Elly Ameling is de beroemdste sopraan uit de Nederlandse geschiedenis, een charismatische diva met weergaloze expressie die uitblonk in liedrepertoire. Hoewel ze al jaren is gestopt, laat ze nog steeds van zich horen, nu als klassiekemuziekinfluencer.
schrijft voor de Volkskrant over klassieke muziek en opera.
De beroemdste sopraan uit de Nederlandse historie nestelt zich in een fauteuil. Camera? Draait. Autocue? Loopt. Met voorpret in de ogen begint Elly Ameling te vertellen. ‘Op mijn 91ste rijd ik in een 25 jaar oude Toyota. Onverwoestbaar. Ik bedoel, de auto.’
Zo, met zelfspot, begint een van Elly’s Essentials, haar eigen, Engelstalige YouTubeserie waarin de zangeres de wereld bekijkt vanuit haar oude stiel, het klassieke lied. De Toyota vormt de opmaat tot haar eigenlijke onderwerp: een planeet vol rampspoed en chaos. Waarna ze de kijker troost met een lied van Franz Schubert, door haarzelf gezongen, toen het zingen nog kon. ‘Schöne Welt, wo bist du?’
Op 8 februari wordt Ameling 92. Een leuk wijffie, werd ze ooit genoemd. Die typering rolde uit de mond van de legendarische concertprogrammeur Hans Kerkhoff, oprichter van Matinee op de Vrije Zaterdag. ‘En een uitstekende zangeres’, voegde hij er snel aan toe.
Dat was nog maar het halve verhaal. Want Ameling, de juweliersdochter uit Rotterdam, schopte het tot wereldster. Ze deelde handtekeningen uit van New York tot Tokio en werkte met topdirigenten als Bernard Haitink en Carlo Giulini. Opera deed ze amper, de Matthäus-Passion al meer, maar haar bestemming vond ze in het lied: de intieme, door piano begeleide kunst van componisten als Robert Schumann, Hugo Wolf en Gabriel Fauré. Amelings zangstem: puur. De dictie: kraakhelder. Expressie: weergaloos.
Thuis in een Zuid-Hollandse polder ontvangt ze met een lunch uit het vuistje. ‘Glaasje wit, toch maar doen?’ Ze kijkt uit op riante tuinen, binnen zwerft leesvoer, van een studie over vroegromantische dichters tot alles van Yuval Noah Harari. ‘Hou me alsjeblieft bij de les’, zegt ze in de aanloop naar een gesprek over het lied, de nalatenschap en de dood. ‘Het wordt veel gebabbel, maar af en toe maak ik een punt.’ Marsorder voor de fotograaf: ‘Geen meedogenloze camera graag, ik besta bijna geheel uit rimpels.’
Ameling zegt maar zo: wie niet meer kan zingen, kan er altijd nog over praten. Als klassiekemuziekinfluencer maakte ze maar liefst drie YouTubeseries. De finesses van de liedkunst komen aan bod in Some Thoughts on the Heart of Art Song. Stijl en achtergrond van één lied bespreekt ze in Musings on Music. Maatschappijkritiek en een troostlied reserveert ze voor Elly’s Essentials, oftewel ‘Relletje met Elletje’. Daarin komen zoal aan bod: artificial intelligence, afkalvend onderwijs en de neergang van de Europese beschaving.
‘Ja, de wereld baart me zorgen, het klimaat misschien nog het minst. Ik ben niet zo’n aan-de-weg-vastkleefster zoals die mensen van Extinction Rebellion. Ik zie het probleem hoor, maar het klimaat is gewoon te gro-hoot! Daar kunnen we niks aan doe-hoen!’
Weergaloze expressie, nog steeds. Wie praat met Ameling wordt getrakteerd op blikken, gebaren en terzijdes. Binnen één zin kan ze de grote wereld verruilen voor de kleine, die van oprukkende windmolens en een bedreigde burgemeester. Ze knikt naar haar laptop. ‘Het is een verslaving, ook op zaterdag en zondag. Ik schaam me dood.’
Hoezo?
‘Nou ja, je hoort toch weleens van kinderen die er niet van slapen. Slaaf van het web, dat kan natuurlijk niet. Soms zit ik uren achtereen te tikken.’
Wat tikt u dan?
‘Gedachten die me te binnen schieten voor een Essential. Iets wat me treft in de maatschappij. Mailen met lieve vrienden.’
Haar liefste vriend, haar man Nol, overleed in 2012. Na een zwaar herseninfarct werd hij opgehaald door een ambulance en de politie. Ameling: ‘Van de ene op de andere minuut kon hij geen vinger meer bewegen. Op een brancard droegen ze hem hier de trap af. Loopt er een agent voor hem uit, zegt Nol: meneer, moest u me nou per se met handboeien afhalen?’
Wat een humor had die man. Van muziek wist hij niks, hoewel, Nol kookte altijd en dan hoorde ze vanuit de keuken soms verminderde kwinten komen. De lastigste intervallen uit de liederen van Hugo Wolf floot hij moeiteloos na.
Nol bewaakte het fort, Elly bereisde de wereld. En of dat goed ging. ‘Ons woord was trouw. Wat liefde is weet niemand, dat heeft tienduizend verschillende aspecten. Dat het óók met seks te maken heeft, staat vast. Maar dat seks de hoofdzaak zou zijn, betwijfel ik ten zeerste. Natuurlijk hadden we weleens ruzie, soms stond ik met een bord in de handen, klaar om te gooien, maar we bleven nooit lang boos. Relativeren, humor, ook daarin vonden we elkaar.’
Nol schoof aan als er weer eens een nieuwe Ameling-lp in de grote brievenbus aan straat was geschoven. Gingen ze samen zitten luisteren, een wodka-jus in de hand, want met haar kritische oren dronk ze zichzelf graag een beetje moed in. Meer dan 150 albums nam ze op. In het liedrepertoire zette ze een gouden standaard met pianisten als Dalton Baldwin en Rudolf Jansen. Met het Concertgebouworkest en Haitink gaf ze een iconische kijk op de Vierde symfonie van Mahler.
Ze leeft ook voort in het Elly Ameling Huis, mede door haar bekostigd, met woon- en studieruimte voor conservatoriumstudenten in Amsterdam. Excellente liedzangers maken kans op de Elly Ameling Ring. Die wordt tegenwoordig gedragen door haar favoriete leerling, de sopraan Lenneke Ruiten. ‘Haar pianist, Thom Janssen, doet trouwens de techniek van mijn filmpjes.’
Hoe staat de liedkunst ervoor?
‘Het gaat zeker niet vooruit. Techniek is één ding, maar wat weet men nog van talen? Ik kreeg op de lagere school al Frans, daarna vijf jaar hbs met Engels, Frans en Duits. Je moet de teksten die je zingt wel kunnen doorgronden.’
Bent u een purist?
‘Natuurlijk! Het lied als genre is geboren uit de poëzie. Die heeft componisten geïnspireerd, die moet een luisteraar kunnen volgen. Ik ben dan ook geen fan van de trend om liederen zogenaamd te actualiseren. Het Internationaal Vocalisten Concours in Den Bosch vroeg me laatst in de jury, ze gingen de liedkunst verrijken met actie en beweging. O, zei ik, dan zie ik ervan af. Ik zag ooit Schuberts liedcyclus Winterreise die zich afspeelde tussen flatgebouwen – belachelijk.’
Maar als een sterzanger als Matthias Goerne dat fantastisch doet?
‘Een Winterreise in het Amsterdamse Muziekgebouw, met een gefilmde straat erachter? Na het concert zou ik op Goerne afstappen en zeggen: jij bent zo goed, kun je dat niet zonder?’
Wie bewondert u verder?
‘De jonge Elisabeth Schwarzkopf was goddelijk. En dat meisje uit Zweden, hoe heet ze, Anne Sofie von Otter. Hoewel, die is dacht ik ook alweer bijna 70 (69, red.). Ik kwam een keer thuis van boodschappen doen en zette mijn oude transistorradio aan. Schumann, Frauenliebe und -leben. Ho, dacht ik, wie zingt hier. Stilletjes uitpakken, nog even niet naar de schuur. Was het Anne Sofie von Otter.’
En van de jonge generatie?
‘Er lopen een paar fantastische jonge Duitse baritons rond: Benjamin Appl, Konstantin Krimmel.’
Als u lesgeeft, wat houdt u beginnende zangers dan voor?
‘Het gaat niet om jou, maar om de kunst. Leuk voor je als je bekend of beroemd wordt. Van harte gegund dat je er een centje mee verdient. Maar schuif je eigen persoon niet voor de tekst en de noten. Te vaak hoor ik zangers die gaan voor eigen glorie: hier ben ik, haháá, hoor mijn stem! En niet alleen tenoren hè, die waren altijd al ijdel. Neem zo’n Pavarotti. Soms zong hij fantastisch, maar vaker dacht ik: oeh jongen, ik ga maar even naar de keuken.’
Ze kucht. Geen verkoudheid, zweert ze, maar ouwewijvigheid. ‘Mooi woord, Nol zou hebben genoten. Ach, op mijn leeftijd ontvallen je steeds meer mensen. Op een dag kreeg ik drie van zulke berichten. Soms word ik gevraagd om op een uitvaart te spreken, vorig jaar nog op die van de pianist Rudolf Jansen. Hij was een fijne liedpartner. Rudolf leidde, ik bewoog mee, in het give and take van een danspaar, tot we samen gingen zweven, ietsjes los van de grond.’
Hoe kijkt u aan tegen de dood?
‘Je weet dat hij een keer komt, of je nu 22 bent of 92. Met een persoonlijke God heb ik niks, ik geloof liever in muziek als een oneindig groot geestesgebied. Ik stel me graag voor dat mijn pianisten straks mijn hemelwachters zijn, dat ze daarboven om me heen komen zweven. De muziek voor mijn uitvaart heb ik trouwens al gekozen. En omdat ik nu eenmaal lekker kon zingen, zing ik alles zelf.’
1933 Wordt geboren in Rotterdam.
1953 Debuteert als concertzangeres.
1956 Wint het Internationaal Vocalisten Concours in Den Bosch.
1958 Wint het Concours International d’Exécution Musicale in Genève.
1971 Wordt geridderd in de Orde van Oranje-Nassau.
1996 Geeft haar afscheidsconcert in het Amsterdamse Concertgebouw.
2008 Wordt geridderd in de Orde van de Nederlandse Leeuw.
2015 Krijgt de Hugo Wolf Medaille van de Internationale Hugo-Wolf-Akademie in Stuttgart.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant