehad.
‘Als je de formule voor succes hebt, is succes simpel’, zei Gotti in 2002 over hoe makkelijk het voor hem was om een hit te maken voor Jennifer Lopez, doelend op de remix van Ain’t It Funny met rapper Ja Rule.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant