Home

Had het onderzoek naar Khadija Arib wel gedaan mogen worden? Vandaag beslist de rechter

Stond het presidium van de Tweede Kamer in zijn recht toen het een onderzoek instelde naar vermeend grensoverschrijdend gedrag door oud-Kamervoorzitter Khadija Arib. Woensdag geeft de rechter uitsluitsel. Vier vragen.

is politiek verslaggever van de Volkskrant.

Waar ging het ook alweer over?

Khadija Arib vertrok in oktober 2022 zonder afscheid en met een bevlekte reputatie uit de Tweede Kamer. Het hoefde van haar niet meer, nadat zij via NRC had moeten vernemen dat het presidium, het dagelijks bestuur van de Tweede Kamer, had besloten een onderzoek naar haar in te stellen. De beschuldigingen aan haar adres, geuit in anonieme brieven aan het presidium, waren niet mals: Arib zou zich in haar jaren als Kamervoorzitter schuldig hebben gemaakt aan ‘machtsmisbruik’ en een ‘schrikbewind’ hebben gevoerd.

Volgens Arib ging het om een ‘politieke afrekening’ door de ambtelijke top van de Kamer en haar opvolgster Vera Bergkamp. Dat daar sprake was, is niet bewezen. Uit onderzoek van de Volkskrant bleek eerder wel dat er spanningen waren tussen Arib en de ambtelijke top, waarbij de centrale vraag was wie nu eigenlijk de baas is in de Kamer. ‘Ik had als Kamervoorzitter de taak om orde op zaken te stellen en een eind te maken aan de informele ons-kent-onscultuur. Dat betekent dat je soms besluiten moet nemen die niet iedereen even prettig vindt’, aldus Arib. Het presidium meende dat het na het ontvangen van de anonieme klachten geen andere keus had dan een onderzoek te laten uitvoeren.

Wat bleek uit het onderzoek?

Dat het onderzoek uiteindelijk is afgerond, mag een klein wonder heten. Nadat onderzoeksbureau Hoffman werd ingeschakeld, ontaardde het proces in chaos: een van de klagers bleek de HR-manager te zijn die daarna het onderzoek begeleidde, en ook weigerde Arib mee te werken omdat zij nooit op de hoogte was gesteld waarvan zij precies van beschuldigd werd. Dat maakte het naar haar inzicht onmogelijk zich te verdedigen. In de tussentijd stapte een deel van ambtelijke top, inclusief de griffier, op vanwege ‘de onrust’.

Een jaar later werd het onderzoek, zonder medewerking van Arib, toch gepubliceerd. Daaruit bleek dat de Kamervoorzitter soms haar stem verhief en zich geregeld bemoeide met de ambtelijke organisatie. Uit het onderzoek kwam niet naar voren dat zij zich schuldig zou hebben gemaakt aan machtsmisbruik of het voeren van een schrikbewind.

Alles over politiek vindt u hier.

Waar doet de rechter uitspraak over?

De rechter heeft zich niet gebogen over de vraag of er sprake is van een ‘politieke afrekening’. Ook niet over de vraag of Arib zich daadwerkelijk schuldig heeft gemaakt aan grensoverschrijdend gedrag.

De zaak, aangespannen door Arib, moet daarentegen antwoord geven op de vraag of het onderzoek überhaupt had mogen worden ingesteld, en of het onderzoeksbureau Hoffmann en de gedelegeerde opdrachtgevers – die het onderzoek namens de Kamer begeleidden – daarbij zorgvuldig hebben gehandeld.

Volgens Arib had het presidium, waar collega-Kamerleden deel van uitmaken, namelijk helemaal geen onderzoek mogen instellen. Tijdens de eerste zittingsdag in oktober betoogde haar advocaat Geert-Jan Knoops dat volksvertegenwoordigers geen verantwoording aan elkaar afleggen. ‘Er bestaat geen gezagsverhouding ten opzichte van andere Kamerleden.’ Met andere woorden: Kamerleden uit het presidium mogen in zijn ogen geen onderzoek instellen naar andere Kamerleden.

Daarnaast eist Arib dat de rechter uitspraak doet over de vraag of bureau Hoffmann en de gedelegeerd opdrachtgevers voldoende oog hebben gehad voor de rechten en belangen van Arib. Daarbij gaat het over het delen van de onderzoeksopzet en het toepassen van hoor- en wederhoor.

Komt hiermee een eind aan de zaak-Arib?

Het presidium hoopt de zaak na de uitspraak achter zich te kunnen laten, maar het is de vraag of Arib daar hetzelfde over denkt. Tijdens de zitting sprak zij over de impact van het onderzoek op haar reputatie en persoonlijk leven. ‘Het onrecht dat ik voel is immens.’ De gang naar de rechter ziet zij als de enige manier om eerherstel af te dwingen. Afhankelijk van de uitspraak zal zij zich beraden of zij verdere juridische stappen onderneemt om de beschuldigingen van grensoverschrijdend gedrag niet aan het oordeel van een onderzoeksbureau, maar aan de rechter te laten.

Source: Volkskrant

Previous

Next