Home

Arib verliest van de staat: onderzoek naar haar gedrag mocht plaatsvinden

Het dagelijks bestuur van de Tweede Kamer en de griffier stonden in hun recht om een extern onderzoek te gelasten na anonieme klachten over grensoverschrijdend gedrag door oud-Kamervoorzitter Khadija Arib. Dat concludeert de rechtbank in de zaak die Arib tegen de staat aanspande.

is politiek verslaggever van de Volkskrant.

In de uitspraak stelt de rechter dat een onderzoek het logisch gevolg is van de zorgplicht die het presidium (het dagelijks bestuur van de Tweede Kamer) en de griffier hebben ten opzichte van de ambtenaren die in de Kamer werken.

Na binnenkomst van twee anonieme brieven met beschuldigingen van ‘machtsmisbruik’ en het voeren van een ‘schrikbewind’ was het presidium naar het oordeel van de rechter gerechtvaardigd om uit te zoeken wat er van de klachten klopte.

‘Gelet op de hiervoor beschreven zorgplicht van de Tweede Kamer, de rol die verzoekster als voorzitter binnen de Tweede Kamer vervulde en de in de anonieme brieven gedane meldingen, lag het instellen van een feitenonderzoek in de gegeven omstandigheden in de lijn der verwachtingen.’

Beladen verhoudingen

Arib daagde de staat voor de rechter in een bodemprocedure, waarin zij van de rechter een oordeel vroeg of het onderzoek naar vermeend grensoverschrijdend gedrag in haar rol als oud-Kamervoorzitter had mogen plaatsvinden. Het presidium, bestaande uit collega-Kamerleden, voelde zich in 2022 genoodzaakt dat onderzoek in te stellen na binnenkomst van anonieme klachten.

Na advies ingewonnen te hebben bij de landsadvocaat besloot het presidium unaniem dat, gelet op de zorgplicht die de Tweede Kamer richting de ambtenaren heeft, een feitenonderzoek moest instellen.

Alles over politiek vindt u hier.

Daar geeft de rechtbank het presidium gelijk in. Hoewel de rechter het netter had gevonden als er eerst een poging zou zijn gedaan om met Arib in gesprek te treden, toont de rechtbank er begrip voor dat dit niet is gebeurd.

‘In dit geval waren de verhoudingen tussen degenen die dat gesprek hadden moeten voeren onderling echter zodanig beladen dat van een neutraal gesprek bijna geen sprake meer kon zijn’, staat in de uitspraak. ‘Een extern feitenonderzoek was misschien niet de enig denkbare oplossing, maar de rechtbank is van oordeel dat het Presidium en de Griffier op dat moment in redelijkheid voor die oplossing hebben kunnen kiezen.’

Reputatieschade

Ook gaat de rechter in op de vraag of alleen al het aankondigen van een onderzoek reputatieschade oplevert. Daarover oordeelt de rechter dat de reputatie niet onnodig beschadigd mag worden en dat het presidium met de opzet van het onderzoek daar voldoende rekening mee heeft gehouden. ‘Daarom is relevant dat het onderzoek niet gericht was op het openbare en of politieke optreden van verzoekster, maar specifiek op haar gedragingen in de bijzondere rol van Voorzitter en voorzitter van het Presidium.

Gezien de omstandigheden komt de rechtbank verder tot het oordeel dat Arib niet heeft kunnen aantonen dat er sprake zou zijn van een politieke afrekening, zoals zij zelf meerdere malen heeft aangevoerd. Het is mogelijk dat een onderzoek onder het mom van werkgeversverplichtingen misbruikt kunnen worden om een politieke tegenstander monddood te maken, maar dat heeft Arib niet hard kunnen maken, stelt de rechter vast.

‘Nu het Presidium destijds naast de Voorzitter bestaand uit Kamerleden van acht verschillende partijen unaniem tot het onderzoek heeft besloten en de invulling ervan op afstand heeft gezet is bovendien niet onder meer aannemelijk dat sprake was van door politieke motieven ingegeven misbruik.’

‘Teleurstellend’

Arib laat via haar advocaat Geert-Jan Knoops weten in beroep te gaan. ‘De uitspraak is buitengewoon teleurstellend’, aldus Knoops. Tijdens de zitting betoogde Knoops dat Kamerleden, die geen verantwoording aan elkaar afleggen, geen onderzoek naar elkaar kunnen instellen. ‘De rechtbank is aan deze argumenten voorbijgegaan en heeft die zelfs in het vonnis onbesproken gelaten. Deze onbevoegdheid en onrechtmatigheid vormden juist de kern van het geschil.’

Daarnaast zou de rechter eraan voorbij zijn gegaan dat Arib zich moest verweren tegen anonieme beschuldigingen, wat naar zijn inzicht strijdig zou zijn met het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens.

Knoops vindt dat het vonnis een gevaarlijk precedent heeft gecreëerd, ‘waarin volksvertegenwoordigers vogelvrij verklaard kunnen worden op basis van anonieme beschuldigingen. Dit gaat verder dan de persoonlijke situatie van Khadija Arib. Het raakt de democratische rechtsorde.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next