Vandaag twee jaar geleden vond in Turkije de dodelijkste aardbeving in vijftien eeuwen plaats. Het herstel is in volle gang. Maar in de provincie Hatay zette de ramp een ingrijpender aardverschuiving in gang.
schrijft vanuit Istanbul over Turkije, Iran, Israël en de Palestijnse gebieden.
De Grieks-orthodoxe St.-Paulkerk in het centrum van Antakya staat erbij alsof de aardbeving niet twee jaar geleden heeft plaatsgevonden, op maandagochtend 6 februari 2023, maar gisteren. Nog een paar muren staan half overeind, afgebrokkeld en wel.
In een enkel raampje zit – o wonder – nog glas. Rondom ligt puin. Dat deze ruïne ooit een gebedshuis was, blijkt alleen uit de kleine kruizen in de stenen boven enkele boogvensters.
Het is lang niet de enige plek in de Zuid-Turkse stad waar de tijd lijkt te hebben stilgestaan. Soms letterlijk. De wijzers op de klokkentoren op een rotonde niet ver van de kerk geven al twee jaar het tijdstip van de ramp aan: 17 minuten over 4.
Wat volgde was de dodelijkste aardbeving in Turkije in vijftien eeuwen. Ruim 53 duizend mensen kwamen om; de slachtoffers in buurland Syrië meegeteld circa 60 duizend. Elf Turkse provincies werden getroffen, maar in Antakya, hoofdstad van de provincie Hatay, was de verwoesting het grootst.
Naast gebouwen dreigde daarmee nog iets verloren te gaan: de kosmopolitische ziel van Hatay. Nergens in Turkije (behalve Istanbul) is de religieuze en etnische diversiteit zo groot als in de provincie die zich ‘mozaïek der beschavingen’ noemt.
Naast soennitische moslims woonden er katholieken, protestanten, Grieks-orthodoxen, alawieten, Joden, Koerden, Armeniërs. Naast Turks was Arabisch een voertaal; niet alleen voor de alawieten en de meeste christenen, ook voor sommige soennieten.
Wat zou er overblijven van het mozaïek? Hele gemeenschappen waren door de ramp uiteengevallen. Zij hadden onderdak gevonden bij familie elders in het land of in de containerdorpen die in de provincie verrezen voor de honderdduizenden daklozen.
De meeste leden van de Grieks-orthodoxe gemeente in Antakya bijvoorbeeld, woonden tot dan rond de kerk, aan beide zijden van de Asirivier. Vooral in dit deel van de stad was de schade onbeschrijflijk. Zouden zij ooit kunnen terugkeren?
Bouwtechnisch gesproken is het antwoord, twee jaar later: ja. Kijk vanaf de kerkruïne in westelijke richting en je ziet, aan de overkant van de rivier, iets groots verrijzen. Een woud aan gele bouwkranen steekt uit boven tientallen grijze betonskeletten.
Dit is Rezerv Alan, ‘gereserveerd gebied’ waar de overheid snel meters wil maken. Alles is er gesloopt, voor zover dat nog nodig was, en door Toki, de projectontwikkelaar van de staat, wordt een stadsdeel uit de grond gestampt met 128 appartementenblokken; rechthoekige complexen rond een binnentuin. Eind dit jaar moeten de meeste bewoners hun sleutel overhandigd krijgen. Geweldig toch?
Nou, daar denkt niet iedereen zo over, zeker de Grieks-orthodoxe bewoners niet. Er bestaat veel wantrouwen. ‘Niemand die ik ken zal in de Toki-flats gaan wonen’, zegt Misel Hyar, kaderlid van de geloofsgemeenschap. ‘Als ze het aanbod al aannemen, zullen ze hun woning liever verkopen of verhuren.’
Reden: de minderheden in de oude stad van Antakya (niet alleen de orthodoxen) zijn sterk naar binnen gericht. Ze woonden bij elkaar en dat willen ze het liefst zo houden. Of de buren straks in de Toki-wijk ‘ons soort mensen’ zullen zijn, dat moet maar worden afgewacht. ‘Zelfs naar de containerwoningen gingen veel christenen niet’, zegt Hyar. ‘Daar zit immers van alles door elkaar.’
De eenkennigheid doet afbreuk aan het veelbejubelde en door Hatay gekoesterde imago van diversiteit. ‘De etnische en religieuze groepen leven náást elkaar, niet mét elkaar’, zegt Levent Duman, hoogleraar filosofie aan de universiteit van buurprovincie Adana. ‘In Antakya nog meer dan in de rest van de provincie.’ Duman, een alawiet, komt uit de stad en schreef een proefschrift over de etnische diversiteit van Hatay.
Vreedzaam gebeurt het naast elkaar leven wel, maar zelfs dat was niet altijd het geval. De jaren twintig en dertig kenden veel geweld, met name tussen etnische Turken en anderen. In het dekolonisatieproces werd Hatay heen en weer geslingerd tussen de in 1923 gestichte Turkse republiek en het Franse mandaatgebied Syrië.
Pas in 1939 wist Kemal Atatürk de provincie aan de Fransen te ontfutselen. Voor een deel van de minderheden was dat reden naar Syrië, Libanon of Europa te trekken.
Topambtenaar Ahmet Öztürk relativeert de onder minderheden levende vrees. Met hun zorgen, zegt hij, is rekening gehouden in de plannen die hij als manager van het Hatay Planning Centrum moet uitvoeren.
‘Als je in een bepaalde buurt woonde, kun je daarheen terug. Misschien twee straten verderop, maar toch. Bovendien was de scheiding tussen gemeenschappen niet zo scherp als wordt gesuggereerd. Eigenlijk alleen in een deel van de historische binnenstad.’
Maar juist van die wijk is de demografische toekomst ongewis. Vanwege de vele architectonische en archeologische schatten moet, onder regie van het ministerie van Cultuur, de wederopbouw behoedzaam gebeuren. Antakya was een van de grootste steden van het Romeinse Rijk. Kort na het begin van de jaartelling liepen hier de eerste mensen rond die zich ‘christen’ noemden.
Een van de oudste moskeeën ter wereld staat er, de uit het jaar 638 stammende Habibi Neccar-moskee. Met steun van de gemeente Konya wordt het gebouw gerestaureerd, maar andere monumenten moeten meer geduld hebben. Van een Toki-bouwspurt als in Rezerv Azlan zal geen sprake zijn, geeft ambtenaar Öztürk toe. ‘Het herstel van de oude stad kan twintig jaar vergen’, zegt hij.
Twintig jaar: wat zal er dan nog over zijn van de ooit zo hechte gemeenschappen? De leden zullen inmiddels elders geworteld zijn, of overleden. De jeugd zal weinig meer hebben met een buurt die slechts een vage herinnering is.
Zorgen als deze voeden de onvrede waaraan vandaag, als Hatay stilstaat bij de ramp, ongetwijfeld weer uiting zal worden gegeven. Zo ging dat een jaar geleden ook. Naast de officiële ceremonie was er een protestmars, door de politie geweerd uit het centrum van Antakya. Maar ook de toespraken bij de officiële herdenking werden soms onderbroken door gefluit.
‘Het herstel gaat te langzaam’, zegt Timuçin Türüç, kaderlid van de linkse partij TIP en een van de organisatoren van het protest. ‘Er is veel onduidelijkheid over wie waar en wanneer een huis krijgt. En als je niet tot een Rezerv Alan behoort, doet de overheid net of je niet bestaat.’
Onheilspellend is het vermoeden bij mensen als Türüç dat de overheid er bewust op uit is de bevolkingsgroepen te verspreiden en zo de steentjes uit het mozaïek los te wrikken. Dat zou een politiek doel hebben. De minderheden worden beschouwd als lastig; de meesten van hen stemmen niet op de regeringspartij AKP, maar op de oppositionele CHP of linkser.
Samandag, de derde stad van de provincie, wordt bestuurd door TIP, een afsplitsing van de communistische partij. Bewijs ontbreekt, maar ‘je ziet een patroon’, meent Türüç, die zoals de meeste inwoners van Samandag een alawitische achtergrond heeft.
Ambtenaar Öztürk wuift de bezwaren weg. Van het negeren van mensen buiten de Rezerv Alan is geen sprake, zegt hij. In die ‘perifere’ delen van de provincie zijn al 45 duizend wooneenheden klaar of bijna klaar.
Toch kennen de overheidsplannen één grote witte vlek: de tienduizenden huurders. Zij hebben nergens recht op en moeten maar zien of ze straks woonruimte kunnen vinden, en tegen welke prijs.
Elders in de provincie, buiten Antakya, lijken de gemeenschappen beter intact te blijven. De meeste alawieten en christenen in Samandag, zo blijkt uit gesprekken met inwoners, hebben tijdelijk onderdak gezocht op het platteland rondom. Bovendien is de verwoesting in de stad minder groot dan in Antakya.
Ook het naburige Vakifli, het enige volledig Armeense dorp in Turkije, houdt stand. Slechts twee van de bijna veertig huishoudens hebben na de aardbeving Vakifli definitief ingeruild voor Istanbul. ‘Ons dorp heeft het overleefd’, zegt muhtar (dorpsvoorzitter) Berç Kartun. ‘Ook al is onze levensduur beperkt.’
Met dat laatste refereert hij aan de vergrijzing, een van de twee maatschappelijke aardverschuivingen die op den duur weleens funester zouden kunnen zijn voor de ‘mozaïek der beschavingen’ dan de aardbeving. Voor veel jongeren was de natuurramp het extra zetje dat ze nodig hadden om de stap naar Istanbul of naar het buitenland te zetten. ‘Je kunt bouwen wat je wil’, zegt filosoof Duman, ‘maar zonder mensen raakt Hatay zijn ziel kwijt.’
De tweede aardverschuiving betreft de taal. Met het Arabisch gebeurt in Hatay hetzelfde als wat in het zuidoosten van Turkije gebeurt met het Koerdisch: het is geleidelijk aan het verdwijnen. Veel kinderen leren alleen nog Turks, de taal die het meest kans biedt op succes in het leven.
‘Een alawitische vriend van mij in de VS had zijn kinderen opgevoed met Engels en Arabisch’, zegt Duman. ‘Toen ze Hatay bezochten, bleek dat ze niet met hun neven en nichten konden communiceren. Die spraken alleen Turks.’
Eén bevolkingsgroep in Hatay heeft niet standgehouden na de aardbeving: de Joden. De synagoge in het historisch centrum staat sinds 6 februari 2023 leeg, beschadigd en wel. De vergrijsde, achttien leden tellende Joodse gemeenschap is uitgezwermd naar Istanbul, waar nog bijna vijftienduizend Joden wonen. Twee mensen overleefden de ramp niet. De jeugd trok al eerder weg, naar Istanbul, Europa, de VS of Israël.
‘Twee oudere echtparen hebben nog een zomerhuis aan de kust waar ze af en toe heen gaan’, zegt synagogevoorzitter Erkan Kohen vanuit Istanbul. Wel zijn er plannen om de synagoge, waar tot de aardbeving nog regelmatig een dienst werd gehouden, te restaureren. Kohen: ‘Als museum.’
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant